Na een maand uitstel, bovenop decennia wachten komt de moord op vier Nederlandse journalisten in El Salvador in 1982 dinsdag eindelijk voor de rechter: een bijzonder moment voor beide landen. Vier vragen over de moord, de nasleep en de rechtszaak.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
Koos Koster, Jan Kuiper, Joop Willemsen en Hans ter Laag maakten in 1982 een reportage voor de toenmalige omroep Ikon over de burgeroorlog in El Salvador. Dit bloedige conflict tussen de rechtse junta en de linkse guerrillabeweging FMLN verscheurde het Centraal-Amerikaanse land. Regeringstroepen gebruikten op grote schaal grof geweld tegen de bevolking, die veelal de rebellen steunde. De oorlog hield meer dan twaalf jaar aan en kostte naar schatting aan ongeveer 75 duizend mensen het leven.
De journalisten wilden het verhaal van beide kanten laten zien. Ze portretteerden een gezin uit de hoofdstad San Salvador, onder controle van de regering, en een boerenfamilie op het platteland, in handen van de FMLN. Op 17 maart zouden de vier onder begeleiding van FMLN-leden het boerengezin bezoeken. Ze hadden een ontmoetingsplek afgesproken in de buurt van de stad Chalatenango. Daar lagen soldaten in een hinderlaag, die hen met kogels doorzeefden. Het motief voor de moord is nooit opgehelderd.
Het nieuws over de gedode televisieploeg maakte veel los in Nederland. Er vonden demonstraties en rellen plaats bij het Amerikaanse consulaat op het Museumplein vanwege de Amerikaanse steun aan de junta. De VS leverden miljarden aan geld, wapens en training aan het Salvadoraanse regeringsleger, omdat ze – tegen de achtergrond van de Koude Oorlog – de linkse rebellen als een communistische dreiging zagen.
In eerste instantie was de lezing van de junta dat de vier het slachtoffer waren geworden van een confrontatie tussen guerrillastrijders en militairen. Nederlands onderzoek, bemoeilijkt door El Salvador en de Verenigde Staten, kon niet bevestigen of het een hinderlaag of een ongeluk betrof. Volgens critici deed de Nederlandse overheid te weinig om de onderste steen boven te krijgen, uit angst Amerikaanse medeplichtigheid te ontdekken en daarmee de onderlinge relaties nog verder onder druk te zetten.
Pas na de oorlog kwam er nieuwe informatie vrij. Een VN-commissie die onderzoek deed naar Salvadoraanse oorlogsmisdaden stelde in 1993 vast dat de journalisten in koelen bloede waren vermoord. Kolonel Mario Adalberto Reyes Mena had soldaten het bevel gegeven zich rondom de ontmoetingsplek in te graven en het vuur te openen zodra er contact was tussen de journalisten en de rebellen. Juridische vervolging was op dat moment onmogelijk vanwege een nieuwe amnestiewet.
Toen die amnestiewet in 2016 werd afgeschaft, grepen nabestaanden en Salvadoraanse mensenrechtenorganisaties de kans om de zaak weer onder de aandacht te brengen bij het OM en officieel aangifte te doen. Na de arrestatie van twee verdachten in 2022 besloot het Salvadoraanse OM in 2024 over te gaan tot vervolging.
De zaak zou eind april beginnen, maar werd op het laatste moment uitgesteld, omdat de advocaat van een van de verdachten een medische ingreep moest ondergaan. Dit leidde tot grote frustratie bij de nabestaanden, die vrezen dat de tijd door hun vingers glipt. De legerleider en commandant die direct verantwoordelijk waren voor de hinderlaag leven niet meer, en de andere verdachten zijn op leeftijd.
De zaak betreft drie centrale verdachten van de moord. De voormalige minister van Defensie José Guillermo García en de voormalige chef van een speciale politie-eenheid, Francisco Antonio Morán, zouden direct betrokken zijn geweest bij de opdracht tot de moord. García en Morán verblijven in Salvadoraanse detentie, maar zijn vanwege hun slechte gezondheid niet in de rechtszaal aanwezig.
Oud-kolonel Mario Adalberto Reyes Mena is de hoofdverdachte. Hij verblijft al lange tijd in de VS. De hoop is dat een veroordeling zijn uitlevering zal versnellen.
De zaak moet in een keer worden behandeld. In een meerdaagse marathonsessie worden alle bewijsstukken voorgelezen en komen de advocaten en de openbaar aanklager aan het woord, waarna de jury en vervolgens de rechter direct uitspraak doen. Er is geen ruimte voor hoger beroep. De nabestaanden die voor de zaak naar El Salvador zijn afgereisd, zullen in de rechtszaal aanwezig zijn en reikhalzend uitkijken naar het vonnis.
Salvadoraanse media volgen de zaak op de voet. Veel mensen zien de journalisten als helden die het echte verhaal van de burgeroorlog probeerden te vertellen, en de moord als ultiem voorbeeld van de misdaden van de junta. Bovendien is dit de allereerste zaak over oorlogsmisdaden die voor de rechter komt. Het is een soort testcase, die hopelijk de weg vrij zal maken voor honderden andere zaken en zo een einde kan maken aan decennia van straffeloosheid.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast ‘de Volkskrant Elke Dag’. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant