Home

Plasticrecyclers verzuipen, maar het kabinet werpt geen reddingsboei toe: is er een weg uit de crisis?

Nederland wil meer plastic recyclen en toch vallen de recyclebedrijven bij bosjes om. Het kabinet is nog niet bereid in te grijpen en hoopt dat het bedrijfsleven zelf met oplossingen komt. Is er nog hoop voor de Nederlandse plasticrecycling?

is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.

De braaf gescheiden broodzak, het bij de milieustraat ingeleverde lekke opblaaszwembadje, de dakgoot van een gesloopt huis. Nederland wil veel meer van dit soort plasticafval zelf recyclen, in plaats van het te verbranden of naar het buitenland te exporteren. Noem het milieubeleid, noem het strategisch hergebruik van grondstoffen of noem het netjes omgaan met je eigen troep.

Des te opmerkelijker dat het ene na het andere recyclebedrijf omvalt. En dat al meer dan een jaar lang.

Je kunt gerust spreken van een crisis in de Nederlandse plasticrecycling. Maar in plaats van een reddingsboei toe te werpen, trok het kabinet er dit voorjaar een weg: het schrapte de plicht voor plasticbedrijven om minimale hoeveelheden gerecycled materiaal te gebruiken.

Het bedenken van een uitweg uit deze crisis heeft het kabinet uitbesteed aan het bedrijfsleven. Kunststoffabrikanten, verpakkingsproducenten, levensmiddelenbedrijven en afvalverwerkers onderhandelen op dit moment over een akkoord om de recycling van plastic uit het slop te trekken. Deze zogeheten ‘Circulaire Plastic Tafel’ moet in juni zijn eerste voorstellen op papier hebben. Hoe zijn we hier beland? En kan deze tafel echt met de oplossing komen?

1. Recyclebedrijven in crisis

Het was een van de spraakmakendste faillissementen van vorig jaar: die van Umincorp, gevestigd in Rotterdam en Amsterdam. Dit innovatieve bedrijf gebruikte een soort zwembad voor plasticsnippers, om huishoudelijk plasticafval te scheiden op basis van verschillen in drijfvermogen. Zo kregen de kleurrijke snippers uiteindelijk een nieuw leven als verpakking, auto-interieur of bloembakje.

Plastic recyclen is een lastige business, had de onderneming al ondervonden in de meer dan tien jaar dat ze actief was. Recyclers moeten zich staande zien te houden in de marktgedreven plastichandel, met sterk schommelende prijzen en bescheiden marges.

De druppel was een scherpe prijsdaling van nieuw, fossiel plastic uit met name China en de Verenigde Staten na het einde van de coronacrisis. Daar konden de gesorteerde snippers oud plastic van Umincorp – klaar om te worden omgesmolten tot nieuwe producten – qua prijs niet tegenop boksen. Het bedrijf ging over de kop.

Dit bleek slechts het startschot. Meer dan tien plasticrecyclers gingen sindsdien failliet of sloten vestigingen, bijna allemaal omdat ze niet konden concurreren met nieuw plastic. Volgens de Vereniging Afvalbedrijven is Nederland ongeveer een derde van zijn recyclecapaciteit verloren. De duurzame ambities van Nederland – ‘volledig circulair in 2050’ – ogen met de maand wankeler.

Vooral jonge, sterk gespecialiseerde bedrijven

Kim Ragaert, hoogleraar circulair plastic aan de Universiteit van Maastricht, was verrast door het tempo van de faillissementen. ‘Ik vind het beangstigend’, zegt ze. ‘Het optimisme dat ik begin vorig jaar nog had, heeft een deuk gekregen.’

Het waren vooral jonge, vaak sterk gespecialiseerde bedrijven die het loodje hebben gelegd, zegt Harold de Graaf. Hij is directeur van de Federatie Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie (NRK), die ook recyclebedrijven in de achterban heeft. Grote, meer gevestigde afvalbedrijven, zoals Renewi en Veolia, zijn minder kwetsbaar. Al is het maar omdat ze meer soorten afval verwerken dan plastic.

Toch baart het wegvallen van al die ondernemingen De Graaf zorgen. Nederland moet niet alleen méér kunnen recyclen. Er zijn ook nieuwe technologische innovaties nodig om de kwaliteit van het gerecyclede materiaal te verhogen, bijvoorbeeld door beter te sorteren.

Levensmiddelenbedrijven als Unilever klagen niet voor niks dat ze moeite hebben om gerecycled plastic te vinden dat zuiver genoeg is voor hun verpakkingen. De investeerders die nodig zijn om geld te steken in betere technologieën, zijn door alle malaise alleen maar huiveriger geworden om geld in recycling te steken, ziet De Graaf.

2. Een onbeantwoorde hulproep

Toen de recyclebedrijven een voor een begonnen om te vallen, kon ook Den Haag er niet meer omheen. Eind vorig jaar riep de Tweede Kamer het kabinet met een motie op om recyclebedrijven financieel te ondersteunen. Maar het kabinet bleek niet bereid extra geld opzij te zetten. Recyclers konden alleen een nieuwe lening krijgen.

‘Nog een lening erbij wordt geen reddingsboei, maar een molensteen’, schreef Marcel Alberts van de Limburgse netten- en touwenrecycler Healix in een open brief aan het kabinet. Hij sloot zijn fabriek afgelopen najaar omdat de zakken plasticrecyclaat zich in zijn fabriekshal opstapelden door een gebrek aan klanten. Het kwartaal ervoor had hij een half miljoen euro verlies geleden. Deze maand opende hij de deuren weer, hopend op een of meer grote orders om het toch nog vol te houden.

Weinig politieke urgentie

Er klinken mooie woorden over het optuigen van een circulaire economie, maar in de praktijk zit er weinig politieke urgentie achter, meent hoogleraar Kim Ragaert. Dat gevoel delen partijen in de hele plasticketen, van de kunststoffabrikanten tot de afvalverwerkers.

‘Dit dossier is neergelegd bij staatssecretaris Chris Jansen van Openbaar Vervoer en Milieu, maar hij heeft er bijna geen geld voor gekregen’, zegt bijvoorbeeld Harold de Graaf van de NRK. De pot van 267 miljoen euro aan subsidies voor circulair plastic, bedoeld om voor 2030 uit te geven, is volgens hem bij lange na niet genoeg. ‘Bovendien mag het niet worden ingezet om de verliezen van recyclers op te vangen.’

Uit rapport na rapport blijkt dat het niet opschiet met de circulaire economie. Dat geldt voor de hele Europese Unie. In 2023 concludeerde de Europese Rekenkamer dat de EU-ambitie om in dit decennium twee keer zoveel gerecyclede materialen te gebruiken onhaalbaar lijkt.

Afgelopen februari trok het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een vergelijkbare conclusie over Nederland. ‘Met de huidige dynamiek gaan we de doelen alleen halen als er een grote grondstoffencrisis uitbreekt’, zei PBL-directeur Marko Hekkert.

Lobby van de plasticindustrie

Een ‘stevige aansporing tot versnelling’, noemde staatssecretaris Jansen dat rapport, maar extra maatregelen kwamen er niet. Wel schrapte minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei, tot grote teleurstelling van recyclers als Marcel Alberts, de norm voor verplicht gebruik van gerecycled plastic.

Dit was het gevolg van een lobby van de plasticindustrie. Vooral bedrijven die kunststofkorrels omsmelten tot verpakkingen en andere producten waren fel tegen. Zij zouden vanaf 2027 een minimumpercentage gerecycled plastic moeten gebruiken, en vreesden hierdoor duurder te worden dan Europese concurrenten. Die zouden pas in 2030 met vergelijkbare normen te maken krijgen.

Hun vrees was niet onterecht, volgens hoogleraar Ragaert. Hierdoor zou niets een Nederlandse levensmiddelenmerk ervan weerhouden om dan maar goedkopere verpakkingen zonder gerecycled plastic te kopen van een bedrijf over de grens, om er bijvoorbeeld shampoo in te doen. De norm zou immers enkel voor de plasticproducenten gelden, niet voor de afnemers.

