Bubble tea is veel meer dan een hip, kleurrijk drankje dat goed scoort op sociale media. Het Oost-Aziatische drankje heeft haar wortels in een rijke culinaire traditie en staat symbool voor de grote Chinese innovatiedrang, stelt culinair journalist Emma de Thouars.
‘Waar komt de populariteit van die veel te dure bubble tea toch vandaan? Is het soms de pretparkificatie van de koffiecultuur? Of is het misschien Chinese propaganda? En o ja, is het überhaupt te drinken?’
Dit soort opmerkingen lees ik geregeld op sociale media. Op het eerste gezicht zijn ze wellicht onschuldig, maar ik merk dat ik er over blijf nadenken. Er schuilt namelijk een hoop culturele ongevoeligheid in. Het subtiele soort, dat ik regelmatig tegenkom. Vaak van mensen die geen kwaad in de zin hebben, maar zich ook niet bewust zijn van het effect van hun woorden. En elke keer dat iemand zoiets leest, er misschien om lacht, wordt dit soort eurocentrisch denken weer bevestigd.
Vorig jaar nog ontstond ophef op internet over twee witte ondernemers die in het Canadese programma Dragons’ Den hun versie van bubble tea pitchten. Een gezondere rebranding van ‘dat suikerige drankje dat niet goed voor je is, en waarvan je nooit precies weet wat erin zit’, stelde een van de eigenaren. Zonder hierbij enig verband te leggen met de Taiwanese oorsprong van het drankje te noemen.
Balen voor hen dat de Taiwanees-Canadese acteur Simu Liu in het panel zat en deze culturele toe-eigening meteen afschoot. De manier waarop de witte eigenaren de oorspronkelijke bubble tea afschilderden, ondermijnt de Taiwanese cultuur. Daarnaast laat het een gebrek aan kennis zien. Hoog tijd dus voor een geschiedenisles.
Bubble tea of boba vindt zijn oorsprong in de Taiwanese stad Tainan. De klassieke versie, die zo rond 1980 opkwam, bestaat uit thee, melk, suiker en tapiocaparels (gelatineachtige balletjes gemaakt van tapioca), vaak opgewarmd in bruinesuikersiroop.
Tainan staat onder Taiwanezen bekend als dé stad voor fijnproevers en om het feit dat het eten er zoeter is dan in de rest van het land. Veel Taiwanese gerechten zijn sowieso al redelijk zoet. Vooral de boba met bruinesuikersiroop kan dus aan de zoete kant zijn, maar je kunt het ook met minder suiker bestellen. Dat deed ik in ieder geval toen ik er was.
Door heel Taiwan vind je inmiddels zaakjes met allemaal hun eigen specialiteit. Bij tea shops kun je terecht voor de klassieke boba. Vaak kun je hierbij kiezen uit veel verschillende theesoorten, allemaal van krankzinnig goede kwaliteit. In de Taiwanese hitte ga ik ook erg goed op een ‘iced oolong no sugar’. ‘High mountain oolong’ is het meest verfijnd en daarmee de trots van Taiwan.
Een Taiwanese vriendin wees mij op het bestaan van ‘milk shops’, iets anders dan een tea shop. Hier vind je onder in je drankje geen tapioca, maar andere chewy balletjes. Op basis van taro of honing bijvoorbeeld. De keuze is dus reuze, maar toen ik er zelf op reis was zag ik de klassieke milk tea het meest voorbijkomen?
De drankjes worden in Nederland vaak verkocht door mensen met een Taiwanese afkomst, of met een Chinese. Het jaar nadat ik Taiwan bezocht, reisde ik drie maanden door China. M’n drankjesverwachtingen waren al hoog, maar werden elke dag weer overtroffen. Ik proefde dingen waarvan ik vooraf niet eens kon bedenken dat je het in een drankje kon doen. Drankjes met gefermenteerde rijst, vloeibare mochi, tofu, grass jelly, custardpudding, rode rijst en aardappel (!). Toen de temperatuur begon te dalen, bestelde ik seizoensspecials zoals warme thee met jujube, peer en kaneel.
Herhaaldelijk krijg ik de vraag hoe ik het wegkreeg, al die ‘hysterisch zoete meuk’. Maar dat is juist het mooie van Chinese drankjes: ze zijn eigenlijk nooit te zoet (hetzelfde geldt overigens voor Chinese desserts). De drankjes zijn soms kleurrijk en ook weleens voorzien van een flinke laag roomkaas of slagroom erbovenop. Ik dacht vooraf ook altijd dat het te heftig zou zijn, maar dat was het nooit. De toppings waren naast romig ook altijd luchtig en fris en contrasteerden perfect met de kwaliteitsthee waarop ze dreven.
