Home

Zuid-Korea kiest een te machtige president

Verkiezingen Zuid-Korea De presidentsverkiezingen van dinsdag moeten een einde maken aan de politieke chaos waarin Zuid-Korea verkeert sinds president Yoon in december de militaire noodtoestand uitriep. Maar maatregelen om herhaling te voorkomen, spelen in de campagne geen grote rol.

Foto Anthony Wallace/AFP

Als Zuid-Korea dinsdag een nieuwe president kiest, is het precies een half jaar geleden dat president Yoon Suk-yeol het land in een ongekende crisis stortte. Op de avond van 3 december verscheen hij onverwacht op de televisie om de militaire noodtoestand uit te roepen. Het luidde zijn eigen val in, en een maandenlange politieke verlamming.

De noodtoestand was volgens de conservatief Yoon nodig omdat het land werd bedreigd door „antistatelijke” en „pro-Noord-Koreaanse” krachten, die zich via de oppositie meester hadden gemaakt van het parlement. Yoon stuurde leger en politie naar de Nationale Assemblee om te verhinderen dat de volksvertegenwoordiging bij elkaar kon komen.

Dat was buiten de Zuid-Koreaanse bevolking gerekend, bij wie de herinnering aan de eind jaren tachtig ontmantelde militaire dictatuur nog vers in het geheugen ligt. Onder de vorige noodtoestand, in 1980, kwamen vele honderden mensen om bij een bloedig neergeslagen protest in de zuidelijke stad Gwangju – een nationaal trauma dat nog jaarlijks wordt herdacht.

Mede onder druk van een snel groeiende menigte demonstranten bij het parlementsgebouw in Seoul slaagden militairen er niet in om de vergadering van de volksvertegenwoordiging te blokkeren. De aanwezige parlementsleden stemden unaniem voor opheffing van Yoons noodtoestand en maakten zo na enkele uren een einde aan de ‘zelfcoup’ van de president. Yoon werd door het parlement geschorst en begin april door het Constitutioneel Hof uit zijn ambt gezet. Hij mag het land niet verlaten en wordt vervolgd voor rebellie, wat in theorie de doodstraf kan opleveren – al wordt die niet meer voltrokken.

Machtige president

Zuid-Korea geldt als voorbeeld van een geslaagde democratische transitie. Sinds de eerste vrije verkiezingen in 1987 vond na iedere stembusgang een vreedzame machtsoverdracht plaats. Maar Yoons couppoging liet zowel de weerbaarheid zien van de Zuid-Koreaanse democratie als haar zwaktes.

De meeste kritiek richt zich op het „imperiale presidentschap” in de grondwet uit 1987. Het land kent een zeer machtige president die na één termijn van vijf jaar niet herkozen kan worden, en dus niet hoeft te vrezen op zijn daden te worden afgerekend. Tegelijk krijgt hij in de laatste jaren van zijn termijn vaak weinig meer gedaan.

Foto Ahn Young-joon/AP

„Als je iemand herkiesbaar maakt, zorg je ervoor dat die langer een efficiënte president kan zijn”, zegt de Leidse hoogleraar Koreastudies Remco Breuker, die momenteel in Zuid-Korea verblijft. „Nu zit diens politieke carrière er halverwege de termijn al op.” Tegelijk zou volgens hem de macht van die herkiesbare president moeten worden ingeperkt. „Een premier naast hem zetten die iets meer macht heeft, of een vicepresident – want die is er nu ook niet.”

Polarisatie

Ook op het functioneren van de volksvertegenwoordiging is veel kritiek. Die wordt gedomineerd door twee partijen – de conservatieven, nu vertegenwoordigd door de Volksmachtpartij (PPP), en de progressieve Democratische Partij. Het leidt tot een sterk gepolariseerd parlement. „De manier waarop de progressieve meerderheid in het parlement nu alle minderheidsopvattingen onder tafel veegt, onder het mom van democratie, zit heel veel mensen erg dwars”, zegt Breuker.

Het parlement kan weinig eigen initiatieven nemen – de president stelt bijvoorbeeld de kabinetsploeg aan – maar heeft wel veel mogelijkheden om dingen tegen te houden. President Yoon was zeer gefrustreerd door de progressieve oppositie die zijn begrotingen blokkeerde en de ene na de andere afzettingsprocedure begon tegen door Yoon benoemde functionarissen. Het was een van zijn rechtvaardigingen voor het uitroepen van de noodtoestand.

Als de partij van de president daarentegen de meerderheid heeft in Nationale Assemblee, fungeert die vaak als verlengstuk van het staatshoofd. „Volksvertegenwoordigers in andere democratieën zijn kritisch over de president, ook als die van hun eigen partij is. Maar Koreaanse regeringspartijen bieden weinig weerstand: als de uitvoerende en de controlerende macht in handen zijn van dezelfde partij, verdwijnen checks and balances”, merkte professor constitutioneel recht Chang Young-soo van de Universiteit van Korea op in de krant JoongAng Ilbo.

Tweede termijn

Wie denkt dat versterking van de Zuid-Koreaanse democratie na de gebeurtenissen van de voorbije maanden een grote rol speelt in de verkiezingen, vergist zich, ziet Breuker. De campagne draait volgens hem om traditionele thema’s als „de sociaal-economische ongelijkheid, Noord-Korea, en kansen voor jonge mensen, immigratie en vergrijzing”.