Ook Pieter Lossie, die meepraat aan de Plastictafel namens MVO Nederland, een netwerk van Nederlandse bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, vindt dat de oude norm niet ideaal was. Blijft de vraag: wat dan wél?

3. Botsende belangen rond de plastictafel

De toekomst van de Nederlandse recyclebedrijven ligt nu pontificaal op de Circulaire Plastic Tafel, waar brancheverenigingen uit de hele plasticketen op dit moment aanschuiven, samen met ngo’s en drie ministeries. Zij moeten het kabinet nog deze zomer van voorstellen voorzien. Dat doen ze onder leiding van een door de regering aangestelde ‘kwartiermaker circulaire economie’: Steven van Eijck, voormalig staatssecretaris van Financiën namens de LPF.

Alle partijen aan tafel zeggen hetzelfde einddoel na te streven: een duurzame plasticketen. Dat betekent de hoeveelheid wegwerpplastic terugdringen, fossiele grondstoffen vervangen voor plantaardige, en meer recyclen. Maar gaat het om de vraag hoe de kosten en risico’s moeten worden verdeeld, dan is de verdeeldheid een stuk groter.

Een van de hete hangijzers: hoe te zorgen dat Nederlandse recycle-ondernemingen genoeg recyclingmateriaal kunnen afzetten om te overleven. Zijn levensmiddelenbedrijven als Unilever en supermarktketens als Albert Heijn bereid om zwart-op-wit te zetten dat ze meer gerecycled plastic van Nederlandse recyclebedrijven zullen kopen – zelfs als dit veel duurder is? En zo ja, doen ze dit alleen met een vrijblijvende overeenkomst of moet het kabinet dit toch wettelijk vastleggen?

Veelkoppig en complex monster

De noodlijdende recyclebedrijven zijn niet het enige onderwerp van onderhandelingen. Zo mag de plasticketen ook een alternatief aandragen voor een extra CO2-heffing op afvalverbranding die het kabinet wil invoeren. Een maatregel waarvan de afvalbranche zegt dat hij ook recyclebedrijven zal treffen, omdat zij altijd met een niet-recyclebaar residu blijven zitten dat alleen nog kan worden verbrand.

Hoe kansrijk zijn deze gesprekken? Het kabinet verwacht concrete plannen die 2 megaton CO2 reduceren en de circulaire economie ‘bevorderen’. Maar dat laatste is niet nader gespecificeerd, en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft geen maatregelen klaarliggen als de partijen er op het gebied van verduurzaming niet uitkomen. ‘Het vinden van alternatieven voor de circulaireplasticnorm is nu echt eerst aan de plastictafel’, aldus een woordvoerder van het ministerie, waar ook staatssecretaris Jansen werkt.

‘Op zich is het goed om de industrie een kans te geven’, vindt Kim Ragaert van de Universiteit van Maastricht. Het verduurzamen van de plasticindustrie is een veelkoppig en complex monster, het zou volgens haar enorm helpen als betrokken bedrijfstakken de neuzen dezelfde kant op weten te krijgen. Toch is ze sceptisch over een doorbraak. ‘De tijd die ze daarvoor krijgen – een eerste deadline op 30 juni en dan de boel afronden tegen eind augustus – is belachelijk kort.’

‘Een offer you can’t refuse

Nu de onderhandelingen op gang zijn gekomen, houdt Pieter Lossie van MVO Nederland hoop dat de plastictafel het kabinet ‘een offer you can’t refuse’ kan aanbieden, ‘een pakket met normering, beprijzing en stimulering’, zodat er eindelijk vaart kan worden gemaakt met plasticrecycling.

Maar, zegt hij ook: ‘Ik vind het een zwaktebod dat politici er zelf niet in slagen om hier een belangenafweging te maken.’ Afvalsortering verbeteren, verpakkingen verduurzamen, noodlijdende recyclers overeind houden: allemaal zaken die geld kosten. Wat een goede omgang met plasticafval ons waard is, en hoe de rekening over burgers en bedrijven wordt verdeeld, is een politieke keuze, benadrukt Lossie. ‘Ergens gaat het pijn doen. Uiteindelijk zal de staatssecretaris toch zelf knopen moeten doorhakken.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next