In China bevond ik me drie maanden lang in de hemel. Elke dag probeerde ik iets nieuws. Als buitenstaander is de drankjescultuur daar voor mij bijzonder. Maar als ik aan Chinezen vroeg hoe die tot stand is gekomen, haalden de meesten hun schouders op. Ze kunnen zich een wereld zonder milk of tea shops niet voorstellen. Drankjes zijn zo’n vanzelfsprekend onderdeel van hun leven dat ze er niet eens over nadenken.
Zelf vermoed ik dat de drankjescultuur een gevolg is van twee aspecten die inherent zijn aan Chinese cultuur: een eeuwenoude theecultuur en het vermogen om in een rap tempo te ontwikkelen.
Het belang van thee is in China overal te zien. Toen ik Chinese lessen volgde in Chengdu vond ik niets lekkerder dan neerstrijken in een van de vele theehuizen die de stad telt. Bij aankomst krijg je het theemenu in je handen gedrukt en heb je keuze uit soms wel twintig soorten. Je neemt plaats op een oncomfortabele bamboestoel en betaalt een paar euro. In ruil daarvoor ontvang je een glas, jouw thee naar keuze en een enorme thermoskan die onbeperkt wordt bijgevuld.
Ik las er in mijn eentje een boek. Daarmee was ik de uitzondering. Theehuizen zijn vooral een laagdrempelige manier voor mensen om samen te komen. Mensen nemen hun eigen eten mee en brengen er uren door met familie of mensen uit de buurt.
In de zuidelijke provincie Yunnan vind je om de honderd meter een winkel gespecialiseerd in thee die uit de heuvels van Pu’er komt. Voor velen de heilige graal als het gaat om thee. De prijs van de briketten (je koopt de thee meestal in deze samengeperste ronde schijven) kan oplopen tot wel een paar honderd euro.
Veel hotels verwelkomen je bij aankomst met een theeceremonie en op de meeste kamers staat een theeset. Als die er niet staat, vind je op zijn minst een waterkoker met daarnaast losse theebladeren. Nooit theezakjes zoals wij die kennen. Chinezen weten wel beter.
Op elk treinstation staan grote tanks met heet water. Mensen nemen hun eigen thermosbeker met thee erin mee en vullen die gedurende de dag bij. In de trein zelf kun je ook heet water tappen. Ook het bekende fenomeen dimsum draait om thee. Mensen denken vaak dat dimsum een synoniem is voor dumplings, maar het is de benaming van het eetmoment, vaak aan het einde van de ochtend.
In de provincie Guangdong, waar dimsum vandaan komt, heet deze maaltijd yum cha. Dit betekent letterlijk ‘theedrinken’. Het eerste wat er gebeurt als je gaat dimsummen, is dat je een thee uitkiest en die wordt ingeschonken, de rest volgt later.
Toen ik tien jaar geleden voor het eerst in China kwam, moest ik het doen met traditionele thee en de Starbucks. Tijdens die reis maakte ik ook een treinrit van 24 uur waarna ik me nog steeds in dezelfde provincie bevond. Een decennium later is dat ondenkbaar, door de hogesnelheidslijn die de provincies in het enorme land met elkaar verbindt. In een land dat zich zo snel ontwikkelt, kan thee niet achterblijven.
De enige Chinese persoon die ooit antwoord gaf op mijn vraag waarom de drankjescultuur zo groot en innovatief is, verklaart dat door de neiging van Chinezen altijd de beste te willen zijn. De competitie is moordend, en dus moet je elke keer weer iets nieuws verzinnen om relevant te blijven.
Dat klinkt logisch, al helemaal als je het gemak van veel dingen in China van dichtbij hebt meegemaakt. Chinese hotels hebben bijna allemaal een grote kast waar pakketjes voor gasten in worden gezet. Wat je ook wilt, of het nou een koffer, een rol plakband of een schaal vol fruit is, in China wordt het binnen een halfuur bezorgd. Met de snelheid, technologie en het grote aanbod waar Chinezen, met name in grote steden, aan gewend zijn, kom je niet weg met een middelmatig drankje.
Dat bubble tea je smaak niet is, snap ik. De meeste mensen die ik ken gruwelen van ‘parels’ of jelly. Die parels kunnen tapioca zijn, maar ook stukjes (fruit)gelei of bijvoorbeeld kleefrijstballetjes die als verrassing door het dikke rietje je mond in schieten.
Maar veel Oost-Aziatische culturen kennen andere structuren dan wij gewend zijn. Bij ‘ons’ is vlees vaak medium rare en moet het zacht en mals zijn. In China houdt men juist van een taaiere structuur en is iets als rauw vlees ondenkbaar (op een paar uitzonderingen na, in Yunnan heb je bijvoorbeeld varkenssashimi).
