Home

Bestaat de toekomst waarvoor Koerdische vrouwen vochten, in het nieuwe Syrië?

Met de val van Assad en het besluit van de Turkse PKK om de wapens neer te leggen, is de positie van de Koerden in Syrië onzeker geworden. De ideeën waar de vrouwelijke YPJ-strijders voor vochten staan haaks op die van president Sharaa. Welke plek is er voor de Koerden?

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman. Voor deze reportage reisde hij naar het Koerdisch gebied in het noordoosten van Syrië.

In een verlaten dorp, niet ver van de rivier de Eufraat, patrouilleren acht vrouwen. Tieners zijn het, en prille twintigers. Ze lopen netjes in een lint, de een achter de ander, met sneakers onder hun camouflagetenue en kalasjnikovs bungelend aan hun frêle schouders. Dit is de nieuwste lichting van de Koerdische YPJ, een afkorting voor ‘Yekineyen Parastina Jin’, oftewel Vrouwelijke Verdedigingseenheden.

Met dansende paardenstaarten wandelen de vrouwen naar een uitkijkpunt boven de Tabqa-stuwdam, een prestigeproject uit het tijdperk van de gevallen dictator Bashar al-Assad. Het water glinstert in de zon. Sommigen zijn al jong bij hun ouders weggegaan of -gehaald. ‘Mama, ik mis je’, staat er in half vergane letters op de arm van een 27-jarige die zich voorstelt als Rokan. Ze heeft haar familie al zes jaar niet gezien.

Rokan is haar strijdersnaam, haar echte naam wil ze uit veiligheidsoverwegingen niet geven. Net als de anderen meldde ze zich ooit aan om te strijden voor de rechten van haar volk, getrouw aan de principes van Abdullah Öcalan, geestelijk vader van de Koerdische zelfbeschikking.

Er was een tijd dat de Koerden in Syrië – zo’n 10 procent van de bevolking – internationaal hoge ogen gooiden met hun gewapende strijd, zij aan zij met de Amerikanen, tegen de extremisten van Islamitische Staat (IS). In het noordoosten van het land wisten ze het voorbije decennium een autonoom gebied uit de grond te stampen waar een door de Koerden geleide militie, de SDF (Syrische Democratische Krachten), de dienst uitmaakt. Ook de vrouwelijke eenheden vallen onder het gezag van de SDF.

Dialoog en diplomatie

Maar die strijd is sinds kort totaal veranderd. Gevochten wordt er niet meer. De kalasjnikovs van de jonge vrouwen zijn ongeladen. De verwoestende, vijftien jaar lange burgeroorlog in Syrië maakt langzaam plaats voor dialoog en diplomatie, als gevolg van een dubbele politieke aardverschuiving. Eerst was er de val van dictator Assad, eind 2024, gevolgd door – bijna even historisch – het besluit van Öcalans strijdgroep PKK om na decennia van gewapende strijd de wapens neer te leggen.

Dat laatste besluit werd weliswaar genomen in Turkije, waar de PKK ontstaan is, maar heeft immense gevolgen voor de rest van de regio. Het is een baksteen in de vijver van het Midden-Oosten, waarvan de rimpelingen tot in buurland Syrië worden gevoeld. Hoewel de Syrische SDF altijd ontkent dat er banden zijn met de PKK, bestaat er in werkelijkheid grote overlap. Veel SDF-officieren hebben een verleden als gestaalde PKK-kaders.

Voor de Turkse president Erdogan waren die stille banden altijd onacceptabel. In tien jaar tijd viel hij Noord-Syrië drie keer binnen, in de hoop de Syrische Koerden terug te dringen. Nu zwijgen de mortieren, en krijgt diplomatie de ruimte. De belangrijkste onderhandelingen zijn die tussen de SDF en de nieuwe (pro-Turkse) regering in Damascus, geleid door interim-president Ahmad al-Sharaa, die Syrië bevrijdde van dictator Assad en ooit leider was van terreurgroep Jabhat al-Nusra. In maart tekenden Sharaa en SDF-leider Mazloum Abdi een hoofdlijnenakkoord dat op termijn moet leiden tot de re-integratie van het Koerdische gebied. Internationaal waren de krantenkoppen jubelend. In meerdere Syrische steden werd gefeest. Een gebroken land leek gelijmd.

Maar zover is het nog lang niet. De ideeën van Sharaa staan haaks op die van de Koerden. Het is een botsing van werelden. Sharaa is een conservatieve islamist, de Koerdische leiding – naar buiten toe althans – feministisch en seculier. Terwijl de Koerden ooit streden tegen jihadisten, is het nu de bedoeling dat ze gaan integreren, linksom of rechtsom, in een leger van ex-jihadisten. Het is een waagstuk dat nog op allerlei manieren kan mislukken.

Niet voor niets was de verklaring waar Sharaa en Abdi hun handtekeningen onder zetten, bewust heel algemeen geformuleerd. Er stond niks in over de heetste hangijzers. Niks over de verdeling van de olieopbrengsten, niks over de wijze waarop de SDF in het leger zou worden geïntegreerd, niks over eventuele erkenning van de Koerdische taal in het onderwijs. Wat oogde als een fusie, bleek een mager niet-aanvalsverdrag. Over de details zal volop onderhandeld worden, tot minimaal eind dit jaar.

Een nieuw, verenigd Syrië

In het meest logische scenario gaat de autonome Koerdische regio op in een nieuw, verenigd Syrië. De vraag is alleen: hoe? Om te begrijpen wat er op het spel staat voor dit autonome gebied, reisde de Volkskrant dwars door noordoostelijk Syrië. De streek begint feitelijk als je de Eufraat oversteekt, bij de eerste wegversperring met geüniformeerde agenten op Koerdische loonlijst. Een enkeling draagt trots een schouderbadge met het portret van Öcalan. Bijschrift: ‘Geen leven zonder de leider.’

Naar de onofficiële hoofdstad van de regio, Qamishli, is het dik vier uur rijden. Veel Koerden zijn er wantrouwig over de nieuwe regering in Damascus. Menigeen begint over Sharaa’s verleden als leider van het inmiddels opgeheven al-Nusra, destijds de lokale tak van terreurgroep Al Qaida. ‘Hij wil een theocratie vestigen’, klinkt het. Of: ‘We willen de ene dictator (Assad, red.) niet inruilen voor een ander.’

Terwijl Sharaa handenschuddend de wereld over gaat en de Amerikaanse president Trump ertoe wist over te halen de verstikkende sancties op Syrië op te heffen, moet hij in eigen land veel weerzin overwinnen. Met name de (religieuze) minderheden – Koerden, alawieten, druzen – zijn bang om gemarginaliseerd te worden. Zonder onze wapens, zeggen sommige Koerden, wacht ons hetzelfde lot als de alawieten. Eerder dit jaar vermoordden pro-regeringsmilities zo’n 1.200 leden van deze religieuze groep, waartoe ook oud-dictator Assad behoorde.

Vrouwenrechten

Bovendien is het niemand ontgaan dat Sharaa’s kabinetsploeg uit meer dan twintig mannen bestaat, en slechts uit één vrouw. ‘Omdat het mooier stond op de foto waarschijnlijk’, glimlacht vrouwenrechtenactivist Fayza Youssef (25), zittend in een koffiehuis in Qamishli. Ze werd ooit als 16-jarige uitgehuwelijkt, en zette zich daarna (zonder succes) in voor wetgeving die de positie van vrouwen bij echtscheidingen moet verbeteren.

Anders dan in de rest van Syrië zijn kindhuwelijken in de Koerdische autonome regio nu verboden. Vrouwen hebben leidersfuncties in het openbaar bestuur. ‘Voor al die dingen hebben we gevochten’, zegt Youssefs vriendin Sawsan Rashid (35). Net als Youssef blijft ze optimistisch over de toekomst. ‘Als die rechten ons weer worden afgenomen, beginnen we gewoon een nieuwe revolutie.’

Elders in de regio maken niet Koerden maar Arabieren de meerderheid uit. Neem bijvoorbeeld Raqqa, een decennium geleden nog de hoofdstad van het IS-kalifaat. Inwoners zeggen blij te zijn over de deal met Damascus, omdat die fungeert als een staakt-het-vuren. Na de val van Assad, eind vorig jaar, braken er gevechten uit tussen de Koerden en pro-Turkse facties die losjes verbonden zijn aan de regering in Damascus. Die mini-oorlog is nu gesmoord. Het gezoem van de Turkse drones is voorbij.

Buurland Turkije

Hoelang dat bestand het zal houden, weet niemand, en hangt in hoge mate af van een derde partij die niet aan de deal gebonden is: buurland Turkije. ‘Erdogan gedraagt zich als een sultan’, zegt de 52-jarige Fares al-Horan al-Trad, een Arabisch stamhoofd in Raqqa met een fraaie zegelring om zijn pink. ‘De Turken denken dat ze blauw bloed hebben en dat dit gebied hun toebehoort.’

Erdogan is onmiskenbaar een van de ‘winnaars’ in het post-Assad-tijdperk. Hij kan tevreden zijn dat er in de persoon van Sharaa iemand in het presidentieel paleis zit die door dezelfde conservatief-islamitische bril naar de wereld kijkt. Volgens al-Trad heeft de Turkse geheime dienst voor zijn mensen de bovenste twee verdiepingen van het Four Seasons-luxehotel in Damascus afgehuurd – een wijdverbreid gerucht dat niet te verifiëren valt.

Zolang er onderhandeld wordt, kan de Turkse regering achterover leunen en kijken wat eruit komt. Maar – en daar wringt de schoen – ook voor Ankara is er een rode lijn. Het liefst zouden de Koerden hun autonome status willen behouden binnen een soort federaal Syrië. Forget it, waarschuwde Erdogan tijdens een toespraak, om eraan toe te voegen: ‘Zo’n scenario is niets meer dan een luchtkasteel.’ Voor je het weet, redeneert hij, gaan de Koerden in zijn land vergelijkbare eisen stellen. Dat wil hij tegen elke prijs voorkomen.

De tweede relevante speler, Amerika, is sinds kort aan het schuiven. Met hun tweeduizend militairen in de Koerdische autonome regio (formeel bedoeld om IS te bestrijden) gelden ze als een belangrijke bondgenoot van de SDF. Maar sinds kort doen ze óók zaken met Damascus. Trump schudde Sharaa publiekelijk de hand in de Saoedische hoofdstad Riyad, noemde hem een ‘aantrekkelijke, sterke kerel’ en oefent druk uit op de Koerden om tot een vergelijk te komen met de regering. Van de twee partijen, zo lijkt het, heeft Sharaa inmiddels de beste uitgangspositie.

Nauwelijks regenval

Verder oostwaarts snijdt de hoofdweg door katoen- en tarwevelden, bewerkt door vrouwen met fleurige hoofddoeken. Een roedel straathonden haast zich naar de berm. Het weldadige groen van Raqqa’s platteland, mogelijk gemaakt door het water uit de stuwdam, slaat om in totale verdorring. Er is afgelopen winter nauwelijks regen gevallen – een stille ramp. Boeren en dagloners zijn bezig met overleven, en halen de schouders op over de politiek. ‘Onze loyaliteit ligt bij het brood’, zegt een van hen monter.

Richting de woestijngrens met buurland Irak doemt al-Hol op, een berucht kamp dat in de praktijk fungeert als openluchtgevangenis. Van de naar schatting 35 duizend inwoners is bijna twee derde minderjarig. Het zijn tieners of kleuters, van wie velen nog nooit een stap buiten het kamp hebben gezet. Hun moeders, sommigen uit westerse landen, trouwden ooit met IS-strijders. Toen het kalifaat in 2019 in elkaar stortte, werden de strijders gedood of in een cel gegooid. Waar hun gezinnen naartoe moeten, weet niemand.

Alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg is, is er een vraag bij gekomen. De dagelijkse leiding is momenteel in handen van de Koerden. Gesteld dat het noordoosten opgaat in één groot Syrië, wie wordt dan de baas in het kamp? Houden de Koerden de leiding, of valt het in handen van Sharaa’s soldaten?

Veel kampbewoners hopen dat de regeringstroepen hen zo snel mogelijk komen ophalen. Er was grote blijdschap toen het Assad-regime eind vorig jaar viel, vertelt de Koerdische directrice van het kamp, Jihan Hannan (40). ‘Sommige moeders hebben gelijk hun koffers gepakt. Ze dachten dat ze door de nieuwe regering bevrijd gingen worden.’

Het liefst ongesluierd

Dat gold ook voor de 35-jarige Ghoussoun Ismail uit Damascus. Ze kreeg een appje van haar broer: ik kom je halen. Vijf maanden later zit ze nog steeds in al-Hol. In haar zwarte nikab vaart ze uit tegen haar ex-man, die zich zo nodig bij IS moest voegen en die haar (en haar drie kinderen) in deze situatie heeft gebracht. Ze zegt dat ze het liefst ongesluierd over straat zou gaan. ‘Maar ik ben bang. Er zijn hier slapende cellen van IS actief. Als je vermoord wordt, kijkt niemand daarvan op.’

De zorgen over IS hebben de onderhandelingen met Damascus onder hoogspanning gezet. Een SDF-inlichtingenbron die vanwege de gevoeligheid van het thema niet met zijn naam in de krant wil, begint over de gevangenissen waar IS-strijders vastzitten, eveneens onder Koerdisch gezag. ‘Sommigen van hen hebben broers bij Hayat Tahrir al-Sham (HTS), de oude groepering van president Sharaa. Als de regering hier de boel overneemt, zetten ze de celdeuren wagenwijd open.’

Over de toekomst van het gebied zal waarschijnlijk nog maanden worden onderhandeld. De Koerden zullen proberen hun autonomie te behouden, terwijl president Sharaa dat koste wat kost wil voorkomen. Voor hem riekt autonomie naar afsplitsing – een nachtmerriescenario, zeker als andere groepen (druzen, alawieten) vergelijkbare eisen gaan stellen. De eenheid van Syrië staat op het spel.

‘Bij mij en andere Syriërs is de gemoedstoestand momenteel een soort beurskoers, met wilde schommelingen’, knipoogt vredesactivist Mohammed al-Sattam (28), waterpijp rokend in de nabijgelegen stad Hasekeh. Zelf reisde hij onlangs naar Damascus om deel te nemen aan de ‘nationale dialoog’, een conferentie van anderhalve dag. De organisatie was rommelig, er ging veel fout en al-Sattam had welgeteld een kwartier om iets te zeggen. Maar het was ook een weerzien met andere activisten en een kans om de toekomst te helpen vormgeven. Oorlog heeft plaatsgemaakt voor debat. In het Syrië van nu is dat winst.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next