Foto Pedro Pardo/AFP

Toch hebben de belangrijkste kanshebbers voor het presidentschap – de progressieve Lee Jae-myung en de conservatief Kim Moon-soo – zich beiden voor hervormingen uitgesproken. Ze willen de vijfjarige presidentstermijn inkorten tot vier jaar, en herverkiezing mogelijk maken.

In hun hervormingsvoorstellen lijken ook hun eigen agenda’s een rol te spelen. Zo wil Lee dat voor de benoeming van de hoofden van opsporingsinstanties, nu een bevoegdheid van de president, voortaan parlementaire instemming nodig is. Lee, wiens partij een flinke meerderheid heeft in de Nationale Assemblee en die zelf ruim leidt in de peilingen, is verwikkeld in verschillende strafrechtelijke onderzoeken naar onder meer corruptie en overtreding van de kieswet. Kim wil juist dat de presidentiële immuniteit in strafzaken wordt opgeheven, en dat de rol van de president bij de benoeming bij hoge rechters wordt ingeperkt.

Breuker betwijfelt of er veel van de voornemens terecht zal komen. „Daarvoor heb je, wie het ook wordt, een president en een meerderheidspartij nodig die serieus luisteren naar wat de oppositie zegt.” Maar de gedoodverfde favoriet Lee beschikt over een ruime meerderheid in het parlement en zou de oppositie nauwelijks nodig hebben. „Dat is hier de grote angst. Er wordt echt gesproken over de dictatuur van de Democratische Partij, die moet worden doorbroken.”

Kandidaten Verdeelde conservatieven op achterstand

Ruim 44 miljoen Zuid-Koreanen kunnen dinsdag kiezen uit zes presidentskandidaten, allen mannen. In de slotweek van de campagne worden geen cijfers meer gepubliceerd, maar in de laatste peilingen, heeft de progressieve Lee Jae-myung een forse voorsprong op zijn concurrenten.

Foto Lee Jin-man/AP

Lee Jae-myung (61) nam het in 2022 namens de progressieve Democratische Partij op tegen Yoon Suk-yeol en verloor de verkiezingen toen met een flinterdunne marge. Als oppositieleider stal hij tijdens de couppoging van Yoon de show door zichzelf te filmen terwijl hij over een hek klom om de militaire blokkade van het parlementsgebouw te omzeilen.

Lee kan, volgens de laatste peilingen, rekenen op een kleine 50 procent van de stemmen, maar onomstreden is hij allerminst. In conservatieve kringen wordt hij ervan beschuldigd te heulen met communistisch China en Noord-Korea, en hij is verwikkeld in verschillende strafzaken, onder meer wegens corruptie en overtreding van de kieswet. Als hij daarvoor na zijn eventuele verkiezing wordt veroordeeld, kan dat Zuid-Korea in een nieuwe constitutionele crisis storten.

Foto Pedro Pardo/AFP

Lee’s voornaamste tegenstander is de conservatieve Kim Moon-soo (73), onder president Yoon minister van arbeid en werkgelegenheid. Net als Lee begon hij zijn politieke carrière in de linkse arbeidersbeweging. Onder de dictatuur werd hij vanwege zijn activisme gevangengezet en gemarteld. Na de overgang naar de democratie ontwikkelde hij zich tot een boegbeeld van rechts. Hij verzet zich tegen vakbonden en lhbti- en vrouwenrechten, en hij noemde Yoons couppoging weliswaar „een verkeerde beslissing”, maar sprak zich uit tegen diens afzetting.

Kims kandidatuur kwam niet zonder slag of stoot tot stand. De leiding van de conservatieve PPP zag liever de partijloze waarnemend president Han Duck-soo als kandidaat – een technocraat die gematigde kiezers meer zou aanspreken – en probeerde Kim ondanks diens winst in de interne verkiezingen terzijde te schuiven. Kim kan volgens peilingen rekenen op een kleine 40 procent van de stemmen.

Foto Pedro Pardo/AFP

Kims kansen worden verder verkleind door concurrentie in het conservatieve kamp. Lee Jun-seok richt zich met zijn Hervormingspartij op jonge, rechtse kiezers, onder meer met plannen voor herziening van het pensioenstelsel. Zelf werd hij pas afgelopen maart veertig, de minimumleeftijd om mee te doen aan de presidentsverkiezingen.

Hij was eerder partijleider van de PPP en geldt als vormgever van de op jonge, mannelijke kiezers gerichte antifeministische campagne die Yoon Suk-yeol in 2022 aan zijn verkiezingswinst hielp. Ook nu kiest hij voor die strategie: hij belooft het ministerie voor gendergelijkheid op te heffen, en ligt onder vuur omdat hij zich tijdens een televisiedebat afvroeg of het misogynie is „als iemand zegt eetstokjes in het vrouwelijk geslachtsdeel te willen steken”.

In de laatste gepubliceerde peilingen schommelt Lee Jun-seok rond de 10 procent; bij lange na niet voldoende voor de winst, maar genoeg om Kim Moon-soo het leven zuur te maken. Aan oproepen van het conservatieve kamp om Kims kansen te vergroten door zich terug te trekken, heeft hij geen gehoor gegeven.

Source: NRC

Previous

Next