Zo heb ik in een hotpotrestaurant op een stuk kraakbeen zitten kauwen dat volgens iedereen om mij heen het lekkerste stukje van de kippenvoet was. Ik snapte er niks van en kwam er niet doorheen. Maar het heeft me wel veel geleerd over het Chinese culinaire palet van smaken en structuren.
Chinezen zijn over het algemeen erg fan van de textuur die zij ‘Q’ noemen. Het is een lastig te vertalen term, maar betekent zoiets als zacht, maar wel met een bite. Noedels kunnen aan deze textuur voldoen (Q wordt ook weleens vergeleken met ‘al dente’), visballetjes zijn ook erg Q, net als tapiocaballetjes.
Dat iets een jonge doelgroep aanspreekt of een trend is op sociale media, lijkt voor veel mensen een reden om zich niet te verdiepen in de herkomst van zo’n trend. Zeker niet als deze zich buiten het Westen afspeelt. Het lijkt alsof mensen dan eerder met een ironische blik kijken naar waarom iets populair is – aan de goede kwaliteit zal het wel niet liggen. Een soort ‘wat de boer niet kent dat vreet-ie niet’.
Het is nogal een cynische manier om naar eetcultuur en consumptiegedrag te kijken. En natuurlijk is bepaald consumptiegedrag enorm uit de hand gelopen en gaan de meest middelmatige dingen viraal, maar dat betekent niet dat je alles daarop kunt platslaan.
Sinds het derde seizoen van The White Lotus vergelijk ik bubble tea met Lalisa Manobal, de actrice die Mook speelt. Bij een groot deel van de wereldbevolking is zij beter bekend als Lisa van de Zuid-Koreaanse vrouwenpopgroep Blackpink. En dat terwijl het gros van de westerse kijkers waarschijnlijk vóór de eerste aflevering nog nooit van haar had gehoord. Blackpink is een van de grootste K-popgroepen en hoewel K-pop op steeds meer plekken populair wordt, is het bij ons nog allesbehalve mainstream. Het is voor ons dus moeilijk voor te stellen dat Lisa in veel Aziatische landen een begrip is, zeg kaliber Taylor Swift. Manobal is met afstand de grootste ster van The White Lotus, maar wij hadden geen idee.
Hetzelfde gevoel krijg ik als ik met een drankje in mijn hand door een grote Chinese stad loop. Of eigenlijk daarvoor al, als ik in de rij sta om te bestellen. Voor mij is elke bestelling nieuw en spannend. Ik neem het menu zorgvuldig door, in de meeste gevallen kan dit gelukkig met de vertaalfunctie in WeChat of Alipay. Kan ik hier beter een fruitig slushy-achtig drankje nemen of toch een tripple matcha met tofu erin?
Voor mij ziet het eruit alsof de gemiddelde local z’n keuze makkelijker maakt. Die weet waarschijnlijk door jarenlange ervaring inmiddels precies welk drankje bij welke keten als beste uit de test komt. De drankjes zijn een vanzelfsprekend gegeven in iemands leven en in de cultuur.
Bij ons zijn ze dat niet, en zullen ze dat misschien ook nooit worden. De drankjes zijn hier nogal aan de prijs. Ingrediënten van goede kwaliteit zijn in Nederland nu eenmaal iets duurder. Zolang je 7 euro voor een taro boba (bubble tea op basis van taro, een paarse, zetmeelrijke groente) neer moet leggen, zal het voor de meeste mensen nooit iets worden wat ze elke dag tijdens de lunchpauze halen.
De vraag of de drankjes überhaupt lekker zijn, impliceert dat veel mensen er nog nooit eentje hebben geproefd. Ik raad iedereen aan om dat eens te doen. Bestel bij Tea Guys (Amsterdam en Utrecht) de taro coconut met tapioca (50 procent suiker, 100 procent ijs) of bij Tea Stories (Amsterdam en Eindhoven) de zwarte sesam of hojicha salted vanilla latte. Die zijn allebei ook warm heel lekker.
Als je niet van Q houdt, kun je het drankje ook bestellen zonder bubbels of andersoortige flubbers. Zo ben ik groot fan van de frisse vlierbloesemijsthee met lychee van Nomu in Amsterdam. Mocht het niks voor jou zijn, prima. Maar wees dan gewoon blij voor alle mensen die wel genieten van hun Instagrammable dure drankje met een verrassend betekenisvolle culinaire achtergrond.
Dit is een bewerkte versie van een artikel dat Emma de Thouars eerder schreef en publiceerde op haar Substack.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant