Home

Ik gun ons land meer en betere ruzies

is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.

Laat klimaat-links het maar niet horen, maar ik onderschrijf de stelling van radicaal-rechts dat onze samenleving gebaat is bij meer kinderen en dus grotere gezinnen.

Niet voor economische groei of behoud van het blanke ras (we worden toch allemaal vervangen door AI en de jongere generaties interracialiseren er gewoon op los, dus wat ga je doen?), maar omdat ik dit land betere ruzies gun en het nut van (interpersoonlijk) conflict te weinig op waarde wordt geschat.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Conflicten aangaan en oplossen leer je immers vanaf je vroege ontwikkeling, en dat vermogen train je bij voorkeur met zoveel mogelijk mensen (met uiteenlopende karakters) in je nabije omgeving, het liefst met ouders die geen tijd of zin hebben om als scheidsrechter op te treden. Maar in Nederland worden de gezinnen steeds kleiner, en nu worstelt het land met een conflicthandicap.

Dat zie je vooral terug op de werkvloer, waar conflicten liever vermeden worden, want eng en verwarrend. Dreigende conflicten worden nerveus beheerst met gedragsprotocollen, trainingen, cursussen en een designated klaagmuur, in de rol van een vertrouwenspersoon of een ombudsman – die overigens feitelijk weinig voor je kan betekenen, maar in ieder geval de illusie biedt dat iemand je grieven serieus neemt.

Ik ken voorbeelden van conflicten op de werkvloer die niet de kans kregen om direct en hevig uitgevochten te worden, maar met een leger aan goedbedoelende ondersteuning in de marge werden geduwd. Het gevolg: gekonkel, wantrouwen en onveiligheid, en een door-etterende ergernis vanwege een vermeden conflict dat maanden of jaren later alsnog tot uitbarsting kwam.

Dat een conflict heus een nuttige interventie kan zijn, werd onlangs nog in deze krant geïllustreerd door een intrigerend essay van Bregje Hofstede. Daarin blikt ze terug op een eerder essay waarin ze herinneringen ophaalde aan haar kindertijd, toen ze naast een ‘dertienkoppig buurgezin’ woonde.

Het waren gelovige mensen, het type ‘lange rokken’ waar ze vroeger op neerkeek. En dat gezin werd niet bepaald sympathiek neergezet in haar verhaal destijds, dus je voelt ‘m al aankomen: een van die dertien koppen (twaalf, bleek later), een dochter, las het stuk en was not amused.

Ongetwijfeld bedreven in het aangaan van conflicten, want opgegroeid in een groot gezin, stuurde het voormalige buurmeisje een bericht naar Hofstede met een bondige en heldere reactie: ze noemde alle aannames ‘makkelijk scoren’. Hofstede reageerde aanvankelijk zoals de gemiddelde Nederlander, die doorgaans prat gaat op ‘directheid’, het liefst vanachter een scherm, maar zich nauwelijks raad weet wanneer het aankomt op een echte confrontatie: ‘Oei, een conflict’.

Ze had zin om het berichtje ‘gewoon te negeren’, maar ze ging het ongemak toch maar aan. Wat volgde, zal iedereen verbazen: ze voerden een mooi, gelijkwaardig gesprek met volwassen zelfreflectie.

Eind goed, al goed dus: niemand raakte gewond, er sneuvelden hooguit wat overtuigingen en vooroordelen. En de confrontatie bood hen een opening om elkaar beter te leren kennen en te waarderen.

Klassieke conflictbeheersing tussen individuen levert dus, behalve meer afstand, vrij weinig op. Ondertussen beloven communicatiebureautjes, die een verdienmodel hebben ontdekt, harmonie op de werkvloer met bemiddeling en trainingen. Er zal ook vast al een mediator-chatbot in de maak zijn, als die al niet bestaat. Maar in werkelijkheid ontneemt conflictvrees vooral de ruimte om meer van je tijdelijke opponent te houden.

Een conflict is immers een vrij intieme aangelegenheid en kan – mits op een gelijkwaardige manier uitgevochten, opgelost en gezond onder het tapijt geveegd – ook louterend werken. Zie het essay van Bregje Hofstede, die tegenwoordig zelfs verlangt naar een god in haar leven.

Of vraag het anders aan de mensen die zijn opgegroeid in grote gezinnen, of zo vaak ruzie hebben gemaakt met een broer of zus dat ze het vermogen hebben ontwikkeld om snel te vergeven en hun eigen onschuld weinig serieus te nemen.

Mensen die overigens niet alleen een conflict aangingen met hun broer of zus, maar de ruzie ook volledig lieten escaleren met chokeholds en uppercuts, om vervolgens (na hooguit een uur durend staakt-het-vuren) de slaapkamerdeur weer in te trappen en alles te doen vergeten met de simpele zin: ‘Hé lelijkerd, ik heb snoep. Wil je ook wat?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next