In april overleed Mario Vargas Llosa, 89 jaar oud. Hij won de Nobelprijs voor Literatuur, maar mislukte grandioos als presidentskandidaat. Toch kunnen politici in Nederland nog heel wat leren uit zijn memoires.
is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Eind vorig jaar publiceerde de Volkskrant een profiel van de toen net herkozen Moldavische president Maia Sandu. Ik bleef haken aan de laatste zinnen van het artikel van correspondent Arnout le Clercq: ‘Een van Sandu’s lievelingsboeken is De vis in het water, de memoires van Peruaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa. Hij deed een gooi naar het presidentschap in Peru, maar verloor.’
Het was een passage die vragen opriep. Waarom zou de leider van een voormalige Sovjetrepubliek gegrepen zijn door een verslag van een verloren verkiezing in Latijns-Amerika in 1990?
En: waarom had niemand in Den Haag mij ooit gewezen op het bestaan van dit boek?
Enkele jaren geleden had ik het lumineuze idee om Nederlandse politici te vragen naar de boeken die voor hen een inspiratie waren geweest. Niet alleen zou ik zo de drijfveren van sommige politici beter leren begrijpen, ook dacht ik in aanraking te komen met politiek relevante boeken waarmee ik mijn eigen kennis kon verdiepen.
Tot mijn verbazing bleken veel politici niet te willen meewerken. Misschien lazen ze niet veel? Of wilden ze niet te koop lopen met hun boekensmaak?
Het handjevol politici dat uiteindelijk wel meedeed, koos vaak voor boeken die in hun eigen politieke straatje pasten. Naomi Klein, Dietrich Bonhoeffer, Alexis de Tocqueville, Erich Maria Remarque. Toen ik op de burelen van D66 zag hoe een medewerker van partijleider Alexander Pechtold een stapeltje samenvattingen van boeken had klaargelegd, inclusief talking points over de interessantste aspecten, was de lol ervan af. De ‘onregelmatig verschijnende serie’ kwam tot een onopgemerkt einde.
De mislukking kwam weer bij me boven toen ik Le Clercqs zinnen las over het favoriete boek van de Moldavische president, een vrouw die al jaren weerstand biedt tegen meedogenloze pro-Poetin-krachten in haar land. Had nou niet één Nederlandse fractievoorzitter destijds zo’n verrassende keuze kunnen maken?
Na de onverwachte tip uit Moldavië begon ik alsnog in De vis en het water (1993) om te ontdekken wat Maia Sandu erin zag.
Een rolmodel lijkt Mario Vargas Llosa op het eerste oog niet te zijn voor politici. Hij oordeelt hard over zijn eigen falen en haalt instemmend een campagneadviseur aan die hem ‘de slechtste kandidaat ooit’ noemde. In de necrologieën bij zijn overlijden, op 13 april, kwam het werk meestal slechts terloops ter sprake. Toch is er iets opvallends aan de hand: het boek zal nu voor veel lezers actueler en relevanter zijn dan bij verschijning in 1993.
De dilemma’s waarmee Vargas Llosa worstelde, zijn dilemma’s die nu in tal van democratieën opspelen. Hoeveel is er geoorloofd om een populistische tegenstander van de macht af te houden? Moet een antipopulist verheven zijn boven de praktijken van zijn rivalen of is hij juist verplicht om met gelijke munt terug te slaan?
Vargas Llosa’s politieke carrière begon in 1987 bijna per toeval. De schrijver, die toen al bijna dertig jaar in het buitenland woonde, gaf tijdens een vakantie in Peru drie speeches tegen het beleid van de toenmalige links-populistische president Alan García. Hij werd daarna vrijwel onmiddellijk omarmd als vaandeldrager van een nieuwe politiek. In de peilingen kwam hij uit het niets naar boven als favoriete presidentskandidaat.
In de jaren tachtig was dit waarschijnlijk nog moeilijk voorstelbaar in westerse democratieën, maar inmiddels is het een ingeburgerd verschijnsel. Alleen al in Nederland is de afgelopen decennia een hele stoet instant verlossers voorbijgetrokken, van Pim Fortuyn tot Pieter Omtzigt.
Vargas Llosa leek in eerste instantie optimaal te profiteren. Hij was de ultieme outsider, een antipoliticus die verandering zou brengen.
Tot enkele weken voor de verkiezingen in 1990 leek hij onbedreigd af te stevenen op het presidentschap, totdat de grilligheid van de kiezers zich weer razendsnel tegen hem keerde.
Vargas Llosa werd op de valreep ingeruild voor een nieuwe outsider: de onbekende, op een tractor campagne voerende landbouweconoom Alberto Fujimori. De zoon van twee Japanse ouders had geen bestuurlijke ervaring, geen uitgewerkt verkiezingsprogramma en zijn lijst was in allerijl gevuld met onder anderen zijn tuinman en een voor drugshandel veroordeelde handoplegster. Toch schoot de ‘man van het volk’ enkele weken voor de verkiezingen pijlsnel omhoog in de peilingen.
Vargas Llosa zag te laat in dat ‘een campagne van ideeën’, zoals hij het zelf noemde, niet genoeg was om het populisme van Fujimori te verslaan. Mensen, schrijft hij, ‘stemden zoals mensen doen in onderontwikkelde democratieën en soms ook in volwassen democratieën: op basis van beelden, mythen, emoties, obscure gevoelens en ressentimenten’.
Vargas Llosa had vroeg gepiekt. Zijn tegenstanders kregen daardoor de ruimte voor de harde, persoonlijke aanvallen die zo kenmerkend zijn voor een populistische cultuur waarin het bovenal draait om personen en charisma. Vargas Llosa’s kracht – wereldfaam als schrijver – werd langzaam verdraaid tot zijn zwakte.
Rivalen brachten het verhaal in de wereld dat hij nooit belasting betaalde over de royalty’s van zijn boeken. Ook de inhoud van zijn romans werd tegen hem gebruikt. Vargas Llosa publiceerde tijdens de campagne Lof van de stiefmoeder, een roman die hij zelf omschreef als ‘luchtige erotische afleiding’. Tegenstanders zagen iets anders: een kans om de schrijver af te schilderen als een perverseling.
De roman, waarin een vrouw een seksuele relatie krijgt met haar engelachtige, piepjonge stiefzoontje, werd tijdens de campagne primetime voorgelezen op de staatstelevisie, één hoofdstuk per dag. Vargas Llosa: ‘Voor iedere aflevering waarschuwde de vrouwelijke presentator met een dramatische stem alle huisvrouwen en moeders om hun kinderen weg te houden van het tv-apparaat, want ze stonden op het punt naar verdorven zaken te luisteren.’
Vargas Llosa’s religiebeleving werd een ander heikel punt in de campagne. De schrijver vertelde in een interview eerlijk dat hij agnost was, maar dat bleek al snel een inschattingsfout. Zelfs zijn eigen kiezers ontging het verschil tussen een agnost en een atheïst en de kwestie bleef hem ‘als een schaduw achtervolgen’.
Het team van de zittende president García zond tv-spotjes uit met één simpele vraag: willen jullie een atheïst als president?
Vargas Llosa vergelijkt de politiek in zijn boek met Circe, de mythische figuur uit de Griekse oudheid die mensen in varkens verandert. De schrijver wilde daarboven staan, maar zelfs dat werkte na verloop van tijd tegen hem. Kiezers raakten verveeld door zijn ‘antipopulistische preken’, schrijft Vargas Llosa. Tegenstanders zetten hem weg als verwaand en moreel verheven. ‘Een goede president voor Zwitserland, niet voor Peru.’
De weigering van Vargas Llosa om zich te verlagen tot het niveau van zijn tegenstanders is nog steeds een thema bij antipopulistische politici. When they go low, we go high, was het veelgeciteerde motto van de Amerikaanse first lady Michelle Obama. Toch laat Vargas Llosa al in De vis in het water zien dat die aanpak grote risico’s met zich meedraagt. Inmiddels is er een school die meent dat antipopulisten net zo hard en schaamteloos moeten zijn als hun populistische tegenstanders.
Was het toelaatbaar geweest als de schrijver had gelogen over zijn agnosticisme? Inhoudelijk was de kwestie van weinig belang en mogelijk was Peru dan het autoritaire regime van Fujimori bespaard gebleven. Voor Vargas Llosa was het nooit een optie (‘ik kon mijn status als agnost niet verbergen voor een makkelijkere zege’). Hij wilde niet in ‘een staat van ethische schizofrenie’ leven. Alles was er juist op gericht om een oprechte campagne te voeren, maar dat werd dus ook een verliezende campagne.
Vergelijkbare vragen spelen nu bij antipopulistische bewegingen in andere landen. Moet links zich meer op de vlakte houden over lhbti-rechten en woke om te voorkomen dat cruciale kiezersgroepen worden afgeschrikt? Moet er meer lippendienst worden bewezen aan een streng antimigratiebeleid, omdat de meeste kiezers daar nou eenmaal om vragen? En waar ligt de grens voordat een politicus zelf verandert in een van Circes varkens?
De werdegang van Vargas Llosa biedt ook inzicht in het lot van de vele politieke outsiders die na hem zijn gekomen: ze moeten antipolitici zijn die de belofte van verandering met zich meedragen, maar tegelijkertijd kunnen overleven in de politieke binnenwereld.
Vargas Llosa wist die knoop nooit te ontwarren. Hij wilde de macht om iets te veranderen, maar huiverde tegelijkertijd voor machtslust – een thema dat terugkomt in veel van zijn romans.
In De vis in het water schrijft hij: ‘Waar de professionele politicus, in het centrum, links of rechts, werkelijk door wordt gegrepen, wat hem opwindt en wat hem voortdrijft, is macht. Haar vergaren, haar behouden, haar heroveren, zo snel als het kan... Iemand die niet in staat is om die obsessieve, bijna fysieke aantrekkingskracht tot macht te voelen, kan bijna onmogelijk een succesvol politicus worden.’
Zoals wel vaker bij het lezen van De vis in het water roept ook deze episode associaties op met gebeurtenissen in Nederland, hoe groot de verschillen met het door armoede, corruptie en terrorisme geteisterde Peru van die tijd ook zijn. D66-leider Sigrid Kaag was enkele jaren geleden nog succesvol met een belofte van nieuw leiderschap, maar ze verloor aan geloofwaardigheid toen ze alsnog in zee ging met de oude politiek van premier Mark Rutte. Een fundamentele fout, erkende ze later. Niemand geloofde daarna nog in een comeback, omdat zelfs haar aanhangers ervan uitgingen dat ze niets liever wilde dan de politiek verlaten. Kaag bleef de outsider die net als Vargas Llosa haar weerzin voor het politieke metier niet kon verbergen.
Vargas Llosa vertrok in 1990 na zijn verlies tegen Fujimori halsoverkop naar Londen, terwijl zijn medestanders verbijsterd achterbleven. Ze moesten toezien hoe Fujimori zijn autoritaire instincten de vrije loop liet in Peru.
Hoopvol stemt het boek uit 1993 niet. Vargas Llosa laat zien dat populisme een zelfversterkend effect heeft als het eenmaal onderdeel is van de politieke cultuur. Het is een stroming die gericht is op het nu en de ad-hoc-aanpak die daaruit voortkomt, leidt bijna altijd tot schade op de lange en middellange termijn, waardoor pijnlijk herstelbeleid onvermijdelijk wordt. Dat onaantrekkelijke vooruitzicht verleidt kiezers dan alweer snel tot de makkelijker klinkende recepten van het populisme. Zo werd de populist García in Peru ingewisseld voor de populist Fujimori.
Voor de Moldavische president Maia Sandu is De vis in het water desondanks een lievelingsboek. Misschien omdat ze ervan heeft geleerd. Zelf is ze als buitenstaander – Sandu werkte bij de Wereldbank – in elk geval taaier gebleken dan Vargas Llosa. In 2016 verloor ze de presidentsverkiezingen na een harde campagne waarin ze werd aangevallen omdat ze als alleenstaande vrouw de familiewaarden van Moldavië te schande zou maken. Sandu bleef in de politiek en won daarna de presidentsverkiezingen in 2020 en 2024, waarmee ze de pro-Poetin-krachten van de macht hield.
Een andere uitgesproken bewonderaar van Vargas Llosa is Emmanuel Macron. Toeval of niet: de Fransman deed in 2017 wat het ‘literaire genie’ in 1987 naliet: hij weerstond alle lokroepen van gevestigde partijen en zette vol in op een eigen nieuwe partij. Macron behield zijn imago als vernieuwer en wist de populist Marine Le Pen uit het Élysée te weren.
Je zou bijna kunnen concluderen dat een succesvolle politicus niet per se een schrijver hoeft te zijn – afgaande op het lot van Vargas Llosa, liever niet zelfs – maar dat het wel kan helpen als een politicus een goede lezer is.
De vis in het water – Een autobiografie verscheen in Nederlandse vertaling bij Meulenhoff.
Alles over politiek vindt u hier.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant