Home

‘Ik dacht: hoe kan ik ooit een moordenaar in de ogen kijken?’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Aïsha Yildiz (55) leerde tijdens haar eerste grote rechercheonderzoek: ik kan dit.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Het was mijn eerste grote moordonderzoek. Uit een zijarm van de Nieuwe Waterweg in Maassluis hadden collega’s een kleine Ford Escort opgetakeld. Ze schrokken zich rot: op de achterbank zat, klemvast, een zwaarlijvige vrouw. Ze was verdronken onder verdachte omstandigheden. De auto was in het water gereden terwijl haar man erbij stond te kijken.

‘Die echtgenoot verklaarde dat hij die avond met zijn vrouw bij Seats and Sofas een bankstel was gaan bekijken. Het stel bleek in scheiding te liggen, dan is het best raar als je samen een bank gaat kopen. Bovendien was de winkel op dat tijdstip allang gesloten. En die man had zijn auto, een automaat, niet op P gezet nadat hij hem op de hellende kade had geparkeerd.

‘Het werd nog gekker. De verdachte was begrafenisondernemer. In zijn huis vonden we een handgeschreven grafrede, geschreven door hemzelf, voor de uitvaart van zijn vrouw. Echt bizar! Terwijl hij na zijn aanhouding niet meer thuis was geweest, dus die lag vóór haar overlijden al klaar.

‘We vonden er ook afscheidsbriefjes van het personeel, terwijl uit handschriftonderzoek bleek dat die ook door de verdachte waren geschreven. En er lag een bestelbriefje voor de grafbloemen die de verdachte al voor de begrafenis had uitgezocht.

Slaande ruzie

‘Ook vonden we afschriften van de levensverzekering die hij op zijn vrouw had afgesloten, en bewijs van de schulden die hij had. Bovendien kwamen uit buurt- en familieonderzoek aanwijzingen dat hij en zijn vrouw vaak slaande ruzie hadden en dat hij van de mannenliefde was – ook een mogelijk motief. En collega’s van Jeugd en Zeden meldden vermoedens van incestueus gedrag.

‘De verhoren met deze man, die ik allemaal heb bijgewoond, gingen heel moeizaam. Hij wilde niets zeggen, zat er stoïcijns bij en keek weg als we hem aankeken. Over die grafrede voor de begrafenis van zijn vrouw verklaarde hij slechts: ‘Ik ben uitvaartondernemer, dus zo gek is dat niet.’

‘Het was de eerste keer dat ik een sectie moest bijwonen om aantekeningen te maken. In het mortuarium lag het kolossale lijf van die vrouw op een tafel. De geur van een lichaam dat wordt opengesneden is heel onaangenaam, het ruikt naar bederf. Op een gegeven moment zei de patholoog: ‘O jee, ze is nog zwanger ook.’

Dat bleek later niet het geval, maar die uitspraak, op dat moment, vond ik ontzettend heftig. In kleine stapjes liep ik steeds dichter naar die tafel, totdat ik er met mijn neus bovenop stond.

Verdacht van kindermisbruik

‘Wat ik van deze zaak heb geleerd, is: die geur, het zicht: ik kan daar tegen. Het was mijn eerste grote moordonderzoek, ik was nog hartstikke jong en dacht tot die tijd: het lukt me nooit om zonder flauwvallen zo’n sectie bij te wonen. Het lukt me nooit om naar iemand te luisteren die wordt verdacht van kindermisbruik. Het lukt me nooit om iemand te verhoren die wordt verdacht van de moord op de moeder van zijn kinderen. Hoe kan ik ooit een moordenaar in de ogen kijken?

‘Maar ik kon het allemaal. Ik kon bij die sectie staan kijken, ik ging gewoon rustig met die verdachte in gesprek. Ik zat daar tijdens die verhoren niet met afschuw, maar stelde kalm mijn vragen en bleef, ondanks zijn tegenwerking, heel rustig en beleefd. Toen wist ik: ik kan dit recherchevak aan.

‘En nog iets: die man werd aanvankelijk veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Een ooggetuige had gezien hoe de auto het water inreed terwijl die man niet ingreep, maar kon niet gedetailleerd vertellen waar hij precies stond en wat hij precies deed. Zijn verklaring bij een psycholoog onder hypnose is in hoger beroep verworpen.

Radertje in het geheel

‘Dat heb ik ook van deze zaak geleerd: ik lig daar niet van wakker. In mijn ogen klopt die vrijspraak niet. Ik denk nog steeds dat die man willens en wetens zijn vrouw heeft vermoord. Maar ik heb mijn werk gedaan, en dan is het klaar.

Of je nou rechercheur bent of officier of patholoog – je bent een radertje in het geheel, een onderdeeltje van een grote legpuzzel. Daarna is het aan rechters om erover te oordelen. Als die het bewijs anders wegen dan wij, dan is dat zo. Dat is een stukje zelfbescherming, anders krijg je frustraties en een burn-out. Ik leg dat naast me neer.

‘Wat me wel heeft geraakt, waren de kinderen die we in zijn huis aantroffen, vier of vijf kleutertjes en peutertjes. Dat een man en vrouw elkaar de tent uitvechten, gebeurt ontzettend vaak. Maar die kindertjes kunnen er helemaal niks aan doen. Die hadden ineens geen moeder meer, en een vader die vastzat. Zo jong nog – die gaan dan allemaal naar opvanghuizen. Dát vind ik echt heel erg.’

Om veiligheidsredenen is de naam van deze politievrouw gefingeerd. Haar naam is bekend bij de redactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next