Het gaat (weer) goed met Matt Berninger, frontman van indie-rockband The National. Hij overwon een writer’s block, verhuisde terug naar de stad van zijn jeugd, en nu is er ook nog een nieuw soloalbum. ‘Liedjes maken is als dansen. Met elke partner wordt het anders.’
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
In zijn huis in Cincinnati liggen overal honkballen. Ze zijn niet meer zo maagdelijk wit, want hun eigenaar Matt Berninger heeft ze met viltstift of balpen volgeschreven en -getekend. ‘Sinds kort gebruik ik honkballen als een soort notitieblokjes. Ik schrijf of teken er de dingen op die me invallen. Er past niet heel veel op, maar precies genoeg voor een aanzet voor een liedje, of een gedachtestroom die me te interessant lijkt om snel weer te vergeten’, zegt hij.
Matt Berninger (54) is liedjesschrijver van beroep. Hij schreef alle teksten voor de tien albums van indierockband The National, waarvan hij zanger is, en ook die van de elf liedjes op zijn pas verschenen soloalbum Get Sunk.
Eigenlijk houdt Berninger niet eens van sport. Hij weet ook helemaal niks van honkbal. ‘Ik ben waarschijnlijk de enige Amerikaan die van geen enkele speler uit de hoofdklasse de naam kent.’
Maar zo’n honkbal ligt lekker in de hand, merkte hij een paar jaar geleden. ‘Hij werkte goed als een soort stressbal. Onderweg, in het vliegtuig of in de tourbus.’ Jammer dat hij er vandaag in zijn Londense hotel niet eentje bij zich heeft, zegt hij verontschuldigend nadat hij vergeefs even in de zakken van zijn colbertje heeft gevoeld.
‘Vroeger tikte ik op mijn iPhone of laptop als iets me te binnen schoot. Maar dan wist ik vaak niet meer waar en hoe ik iets had opgeslagen als ik het nodig dacht te hebben. Het idee dat mijn gedachten ergens in de cloud rondzwierven zonder dat ik erbij kon, vond ik steeds gekmakender.
‘Zo’n balletje is precies goed’, vervolgt Berninger zijn enthousiaste betoog over de honkbal als canvas voor zijn nieuwe liedjes. ‘Je moet er de tijd voor nemen om ieder woord goed leesbaar op te schrijven, dat alleen al maakt me rustiger. En de volgende dag krijg je geen paniekaanval: waar heb ik het naartoe getext of geappt? Die bal ligt daar binnen handbereik en dus weet ik waar ik was gebleven en hoe ik verder moet.’
Niet dat we nu moeten denken dat er duizenden honkballen in zijn huis liggen. Nee, deze manie, zoals hij het noemt, heeft hij pas sinds hij anderhalf jaar geleden weer in Cincinnati is gaan wonen. ‘Ik heb er nu een stuk of tachtig. Sommige zijn verzameld in een schoenendoos, die kunnen samen een liedje vormen. Andere zwerven los door het huis. Soms kalk ik twee, drie ballen per dag vol, soms doe ik er een maanden over.’
Gelukkig heeft hij de laatste tijd invallen genoeg. ‘Ik heb een zware tijd achter de rug. Een writer’s block of een depressie, of allebei, ik weet het nog altijd niet precies. Vijf jaar geleden kwam er helemaal niks meer uit mijn handen. Dat ik inmiddels drie albums met mijn teksten heb weten te vullen is een wonder waar ik in 2020 niet meer op rekende.’
Eigenlijk zou Berninger niet meer praten over die donkere jaren, zo had de persagent voorafgaand aan dit gesprek meegedeeld. De zanger was overal bovenop gekomen en anderhalf jaar geleden als bevrijd man van Los Angeles naar zijn geboorteplaats Cincinnati verhuisd. En nu had Berninger een soloplaat gemaakt, Get Sunk, waar hij trots op was. Daar moest het op deze zonnige zondagochtend in april over gaan.
De avond ervoor had hij in de Noord-Londense Union Chapel al wat nieuwe liedjes gespeeld, in een kleine akoestische triobezetting. ‘Even uitproberen en kijken of ze werken, voordat ik in augustus met een volledige band ga touren’, zegt Berninger.
Op de vraag of het vreemd is om met een andere band op tournee te gaan dan met The National – de band waarmee hij al meer dan 25 jaar succes heeft – antwoordt hij: ‘Je bedoelt dat het een soort vreemdgaan is? Nee, maar ik heb wel even wat afstand nodig. Het waren vijf emotioneel zware jaren. Daar wil ik best over vertellen, omdat je dan wat beter begrijpt waar Get Sunk vandaan komt.’
Laten we in Los Angeles beginnen, de stad waar hij vijftien jaar geleden ging wonen, stelt Berninger voor. The National, in 1999 in New York begonnen, deed het goed: ‘Als grote indieband, of kleine mainstream rockgroep, waren we populair genoeg om over de hele wereld arena’s te vullen.’
Tien jaar lang was zijn leven in de wijk Venice, met vrouw en dochter, heerlijk: ‘Beetje fietsen langs het strand, een wietje roken en dan weer opladen voor een album of tournee met The National.’
In die tijd had hij veel inspiratie en kreeg hij zin om met een stel vrienden zelf een plaat te maken. Zijn eerste soloalbum, Serpentine Prison, nam hij op in de studio van Booker T. Jones, de legendarische toetsenist van de soulband Booker T. & the M.G.’s. Het verscheen in oktober 2020, toen de wereld in covidellende was ondergedompeld.
‘Ik kon niet gaan touren met het album, maar had aanvankelijk nog wel genoeg ideeën om wat op te nemen. Dat ben ik gaan doen, met producer-gitarist Sean O’Brien, ook zangtechnicus van The National, en met zangeres Julia Laws, die ik als Ronboy kende en bewonderde. Zij vormden uiteindelijk de kern van de band op Get Sunk.
‘Het was vreemd, in de studio met mondkapjes op. Maar de basis van dit nieuwe album is daar gelegd. Er zouden alleen nog vier jaar overheen gaan voordat het werd voltooid.’
Want ja, toen was daar ineens dat vermaledijde writer’s block.
Vanaf eind 2020 kreeg hij meer dan een half jaar geen letter op papier. ‘Er kwam gewoon niks. Ik werd echt wanhopig, want behalve liedteksten schrijven kan ik niets anders. Ik heb zo’n veertien albums volgeschreven, maar ik kan nog altijd geen gitaar spelen.’
Hij heeft zich in die tijd afgevraagd of hij terug moest keren naar de reclamewereld, waar hij vandaan kwam. Of ze met The National nog even konden optreden met oud materiaal. ‘Maar wanneer zou dat dan weer mogen? Van eind 2019 tot op halverwege 2022 hebben we uiteindelijk niet kunnen optreden en lag The National stil.’
Die periode is door alle bandleden anders ingevuld. Gitarist Aaron Dessner kreeg bijvoorbeeld wereldfaam als producer van de twee albums Folklore en Evermore van Taylor Swift. ‘Ineens werd The National ook een bekende naam in de grote media. We kwamen een stuk beroemder uit de lockdown dan we erin gingen. En toen we weer wat dingen samen konden doen, ging het ook met mij weer beter.’
The National was inmiddels een groot bedrijf, met personeel dat eindelijk weer aan het werk kon. ‘De mannen vonden het tijd voor een nieuw album en een tour, dus daar ben ik in meegegaan. Hoewel ik in die tijd eigenlijk liever verder was gegaan met Sean en Julia.’
The National bracht in 2023 niet één maar twee albums uit, First Two Pages of Frankenstein en Laugh Track. De tournee zou tweeënhalf jaar duren.
‘Ik denk dat we nog nooit zo goed hebben gespeeld als in die tijd. Er borrelden bij mij ook weer liedjes naar boven. Tegelijkertijd had ik het gevoel dat mijn tijd in Los Angeles erop zat. Ik had het erg naar mijn zin gehad, maar het voelde ook een beetje als een vakantie die te lang had geduurd. Ik was klaar met de oceaan en verlangde terug naar de landschappen waarin ik was opgegroeid. Ik wilde naar huis.’
Anderhalf jaar geleden betrok Berninger met zijn vrouw een boerderij in Cincinnati. Intussen had hij ook de liedjes waaraan hij met O’Brien en Laws had gewerkt, weer opgepakt.
‘Die stonden in een mapje op mijn computer, tussen de bestanden die zijn vernoemd naar de bandleden van The National. Ik heb voor ieder lid een eigen bestand, met de muziekjes waarmee zij komen en de teksten die ik daarbij schrijf. Die gaan allemaal open als we de studio ingaan; vervolgens gaan zij met de muziek aan de slag en ik trek me terug in de zangstudio.’
Voor Get Sunk ging het allemaal net wat anders. Matt en Sean maakten de liedjes samen in de studio. ‘We luisterden veel naar The Kinks en Billie Eilish om lekker in de stemming te komen en ook gewoon omdat we daar zin in hadden. Of naar die oude hit van Booker T. & the M.G.’s, Melting Pot. Die draaiden we wel honderd keer. Hij spellt ook op een paar nummers mee; ik vind het echt prachtig hoe in Little By Little zijn orgel uit het niets opdoemt.’
Dit nummer klinkt, net als Silver Jeep en het stevig rockende Bonnet Of Pins meer als een popsong; de liedjes zijn conventioneler dan die van The National. Maar het is Berningers uit duizenden herkenbare donkere bariton die maakt dat het geluid van Get Sunk toch ook weer niet zó verschilt van dat van The National.
‘Ik heb dit album niet gemaakt omdat ik per se anders wil klinken dan met The National. Ik werk gewoon graag met verschillende mensen samen. Een liedje schrijven is met iedere partner weer anders, net als dansen eigenlijk. Je weet nooit precies wat de ander doet als je de dansvloer op gaat. Ik zing nu anders, volgens mij iets minder bezeten, omdat ik met Sean een ander, meer relaxed dansje doe dan met The National. Ik voelde me ook meer ontspannen dan ooit.’
Dat had veel met het gebrek aan tijdsdruk te maken, maar ook met de rust die Cincinnati hem gaf. ‘Ik was terug in het Midden-Westen waar ik als kind mijn gelukkigste jaren had beleefd. Vooral de vakanties op de boerderij van mijn oom in Indiana, niet ver van waar ik nu woon, waren prachtig. Ik geloof dat ik Indiana in wel drie liedjes noem. Eerder zong ik over Ohio en andere plekken uit mijn jeugd, maar nooit over het paradijselijke Indiana van toen.’
Het onverwoestbare Arcadië uit zijn jeugd dat op Get Sunk voorbijkomt, staat haaks op de vaak donkere mijmeringen op de recente platen van The National. ‘Ik ben de schoonheid van de natuur gaan zien en verwerken in mijn nieuwe liedjes. Die bestaan deels uit oude herinneringen maar ook uit nieuwe indrukken die ik tijdens lange wandelingen heb opgedaan.
‘Die indrukken probeer ik anders te verwerken dan voorheen. Mijn liedjes komen nog altijd voort uit eigen ervaringen, alleen de beelden erbij zijn meestal verzonnen, en dat waren er vaak te veel. Het mag allemaal wel wat eenvoudiger. Ik probeer nu wat zuiniger met woorden om te gaan en niet zo te stapelen met beelden. Misschien dat de beperkte omvang van die honkballen daarbij helpt.’
De mapjes van toen en alle honkballen ten spijt: een van de sterkste nummers op Get Sunk bevat heel veel woorden die Berninger maar nauwelijks had opgeschreven voor hij ze zong. Nowhere Special is één lange woordenstroom, een soort ‘stream of consciousness’.
‘Dat is tijdens onze laatste opnamedag ontstaan. Ik worstelde nog altijd met één liedje, Nowhere Special. Dat vond ik muzikaal misschien wel het beste van allemaal, maar met de tekst wilde het niet vlotten. Ik had wel vijf verschillende songteksten geprobeerd, echte liedjes met refreintjes en bruggen, maar ik gooide ze allemaal weer weg.’
De uiteindelijke, associatieve tekst ontstond juist onder tijdsdruk.
‘Het was oktober 2024, ik was net klaar met die lange tournee van The National. Tussendoor had ik aan Get Sunk gewerkt. Daar stond weliswaar geen druk op, maar mijn nieuwe platenmaatschappij, Decca, wilde toch wel eens weten hoe het ervoor stond. Drie uur voor ik een meeting met ze zou hebben, floepte er ineens een tekst uit die ik grotendeels intact heb gelaten en meteen heb ingezongen.’
In het liedje praatzingt Berninger:
‘I’m already late for the bungalow meeting to explain/ Why it’s been nearly four years since they’ve heard anything.’
Eigenlijk kwam op die dag, op dat laatste moment, alles eruit. Zelfs zijn nieuwe honkballenliefde komt in het liedje voorbij:
‘Write it on a baseball until the white skin runs out.’
‘In zekere zin sloot deze woordenstroom een periode van vier jaar af. Het is een liedje zoals ik ze nu het liefst maak. Niet perfect, want perfectie irriteert me een beetje. Ik hou van een onverwachte slordigheid, een zinsnede of formulering die niet helemaal klopt. Dat vind ik nog altijd het mooie aan rock-’n-roll, dat ruwe, onaffe.’
Met Nowhere Special kwam Get Sunk af, in de goede betekenis van het woord. ‘Nadat ik die writer’s block had, heb ik een paar geweldige jaren met The National beleefd. En mijn vertrek uit LA bracht me terug in Cincinnati, waar ik nu gelukkiger ben dan ik me in jaren heb gevoeld.’
Berninger kan ook niet wachten om met zijn nieuwe band op tournee te gaan. ‘Gisteren trad ik pas voor de derde keer los van The National op. Ik was best nerveus, maar voelde me steeds meer senang. Het is ook wel gezond om even met een ander stel muzikanten op tournee te gaan. Op een bepaalde manier voel ik me bevrijd en heb ik nu nog meer zin om te gaan schrijven. Let’s get a new baseball.’
Matt Berninger: Get Sunk. Decca/V2. Matt Berninger speelt op 31/8 en 9/9 in TivoliVredenburg, Utrecht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant