is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
De vraag of AI ooit daadwerkelijk slimmer wordt dan de mens is voer voor hevig debat, maar je hoeft geen glazen bol te hebben om te kunnen voorspellen dat kenniswerkers massaal zullen worden vervangen door AI. Logisch, want AI werkt 24 uur per dag, klaagt nooit, is geen lid van een vakbond en verhoogt de productiviteit met een kwart bij ‘hooggekwalificeerd werk’.
De verschuiving is al gaande. AI blijkt bijvoorbeeld verrassend goed te kunnen coderen. Microsoft laat al zo’n 30 procent van zijn code schrijven door AI en dat zal alleen maar meer worden.
Het blijft allemaal niet zonder gevolgen: hetzelfde Microsoft stuurt programmeurs de laan uit. Bij andere grote techbedrijven is het al niet veel anders. Degenen die nog mogen blijven, zien hun werk in rap tempo veranderen.
Programmeurs bij Amazon klagen dat ze meer werk moeten leveren omdat ze geacht worden gebruik te maken van AI-tools. Dat betekent naar eigen zeggen dat ze minder tijd hebben om na te denken.
In het streven naar meer efficiency dreigt dit laatste aspect nog weleens vergeten te worden: we gaan minder nadenken, omdat we dit uitbesteden aan AI.
Wat de gevolgen daarvan op de lange termijn zijn, laat zich raden. Als we ons brein minder vaak en minder intensief gebruiken, zal dat minder goed gaan functioneren. Chatbots als ChatGPT zijn nog helemaal niet zo lang voor een groot publiek beschikbaar, maar het concept van technologie als tweede of ‘extended’ brein bestaat al veel langer.
In 1998 publiceerden de filosofen David Chalmers en Andy Clark een studie die dit concept uitwerkt. Zij stellen dat cognitieve processen niet strikt beperkt zijn tot het brein, maar zich kunnen uitbreiden naar de omgeving. Denk aan het gebruik van een notitieboekje.
Chalmers en Clark hebben het nog niet over smartphones, laat staan AI. De afgelopen 27 jaar is het hele idee van een tweede brein alleen maar relevanter geworden. Vaak genoemd voorbeeld: we maken niet meer gebruik van ons oriëntatievermogen, richtingsgevoel of logisch nadenken als we door een onbekende stad dwalen, maar varen blind op Google Maps.
Met AI besteden we nog veel meer cognitieve taken uit. Wat zullen de gevolgen zijn? Voor technologieschrijver Rich Haridy staat het al vast: net als sociale media eerst al deden, leidt veelvuldig gebruik van AI tot breinrot.
Hij is niet de enige. Wetenschapshistoricus Graham Burnett ziet de snelle opmars van AI bij geesteswetenschappen met zorg aan. In een essay in The New Yorker schrijft hij: ‘Mens zijn betekent niet dat je antwoorden hebt. Het betekent dat je vragen hebt – en ermee leeft. Machines kunnen dat niet voor ons doen. Nu niet, en nooit niet.’
Áls AI daadwerkelijk ooit slimmer wordt dan mensen, dan is dat omdat wij in rap tempo dommer worden.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant