Home

Lukraak vrouwen bespringen in een café lijkt me niet heel verstandig

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Aan het werk in een café. Het tafeltje links naast me is bezet door een man en een vrouw, beiden begin zestig. Ze hebben een labradoedel bij zich. Deze labradoedel is een mannetje en bespringt een jonge vrouw rechts van me. Ze kan er wel om lachen en knuffelt de hond (ik vind het eigenlijk geen hond, maar dat terzijde).

‘Dat zouden wij niet moeten proberen’, zegt de man naast me. Ik kijk op van mijn laptop en hij kijkt me veelbetekenend aan. Lukraak vrouwen bespringen in een café lijkt me inderdaad niet heel verstandig. ‘Dan zouden ze de politie bellen’, zeg ik. Misschien, gaat de man verder, komt er ooit nog wel een dag dat je honden kunt beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag. ‘En’, vult de vrouw hem aan, ‘dat je dan het baasje aan kunt klagen.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik lach, buig me weer over mijn laptop en schrijft wat woor… ‘Mag ik wat vragen?’, vraagt de vrouw. Ze is weliswaar een jaar of twintig jaar ouder dan ik, maar ontegenzeglijk knap. Ze heeft heldere, blauwe ogen en haar lange grijswitte haar valt los over haar schouders. ‘Wat is dat?’

Ze wijst op het grote, bolle glas voor me op tafel. Ik antwoord dat het kombucha is, frisdrank op basis van gefermenteerde thee. ‘Proef anders even’, zeg ik en ik geef haar het glas. Ze is verkocht. ‘Heerlijk!’, roept ze, ‘wat een ontdekking.’ Net op het moment dat ik weer verder wil schrijven, vraagt ze of ik aan het werk ben.

Dat ben ik. ‘En mag ik vragen wat je doet?’ Ik vertel wat ik doe. Daarna vertelt ze wat zij doet: ze heeft haar eigen begrafenisonderneming. De man is een goede vriend van haar. ‘En lukt het je wel om te werken in zo’n rumoerige omgeving?’, vraagt ze. Nou, doorgaans wel. Sterker nog, ik werk beter in een druk café dan in een stil huis. En als ik toch te veel afgeleid word, doe ik oordopjes in en zet ik muziek op. Dat is nu niet nodig, want de vrouw en de man gaan afrekenen.

‘Leuk even met je gesproken te hebben’, zegt de vrouw terwijl ze opstaat. Dat vind ik ook. ‘Het is dat je zo veel ouder bent dan hij’, zegt de man opeens, ‘anders had het nog wel wat tussen jullie kunnen worden.’

Daar ben ik het niet helemaal mee eens, zeg ik. Als de rollen omgedraaid waren geweest en ik degene was die twintig jaar ouder was geweest, had er geen haan naar gekraaid. Bovendien: wanneer heb je nou de kans een affaire te beginnen met een begrafenisondernemer? ‘Mijn dochter valt ook op jongere mannen’, zegt ze lachend, terwijl ze wegloopt. Ik weet niet meer wat ik daar mee aan moet. Ik weet alleen dat ik nu echt aan het werk moet.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next