De Nederlandse Moslim Omroep (NMO) bestond tussen 1993 en 2010 en werd geleid door een directeur die een angstcultuur in stand hield. In de podcast Onaantastbaar onderzoeken de makers hoe dit mogelijk was, en waarom er zo lang werd gezwegen.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Hoe kon een man die volgens talloze medewerkers en betrokkenen jarenlang misbruik maakte van zijn macht, ongestoord aan de top blijven bij een van de publieke omroepen? Dat was de belangrijkste vraag voor de makers van Onaantastbaar, een podcastserie van NTR en NPO Radio 1 over de opkomst en ondergang van de Nederlandse Moslim Omroep (NMO).
Met acht afleveringen van ruim een uur (de negende slotaflevering wordt later gepubliceerd) wordt aan de hand van diepgravend onderzoek een ontluisterend beeld geschetst van de gang van zaken bij de NMO. Zoals we horen in de opening van de podcast: ‘Dit is een verhaal over macht en onmacht, over helden en meelopers, en wat er gebeurt als mensen zonder moreel kompas door niemand worden tegengehouden.’
Tussen 1993 en 2010 maakt de NMO wekelijks programma’s voor de publieke omroep. Vooral de koers onder leiding van Frank William, tien jaar lang directeur, is opvallend, omdat er alle vrijheid is om taboes te doorbreken, waarbij ook opiniemakers als Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali de kans krijgen om hun kritiek op de islam te uiten.
William werd daardoor een graag geziene gast in Hilversum, maar achter de schermen van de omroep doemt een ander beeld op, zo horen we in Onaantastbaar. Zo vertellen bronnen dat hij jarenlang een angstcultuur in stand hield. Bovendien zou hij zich jarenlang schuldig hebben gemaakt aan machtsmisbruik op de werkvloer, seksuele intimidatie en dreigingen met fysiek geweld.
Getuigen vertellen over een bedreiging van een medewerker met een honkbalknuppel. Tegen een werknemer die een bordje eten meenam naar de montageruimte zou hij hebben gezegd: ‘Als je dat nog één keer doet, dan verkracht ik je ter plekke.’
In 2007 moest William uiteindelijk vertrekken, waarna hij in 2009 werd opgepakt op verdenking van misbruik van omroepgeld. Voor de NMO werd een jaar later faillissement aangevraagd, als eerste publieke omroep ooit.
Makers Jair Stein, Jan Maarten Deurvorst en Huda Rais werkten ruim drie jaar aan hun serie, spraken ruim 150 betrokkenen en duikelden talloze vertrouwelijke rapporten op. Voor Deurvorst begon de fascinatie voor de NMO jaren geleden met gedoe over een postvakje, vertelt hij samen met zijn collega’s aan zijn keukentafel: ‘Op een gegeven moment vroeg de eindredacteur of ik mijn bijdragen niet meer per post wilde sturen. Het was beter om ze persoonlijk af te leveren omdat de directeur af en toe dingen stal uit haar postbakje. Toen dacht ik al: wat is hier in hemelsnaam aan de hand?’
Voor Stein ontstond het idee twintig jaar geleden in de trein naar het Mediapark, waar hij werkte voor de VPRO. In de trein sprak hij in die tijd met journalisten voor wie hun baan bij de NMO vaak de eerste was. ‘Ze begonnen met grote idealen, om in een tijd van een doorlopend negatieve pers over de islam een ander verhaal te kunnen vertellen.
Bij de NMO was ruimte om te laten zien dat het beeld positiever en rijker kon zijn dan het op televisie vaak geschetste beeld van fundamentalisme en terreur, juist ook in een tijd van de opkomst van populistische partijen. Er waren debatprogramma’s waarin maatschappelijke discussies werden gevoerd, en documentaires en reportages die een ander beeld gaven van moslims in Nederland.’
Stein: ‘Gaandeweg hoorde ik steeds meer krankzinnige verhalen van de werkvloer. Ik wilde daarom jaren geleden al in dit onderwerp duiken, maar toen bleek het allemaal nog enorm gevoelig te liggen. Inmiddels snap ik heel goed waarom het zo lang duurde voordat iemand durfde te praten: de angst zat heel diepgeworteld, en het onderlinge wantrouwen was groot.’
En dan waren er nog de eigen blinde vlekken van de makers. Stein: ‘Vooral omdat we toch dingen gaan zeggen en uitzoeken over mensen met een islamitische achtergrond. Dat was een van de redenen dat we Huda erbij hebben gevraagd. Zij is een fantastische researcher, maar ze heeft ons ook voortdurend gecorrigeerd. Daarnaast hadden we ook een luisterpanel, bestaande uit mensen met verschillende achtergronden, zodat we voortdurend konden checken of we niet te veel van onze eigen werkelijkheid uitgingen.’
Rais: ‘Bij mij thuis werd vroeger af en toe gekeken naar de NMO. Normaal gesproken doe ik heel ander werk, tot ik een jaar of tien geleden ontdekte dat ik researchen heel erg leuk vind. Dat ben ik sinds een aantal jaar naast mijn werk gaan doen. Ik werd voor deze podcast in eerste instantie ingehuurd voor dertien dagen research, maar dat is tweeënhalf jaar later een beetje uit de hand gelopen.’
Voor de drie makers was de grootste uitdaging vooral hoe ze het vertrouwen moesten winnen van betrokkenen uit de tijd van de NMO. Stein: ‘Ik begon vooral met mensen die niet meteen de hoorn erop gooiden, mensen met wie ik af en toe nog goed contact had. De meeste mensen vroegen wel waarom ik hier in vredesnaam iets over wilde maken. Maar eenmaal begonnen, hielden ze niet op met praten.’
Rais: ‘Ik heb veel ruw interviewmateriaal teruggeluisterd, en toen merkte ik al dat mensen zich eigenlijk pas gaandeweg het gesprek realiseerden hoe diep dit allemaal zat. Zoals oud-NMO-medewerker Sinan Can ons zei: je kunt iets pas verwerken als het verhaal verteld is.’
Deurvorst: ‘Veel mensen wilden überhaupt niet meewerken, dat kostte veel moeite.’
Stein: ‘We moesten keer op keer zo zorgvuldig mogelijk duidelijk maken wat precies de relevantie was van dit verhaal.’
Rais: ‘Los van die relevantie gaat het hier ook om slachtoffers. Daar moet je goed op letten, zeker met vrouwen die seksuele intimidatie op de werkvloer hebben meegemaakt. We maakten best vaak mee dat iemand wilde meewerken, maar zich na een nachtje slapen bedacht.’
Stein: ‘Het is best vervelend om de betrokkenen zo’n tijd te laten herbeleven. Ik hoor nu ook van mensen die de podcast luisteren dat er allemaal nare herinneringen terugkomen. Terwijl: toen we ze interviewden, wisten ze in eerste instantie vaak weinig meer, of hadden ze het meeste verdrongen.
‘Wat ons ook opviel was dat veel betrokkenen overtuigd waren van hun eigen rol in het geheel, terwijl wij in mailwisselingen en documenten konden laten zien dat hun rol op die werkvloer anders was, vaak net wat minder heldhaftig dan ze zelf dachten. Het geheugen is mensen toch vaak te goedgezind. Voor mij was dat het droevigste inzicht van veel interviews: op een gegeven moment begon ik echt te snakken naar mensen met zelfreflectie.’
Naarmate ze meer mensen spraken, werd de centrale onderzoeksvraag voor de makers steeds duidelijker: hoe kon deze cultuur zo lang voortbestaan, en waarom greep niemand in?
Stein: ‘Wat we ons al snel zijn gaan afvragen, is of Frank William zo lang kon blijven zitten omdat hij te boek stond als progressieve moslim, die veel deed voor de integratie; iemand die dus eigenlijk werd gezien als onmisbaar op die positie. We zijn jaren bezig geweest om te achterhalen of hij daarom werd beschermd door mensen met macht.’
Maar of William nu werd beschermd of niet, de medewerkers hadden duidelijk de indruk dat hij zich onaantastbaar waande. Stein: ‘Bij de NMO zag je vooral mechanismen van verdeel en heers, waarbij werknemers tegen elkaar werden opgezet door de leiding en elkaar niet vertrouwden.
‘En dat allemaal zonder dat ze vaak wisten wat er daadwerkelijk allemaal speelde op de werkvloer, en vergaten dat er iemand aan de top stond die dit alles orkestreerde.’
Rais: ‘We moeten in dat opzicht blijven benadrukken dat het bij één iemand is begonnen. En toch is ons in alle interviews steeds weer opgevallen dat de grens tussen goed en slecht in dit verhaal vaag is: er zijn helaas geen herkenbare helden in capes en boeven in streepjespak.’
Door al die gesprekken met betrokkenen en het opvragen van talloze documenten, stuitten de drie makers steeds op nieuwe ontdekkingen, waardoor ze al snel extreem veel materiaal hadden. En dat terwijl William, ondanks herhaaldelijke pogingen, weigerde te reageren.
Stein: ‘Onze hoofdpersoon is een gat in het midden van de podcast. Daarom kwamen we tot de conclusie dat we zelf een rol in de podcast voor onze rekening moesten nemen, ook omdat er nauwelijks scènes zijn in het hier en nu. Het enige wat nu gebeurt, is dat wij gaan zoeken. Dat werd vanzelf interessant, omdat we bij elke zoektocht weer op nieuwe dingen stuitten waarvan we dachten: Jesus Christ!’
Rais: ‘Uit elke kast kwam wel weer een nieuw lijk rollen.’
Stein: ‘Hoe meer je graaft, hoe meer vragen je krijgt en hoe minder je weet. Als ik Jan Maarten niet had gehad, zat ik waarschijnlijk nog steeds in de researchfase. Ik heb zelf de neiging om heel lang in een soort verzamelwoede te zitten, en dat heeft Huda ook.’
Rais: ‘Ik vind het nog steeds frustrerend dat ik niet alles weet: we hebben talloze zijpaden onderzocht, en daardoor ook veel moeten laten liggen. Maar dit hele onderzoek was tegelijkertijd óók heel spannend, zeker omdat we steeds weer nieuwe stukjes informatie vonden en eigenlijk voortdurend dingen bleven opnemen. Het was alsof we met z’n drieën in een detectiveserie waren beland.’
En toch bleef zorgvuldigheid het sleutelwoord. Rais: ‘Ik hoop vooral dat getraumatiseerde betrokkenen niet worden overvallen of gekwetst. Dat vind ik eigenlijk belangrijker dan dat mensen op een positieve manier uit de podcast komen. Maar wat we ook doen, we kunnen niet voorkomen dat mensen boos worden.’
En dan is er nog het grootste open eind, in de persoon van William. Het is de belangrijkste reden dat het drietal de negende aflevering nog even openhoudt. Stein: ‘We staan nog steeds open voor zijn verhaal. We gaan hem ook echt niet alleen maar nare, confronterende vragen stellen: we zijn nieuwsgierig naar zijn leven en hoe hij naar de dingen kijkt.’
Rais: ‘Veel staat vast, maar waarom en hoe William tot zijn daden is gekomen, en vooral hoe hij daar nu op reflecteert: dat wil ik nog steeds héél graag weten.’
Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant