Toen de moeder van Ellen de diagnose alzheimer kreeg, wist ze gelijk: ik wil uit het leven stappen vóór ik dement word. Op de sterfdag van Ellens broer was het moment daar.
interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine
Ellen Vos (42, televisiemaker): ‘Mijn moeders laatste woorden waren dat ze hoopte dat ze mijn broer Gijs weer zou zien. Maar het was niet zo dat ze euthanasie wilde om die reden – ze wilde euthanasie omdat ze alzheimer had. Direct na de diagnose heeft ze al een wilsbeschikking opgesteld. ‘Ik heb wel alzheimer, maar ik wil niet dement worden’, zei ze altijd. ‘Tegen de tijd dat ik mijn kleinkinderen niet meer herken, mag het afgelopen zijn.’
‘Ik ben enorm trots op haar. Toen ze op 5 februari 2024 het bewuste drankje innam, ze wilde geen spuit, dacht ik: yes mam, het is je gelukt. Ze had de regie gehouden over haar leven, ze was de fase op een gesloten afdeling van een verpleegtehuis vóór. Daarover had ze gezegd: dan komt Jan mij elke dag opzoeken – mijn vader had het natuurlijk met liefde gedaan – en jullie voelen je verplicht om de kleinkinderen mee te slepen, dat wil ik allemaal niet. Ik wil er op tijd uitstappen. Dat is nog niet makkelijk als je alzheimer hebt. De huisarts zei: als je de kleinkinderen niet meer herkent, is het te laat, dan ben je niet meer wilsbekwaam. Dus het moest eerder. Maar hoe kies je het moment?
‘In 2021 kreeg ze de diagnose, ze was toen 69. Mijn ouders waren niet lang daarvoor verhuisd naar Epse, ze kwamen oorspronkelijk uit die kant van het land. Maar ze zijn teruggekomen naar Noord-Holland omdat mijn broer Joost en ik en onze gezinnen hier wonen, dat was toch praktischer. Niet dat het slecht ging met mijn moeder, integendeel, op het oog functioneerde ze nog goed, maar ze vergat dingen. Ze raakte gedesoriënteerd op de fiets, ze liet het aan mijn vader over om een plan voor de dag te maken. Ze vroeg tot drie keer toe aan hem: wat eten we vanavond? Aan dat soort dingen merkte je het.
‘Aan de andere kant: ze was óók helder, en ze bleef even betrokken bij onze levens als altijd. Morgen ga ik een weekendje weg met mijn beste vriendin en onze kinderen, dan zou ze altijd een appje hebben gestuurd: hoe is het daar, hebben jullie het fijn? Nu schiet ik vol, want ik mis haar. Maar als mensen tegen me zeggen: wat verschrikkelijk, je moeder, pas 72, dan zeg ik: maar ja, maar ik mag ook heel blij zijn dat ik 41 jaar lang zo’n lieve moeder heb gehad.
‘Toen ik 13 was is mijn broer Gijs van 15 aangereden door een vrouw die met te veel drank op reed. Mijn broer Joost, die toen 16 was, was daarbij. Na twee dagen coma is Gijs overleden. Dat heeft ons gezin natuurlijk volledig op zijn kop gezet. Het wordt nooit meer hetzelfde, het verdriet is er altijd. Gijs was niet alleen mijn broer, hij was ook mijn vriend, we zaten in dezelfde combinatieklas en we deelden alles met elkaar. Maar ik herinner me ook dat ik dóór wilde met mijn leven. Ik werd verliefd, ik ging naar feestjes, dat bestond naast elkaar. De buitenwereld begreep dat niet altijd. Een vriendin zei: ze vinden op school dat je te veel lacht. En ik dacht: te veel lacht? Weten jullie hoe ik me voel als ik alleen naar huis fiets? Maar ik vond het vreselijk als mensen alleen maar zeiden: o, wat érg voor je.
‘Ik heb als eindredacteur een programma over kinderen met kanker gemaakt en ik herkende iets in ze. De veerkracht om er het beste van te maken, om ondanks alles lol te hebben, dat had ik zelf als 13-jarige ook. Voor ouders is het anders, hun wereld stort in, maar zo werkt het bij een puber niet. Die zet een stip op de horizon: het is wat het is en dáár ga ik naartoe.
‘Mijn ouders hebben het verwoestende verdriet van Joost en mij weggehouden, denk ik nu. Ze hebben ons altijd gedragen en gestimuleerd. De zomer na Gijs’ dood gingen we op vakantie naar Frankrijk, ik mocht een vriendin meenemen. Als ik de foto’s zie, denk ik, nu ik zelf kinderen heb: mam, hoe is dat je gelukt? Je zoon was nog geen half jaar geleden overleden en je ziet ons gewoon leuke uitstapjes maken – dan moet je ijzersterk zijn. En dat was ze ook. Maar het is niet zo dat het verdriet een taboe was, er is bij ons thuis altijd over gepraat. Als op onze jaarlijkse Gijs-dag, zijn verjaardag, mijn vader een toost op hem uitbracht, stond hij met tranen in zijn ogen. Natúúrlijk. Dan kreeg hij een knuffel, alles mocht er zijn.
‘De glans is eraf, hebben mijn ouders wel gezegd in de jaren na Gijs’ dood, maar het was niet zo dat het bij ons thuis een sombere boel was. Mijn vader ging met Joost naar Ajax, mijn moeder nam mij mee naar het theater, ze hadden leuk werk, vrienden, ze maakten er iets moois van. Maar als je het haar vroeg, zei mijn moeder eerlijk: nee, je komt er nooit overheen.
‘In juni 2023 gingen mijn ouders op vakantie naar Portugal. Daar heeft mijn moeder niet zo van genoten als gewoonlijk, ze was verward in die onbekende omgeving, ze voelde dat ze snel achteruitging. Ze begon de grip op steeds meer zaken te verliezen en het verdrietige was dat ze dat zelf heel goed doorhad. Na die vakantie, we hadden ze uitgenodigd voor een barbecue, zat ik met haar in de keuken en toen zei ze: het is, denk ik, tijd. En ze bepaalde ook een datum: 5 februari, de sterfdag van Gijs.
‘Ik denk niet dat ze ervan overtuigd was dat ze naar hem toe ging, het was eerder een soort vage hoop. Maar die datum heeft haar wel moed en kracht gegeven om het traject nu echt in te gaan. Vier artsen moesten hun goedkeuring geven, ze heeft ervoor gezorgd dat iedereen erachter stond. En ze is de hele tijd moedig en vrolijk gebleven. Daarmee heeft ze het hele proces voor ons lichter gemaakt.
‘We zijn op een dag naar de Achterhoek gereden om afscheid te nemen van haar zussen en nichten – die stonden aan het eind van de dag met tranen, terwijl mijn moeder tevreden in de auto stapte. Voor haar was het helder: het leven was geleefd.
‘Ik heb aan mijn kinderen gevraagd wat ze nog wilden doen met oma. Robin van toen 9 wilde graag een weekendje weg. Ik ben meegegaan, een boerderij bij het bos hadden we gekozen. We hebben geknutseld, gefietst, taart gegeten in een café, en de volgende ochtend lag er sneeuw. Toen mijn moeder uit het raam keek, zei ze: Ellen, dit is toch het mooiste wat er is op het laatste weekend met je kleindochter? Daarna is ze met Robin een sneeuwpop gaan maken. Ik heb foto’s staan maken, ik was zo verschrikkelijk trots op haar.
‘Mijn broer is altijd om me heen geweest – dit moet je niet zweverig opvatten, hoor. Toen ik kort na de dood van mijn moeder een kastje afstofte, zei ik tegen zijn foto: vertel eens vriend, zijn jullie nu samen? Toen is er uit het niets een beeldje kapotgevallen. Dat zegt niets, het was toeval, maar stél dat ze nu samen zijn, dan kan ik alleen maar blij voor ze zijn.’
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant