Op 27 augustus 2022 reed een vrachtwagen een barbecuefeest in Zijkant binnen, met zeven doden tot gevolg. Chauffeur Juan C. staat nu terecht: ‘Ook ik ga hier onder gebukt’, zegt hij geëmotioneerd. Hij ontkent opzet of aanval.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Het was een zwarte, tragische dag, memoreert de voorzitter van de rechtbank in Rotterdam. Hij richt zich tot de nabestaanden in de zaal en tot degenen die dit proces thuis volgen via een videoverbinding: ‘De rechtbank condoleert u allen met het verlies.’
Op zaterdag 27 augustus 2022 vierde het Zuid-Beijerlandse buurtschap Zijkant feest. Bewoners zaten buiten te barbecueën, toen ineens een vrachtwagen, van de dijk af, op hen inreed. Het gevolg: zeven doden, onder wie het ongeboren kind van een hoogzwangere vrouw, en zeven zwaargewonden.
Deze dinsdag staat de Spaanse chauffeur, Juan C., na drie jaar onderzoek terecht. Geëmotioneerd vertelt de 49-jarige verdachte via zijn tolk dat hij ‘heel veel spijt’ heeft. ‘Ook ik ga hier onder gebukt.’
Volgens het Openbaar Ministerie veranderde Juan C. ‘een rustige, vredige plek in de Hoeksche Waard in ieders grootste nachtmerrie’. Hem wordt geen opzet verweten, maar wel schuld: S. lijdt volgens de twee aanklagers aan epilepsie, en was daarom niet bevoegd met die vrachtwagencombinatie te rijden. Hij zou daarnaast zijn medicatie niet volgens voorschrift hebben ingenomen, en bovendien minder dan 48 uur voorafgaand aan het ongeval cocaïne hebben gebruikt. Er volgt een indringend vraaggesprek met de verdachte.
‘Hoe gaat het met u?’, begint de voorzitter van de rechtbank.
‘Verschrikkelijk’, huilt C., om later te benadrukken: ‘Dit ongeluk heeft geleid tot een echtscheiding. Ik heb alles verloren. Mijn vrouw, mijn dochter, mijn werk, mijn huis, ik woon bij mijn vader. De kleren die ik nu draag, zijn de enige die ik heb. Bovenop de slachtoffers ben ik eigenlijk ook een dode.’
Zijn advocaat grijpt in: ‘Deze opmerking valt niet goed bij de nabestaanden. Mijn cliënt bedoelt dat hij soms zou willen dat hij ook dood was.’
‘U heeft epileptische aanvallen gehad’, vervolgt de voorzitter. ‘Kan dat ook bij dit ongeluk zijn gebeurd?’
‘Nee’, zegt C. stellig. ‘Voorafgaand aan een aanval heb ik altijd symptomen. Die had ik toen niet.’
‘Maar u heeft eerder tegenover de politie verklaard dat u een aanval niet voelt aankomen, en dat u een epileptische aanval had.’
‘Dat is niet zo’, antwoordt de verdachte hoofdschuddend.
‘Wat was dan de reden dat u van de dijk afreed?’
‘Ik was moe.’
De advocaat van de verdachte grijpt opnieuw in, en legt uit dat deze zitting haar cliënt ‘duizelt’. Juan C. voegt toe dat hij nu, op dit moment, moe is, ‘maar tijdens het ongeluk was ik uitgerust’.
‘Kent u de regel dat u met epilepsie niet op een vrachtwagen mag rijden?’, vraagt de voorzitter.
‘Ja, maar tijdens het rijden heb ik nooit een epileptische aanval’, antwoordt C. Hij verklaart dat hij altijd anti-epileptica bij zich heeft die hij neemt als hij ‘symptomen’ krijgt en zich niet lekker voelt. Zo voorkomt hij altijd een aanval.
Dan geeft een van de drie rechters een pijnlijke opsomming uit het dossier van Juan S., waaruit blijkt dat hij geregeld cocaïne gebruikt, dat cocaïne een ‘trigger’ is voor zijn epileptische aanvallen, dat hij daar door een arts op is gewezen, dat hij ook de drug mdma gebruikt, dat hij vaker is beboet voor ‘zigzaggend’ rijden onder invloed van drugs, dat hij tegen een arts heeft gezegd dat hij cocaïneverslaafd is, dat bij de rijvaardigheidsautoriteit niet bekend was dat hij aan epilepsie leed en dat hij in Denemarken een ongeluk heeft veroorzaakt dat ‘wel heel erg lijkt op het ongeluk in Zuid-Beijerland’.
‘Dat heeft er allemaal niets mee te maken’, reageert de verdachte. De positieve cocaïnetest in Nederland kwam door medicijngebruik vanwege een verkoudheid, de cocaïne die de politie in zijn cabine heeft gevonden behoorde toe aan de vorige chauffeur, het cocaïnepijpje in zijn broekzak zat daar nog van een vorig feestje, de boetes waren voor snelheidsovertredingen en telefoongebruik tijdens het rijden, en de cocaïne en mdma die eerder in zijn bloed zijn aangetroffen, kwamen door positieve bloedtests toen hij niet reed, maar stilstond – ‘de autoriteiten klopten ineens op mijn cabinedeur, en dan doen ze zoiets’.
‘Onder uw neus is een witte, poederachtige substantie aangetroffen’, houdt de aanklager Juan C. voor. Zijn advocaat maakt bezwaar: ‘Nergens staat dat die substantie poederachtig is, dat maakt u ervan.’ S. vermoedt dat ‘de substantie’ via zijn handschoenen onder zijn neus is gekomen, hij heeft geen idee wat het was, en het is niet onderzocht, bevestigt het OM.
Hoe zit het nou, wil de aanklager weten: ‘U heeft verklaard dat u zich niets van het ongeluk kunt herinneren, en nu zegt u zeker te weten dat u geen epileptische aanval heeft gehad.’ Dat komt, antwoordt de verdachte, doordat hij het afgelopen jaar goed heeft kunnen nadenken en analyseren. Hij vraagt en krijgt het laatste woord: ‘Het spijt me ontzettend wat er met de families is gebeurd. Maar ik kon er niks aan doen.’
Woensdag mogen de nabestaanden hun spreekrecht uitoefenen. Op 11 juni komt het OM met de strafeis. Wanneer de rechtbank uitspraak doet, is nog niet bekend.
Source: Volkskrant