is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
We bevinden ons midden in een tijd waarin de door de VS geleide wereldordening (over de nadelen waarvan bibliotheken zijn volgeschreven) plaatsmaakt voor een ordening zonder leiders, zonder politieagenten die de wet soms ook handhaven. Heel soms, want zelfs op het hoogtepunt van de Amerikaanse wereldordening was consistentie ver te zoeken in de internationale politiek. Landen opereren immers in een omgeving van macht en anarchie, voorzien van een dun laagje juridische beschaving.
De Amerikaanse ‘goedwillende hegemonie’ kon op scherpe kritiek rekenen, maar het alternatief – de strijd van allen tegen allen, gevoerd zonder regels – kan ook weinigen bekoren. Vooral niet in West-Europese landen die, sinds ze hun koloniën moesten afstaan (onder Amerikaanse dwang), moreel nogal hoog te paard zitten. De rest van de wereld kijkt daar al best lang vol walging naar, die onbegrensde Europese zelfliefde en eigenwaan. Wie gelooft dat Europa nu pas van zijn morele kansel valt, vanwege Gaza, leeft in een droomwereld. Maar dit terzijde.
Het is te veel eer om te stellen dat Trump in zijn eentje de Amerikaanse wereldorde afbreekt, maar hij is wel de eerste moderne president die niet gelooft in een door Amerika gedragen, op spelregels gebaseerde wereldorde. Te duur en je wordt voortdurend belazerd, vindt hij.
Met zijn blinde focus op het nauw begrepen nationaal eigenbelang (voorop dat van de leider zelf en zijn trawanten) voert Trump eigenlijk het buitenlandbeleid dat ‘opkomende landen’ allang voeren. Onlangs nog hoorde ik een diplomaat van een opkomende grootmacht betogen dat het buitenlandbeleid puur gericht is op de economische verheffing van het volk – ook als dat ten koste gaat van de internationale moraal. Alleen Europeanen zijn altijd bezig ‘andere landen hun standpunten op te dringen’, zegt de Indiase buitenlandminister Subrahmanyam Jaishankar.
Zo bezien voegt Amerika zich bij de mainstream van talloze landen die werken aan campagnes hun land ‘great again’ te maken, waarbij vaak ook historische grieven tegen andere landen meespelen, net als bij Trump. Hij schokt, omdat Amerika pretendeerde méér te zijn.
Een andere democratisch gekozen leider die extremistisch gedrag vertoont, is Benjamin Netanyahu. Ook hij wil, net als Trump, ontsnappen aan rechtsvervolging. Ook hij is bereid de internationale goodwill jegens zijn land te offeren, en wel aan een oorlog die zijn radicale regering in het zadel houdt.
De parallellen met Amerika na 9/11 blijven opvallend. In beide gevallen hebben massale terroristische aanslagen democratische landen aangezet tot extremistisch gedrag en oorlogsmisdrijven. Dat is, behalve afschuwelijk, ook een waarschuwing. Grootschalige terreur bedoeld om gevestigde democratieën te laten ontsporen is hier ook mogelijk, in onze fysiek en mentaal kwetsbare verzorgingsstaten-in-neergang.
Die dreiging is reëel en niet alleen omdat jihadistische extremisten ervan dromen ons hard te raken. Daarnaast zijn goed bewapende autoritaire landen – Rusland, Iran, Noord-Korea en China – bereid (mee) te werken aan (in juridische termen) de ‘vernietiging, geheel of gedeeltelijk, van een nationale groep’, de Oekraïners, én aan de ontwrichting van de landen die hen steunen. In een samenleving die hecht aan overleven zou deze dreiging centraal moeten staan – temeer omdat tegelijkertijd de regering-Trump de destabiliserende, rechts-radicale en pro-Russische politieke krachten op ons continent aanwakkert.
In deze wereld moet je vooruit denken en wendbaar zijn, soms buiten gebaande paden en instellingen treden, en moeilijke compromissen sluiten tussen recht en macht. Om jezelf te blijven, moet je trouw zijn aan je waarden. Maar die kun je niet overal opleggen en soms zul je er zelf mee moeten schipperen. Principes zijn mooi, maar om ze te kunnen blijven koesteren moet je wel als vrije democratie zien te overleven. Net als elders, moeten ook Europese landen manieren vinden die twee te combineren.
Een bevriende historicus opperde onlangs dat de internationale gerechtshoven in Den Haag een vloek zijn voor Nederland - ze wakkeren een vorm van moreel purisme (en escapisme?) aan, in politiek en media, terwijl de wereld de andere kant op beweegt. De Navotop met zijn ‘Defense Investment Pledge’ corrigeert dat enigszins en biedt kans voor een nieuwe slogan die past bij deze tijd: Den Haag, stad van vrede, recht én veiligheid.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns