Home

Koningin van de minimale dans Krisztina de Châtel laat een hypnotiserend oeuvre na

Ze liet haar dansers altijd een gevecht aangaan met loodzware obstakels. De choreografieën van Krisztina de Châtel waren uitgebeend en aards, wat haar internationale faam opleverde. Dinsdag overleed ze op 81-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam.

schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.

Eind februari van dit jaar zouden de twee koninginnen, beiden boven de tachtig, elkaar eindelijk voor het eerst live ontmoeten. De danswereld had zich verheugd op een legendarische foto, met daarop de Nederlandse én Amerikaanse Queen of the Minimal Dance: Krisztina de Châtel (81) en Lucinda Childs (84).

De ‘koninginnen van de minimale dans’ schreven danshistorie met choreografieën vol oneindig lijkende herhalingen van mathematische bewegingsreeksen met bedwelmende verschuivingen. Ze bouwden er een internationaal geroemd, indrukwekkend hypnotiserend oeuvre mee op.

Maar op 22 februari, toen het Arnhemse gezelschap Introdans in Internationaal Theater Amsterdam De Châtels klassieker Typhoon (1986) hernam – waarin vijf onverzettelijke dansers het met draaiende armen als molenwieken opnemen tegen drie ronkende windmachines – verscheen de choreografe tijdens de staande ovatie niet op toneel.

Childs, speciaal naar Amsterdam gereisd, zocht haar nog backstage. Haar Nederlands-Hongaarse collega bleek te veel last te hebben van rug en heupen. Dinsdag overleed Krisztina de Châtel in haar woonplaats Amsterdam, 81 jaar oud.

Artistiek milieu

De Châtel werd in 1943 geboren uit het huwelijk van een Hongaarse, internationaal gerespecteerde reumatoloog (Andor de Châtel) en een veel jongere Nederlandse vrouw (Antonia de Bres), dochter van een rijke erwtenhandelaar uit Dordrecht. In het artsengezin heerste ‘een artistiek, perfect en veeltalig milieu’, zoals ze zegt in het boek Dans! Denk! (2017) dat Désanne van Brederode schreef over de choreograaf. Maar ‘warmte ontbrak’. Haar als koel bekend staande moeder deed geen moeite te verbergen dat ze verliefd werd op een vriendje van haar dochter, toen die als tiener op hoog niveau aan ritmische gymnastiek deed.

Als zeventienjarige prijkte Krisztina op de cover van een Hongaars sportblad. ‘Sport, dans of mime?’, stond er onder de foto van dit veelbelovend talent, dat zelf het dansante karakter van haar sport verkoos boven de medailles in de competitietak. Haar sterke gevoel voor ruimtelijkheid deed ze op toen ze dagelijks naar het sportlokaal liep vanaf haar geboortehuis tegen de Gellértheuvel in Boedapest, met uitzicht over de Donau en de stad.

Halverwege de jaren zestig vertrok ze naar de beroemde Folkwang Schule in Essen, de expressionistische dansopleiding waar ook Pina Bausch werd opgeleid. Als twintigjarige zwaaide ze met haar lange armen bij het toelatingsexamen zo driftig in het rond, dat het bloed bonsde in haar vingertoppen.

Vurig en koppig

Die bruuske lichamelijkheid en gebalde spierkracht maakten indruk op oprichter Kurt Jooss. De Châtel werd aangenomen. Ze ging zelfs een schijnhuwelijk aan met een Duitser om een visum te bemachtigen – een vlucht uit communistische Hongarije zou haar vooraanstaande familie in Boedapest in problemen hebben gebracht.

Vurig en koppig achter de schermen, ontwikkelde De Châtel op het toneel juist een afkeer van ‘gezwelg in emoties’. Vanaf haar eerste eigen werken wist ze haar danstaal te spenen van psychologie. Toen ze in 1969 in Nederland werk zag van choreograaf Koert Stuyf, die zijn vrouw Ellen Edinoff minutenlang liet stilstaan op toneel, ontdekte ze in hem haar nieuwe leermeester. Ze werd opgenomen in zijn gezelschap.

In 1976 richtte ze haar eigen dansgroep op in Nederland. Ze beende haar choreografieën uit totdat alleen pure aardse beweging overbleef. Ogenschijnlijk onaangedaan navigeerden haar dansers strak door een decor met obstakels. Kil en koud werd het echter nooit. De emoties gonsden onderhuids: alle inspanning en ijzeren consequenties leidden steevast tot een fysieke uitputtingsslag.

De koningin van de minimale dans werd daarom ook koningin van de uitputting genoemd. De Châtel liet de leden van haar dansgroep altijd een gekmakend gevecht aangaan met loodzware obstakels zoals een aarden wal (Föld 1985), plexiglazen cilinders (Paletta,1992), stalen bollen (Concave, 1993), en, in haar afscheidswerk, gevaarlijk draaiende trappen (Scala, 2021).

Beeldend kunstenaars

Al die decorstukken liet ze maken door beeldend kunstenaars. Zo bedacht beeldhouwer Jan van Munster voor Lines (1979) – waarmee De Châtel haar naam vestigde in het genre van de minimale dans – een kooi van verticale neonbuizen, waaruit vijf danseressen, de armen stijf langs het lichaam, behoedzaam en mathematisch moesten zien te ontsnappen.

Beeldend kunstenaar Conrad van de Ven ontwierp de beruchte heuphoge cirkel van aarde, die zes dansers in Föld met pure fysieke kracht, turf happend, moesten zien te slechten. Peter Vermeulen haalde de windmachines die uien en aardappels drogen, uit de landbouw naar het theater voor Typhoon. En Peter Struycken genereerde een computergestuurd, oneindig veranderend kleurenpalet voor Change (1987).

Het was Struycken die haar veertig jaar geleden attendeerde op de esthetiek van zich voortdurend hergroeperende vogels. Sindsdien kon ze nooit meer naar de lucht kijken zonder naar zwermen vogels te speuren. ’s Nachts, zei ze vijfentwintig jaar geleden in een jubileuminterview met de Volkskrant, moest ze zichzelf dwingen haar altijd actieve ogen te sluiten.

Alles wilden die ogen zien. Op het station: hoe mensen liepen. In de trein en de tram: welke lichtjes voorbij schoven en hoe de bestuurders keken. Op de fiets: wat links en rechts voorbij kwam. En buiten: hoe mooi rijen bomen een tunnel vormden.

Innerlijke drukte

Al vanaf haar jeugd, zei De Châtel, schreeuwde deze innerlijke drukte ‘om geordend te worden’. Dat deed ze met sterk gecontroleerde, geometrisch precieze bewegingen in een vijandige omgeving. Die innerlijke drukte maakte haar ook tot een veeleisend en dwingend ego, iemand met het hart op de tong, die een meer dan gemiddeld aantal zakelijk leiders versleet.

Ze kon een recensent in een drukke theaterfoyer voor ‘heks’ uitmaken, als het oordeel over een van haar voorstellingen haar niet beviel. Minder fraai is ook de rol die ze speelde in het ongelukkige einde van haar eigen dansgroep, ingeluid door een knallende ruzie met artistiek compagnon Itzik Galili.

Maar met diezelfde vurige inborst en hartstochtelijke liefde voor dans schiep ze een oeuvre van een kleine tachtig choreografieën waaronder drie dansfilms. De kinderloze choreografe zette een stichting op waarmee ze jarenlang jong danstalent financieel steunde. Haar dansers beschouwde ze als haar nakomelingen: ‘Mijn zorg om mijn dansers houdt niet op nadat ze uit mijn gezelschap vertrokken zijn’.

Toen ze net in Nederland woonde, las ze Näher zu dir, van schrijver Gerard Reve. Tijdens een lezing in Scheveningen, waar de Grote Schrijver na afloop een gedicht de zaal in wierp, ving ze zijn handschrift. Ze heeft het altijd bewaard: ‘Naarmate ik ouder word, wordt, wat ik schrijf, hoewel fraaier verwoord, steeds enkelvoudiger van inhoud: liefde (of geen liefde) en ouder worden, en dan de Dood’.

4x Krisztina de Châtel (1943-2025)

* Veelzeggend is de bijnaam die De Châtel had in het gezin Boskamp van haar later tragisch verongelukte minnaar, ook bij zijn kinderen, met wie ze goed contact had: Pina, niet vernoemd naar haar wereldberoemde Duitse danscollega, maar naar het Hongaarse woord voor ‘kutje’.

* In het boek Dans! Denk! vraagt de choreograaf zich af of ze, net als filosoof Friedrich Nietzsche, ja tegen haar leven zou zeggen als ze echt alles op precies dezelfde wijze nog een keer moest meemaken, ook haar fouten.

* In datzelfde boek beschrijft ze haar bindingsangst, haar diep gewortelde eenzaamheid en haar geile voorliefde voor mannen in uniform zoals glazenwassers en trambestuurders. Ze maakte choreografieën met onder anderen vuilnismannen en brandweermannen.

* De Châtel won meerdere prijzen, waaronder de Gouden Zwaan, de Amsterdamprijs en de Prijs van de Kritiek van de Kring van Nederlandse Theatercritici. In 2001 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next