Zeven jaar geleden verloor Simon Yates de Giro d’Italia op de flanken van de Colle delle Finestre. Nu pakt hij juist daar de eindzege.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Met nog 30 kilometer te gaan kijkt Simon Yates naar links. In de diepte, op een witte grindweg die tussen groene weiden slingert, ziet hij net achter Richard Carapaz het felroze tenue van Isaac del Toro. Het is die kleur die de Brit najaagt, en de kleur die hij op dat moment eigenlijk al in handen heeft.
Yates richt zijn ogen weer op de onverharde weg voor zich. Hij heeft al zijn concentratie nodig, om door te blijven stampen, zijn voorsprong te behouden. Hij weet dat op de top een helper wacht: Wout van Aert. De Belg is in de vroege vlucht meegegaan met als doel zijn kopman bij Visma-Lease a Bike in de finale te helpen.
Het is een plan dat veel ploegen hebben, maar dat maar zelden slaagt, zeker als er zo’n zware klim in het parcours is opgenomen. Zo’n kunststukje komt aan op perfecte timing: de helper is vooral van nut in afdalingen of vlakkere stukken en moet zijn eigen beklimming dus heel nauwkeurig indelen.
Maar Van Aert heeft hier ervaring mee. In de laatste bergrit van de Tour de France van 2022 deed hij iets vergelijkbaars voor Jonas Vingegaard. Hij wachtte de Deen op en wist als bonus ook nog Tadej Pogacar eraf te rijden en zo de eindzege voor Vingegaard veilig te stellen.
In de Giro, op weg naar Sestrière, was het met Del Toro opnieuw een renner van Team UAE die het slachtoffer werd van Van Aerts dadendrang. De ploeg bovendien van Yates’ tweelingbroer Adam.
Als een locomotief positioneert de Belg zich voor Yates en rekt de voorsprong die Yates al had opgebouwd op tot voor Del Toro onoverbrugbare dimensies: bijna vijf minuten. Op 5 kilometer van de finish, als het alweer vervelend omhoog begint te lopen, stuurt Van Aert van kop af.
Dat op dat moment de latere ritwinnaar Chris Harper daar nog dik drie minuten voor rijdt, doet niet ter zake. Het gaat Yates op deze zaterdag om de eindzege, in de slotrit van zondag zal weinig meer mogelijk zijn. Die rit is ontworpen om in een massasprint uit te monden.
Ondanks de weergaloze hulp van Van Aert, was het toch vooral de Brit zelf die de omwenteling in het slotweekend van de ronde veroorzaakte. En die zich daarbij ook nog eens persoonlijk verzoende met de afgrijselijk zware Colle delle Finestre: 18 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van dik 9 procent, aan het eind acht kilometer grind als wegdek.
In 2018 reed Yates hier ook omhoog. Toen was hij, in de 19de rit, de man in het roze tenue. Maar toen Chris Froome aanviel, kon hij niet mee. Yates stortte volledig in en zou die dag 38 minuten verliezen.
Zeven jaar later komt de revanche. Misschien wel omdat Yates zich deze hele Ronde van Italië nauwelijks vooraan heeft laten zien. Hij sprintte niet mee voor bonificatieseconden, mengde zich niet in de strijd om de etappes. Dat was heel anders dan in die verloren ronde van 2018, toen hij drie etappes won.
En dit keer krijgt Yates op de Finestre bovendien onbedoeld hulp van twee Zuid-Amerikanen die elkaar niets lijken te gunnen. Aan de voet van de klim, waarvan iedere renner wist dat het de scherprechter van deze Ronde van Italië zou zijn, is het aanvankelijk Carapaz die aanvalt.
Dat is de Ecuadoriaan die in 2019 de Giro won ten voeten uit: explosief en aanvalslustig. Alleen Del Toro, de 21-jarige verrassing van de afgelopen drie weken, gaat mee. Yates, de enige van de klassementsmannen die de klim al eens bedwong, steekt even later op eigen tempo over naar het duo.
Dan is het een tijdje haasje-over: nu eens demarreert Yates, dan weer Carapaz. Telkens is het Del Toro die het gaatje dicht. Tot Yates het voor een zoveelste keer probeert en zijn twee concurrenten elkaar aankijken en de benen stilhouden.
Carapaz doet daarna nog vaak een poging om de man in het roze kwijt te raken. Maar het geliefde wapen van de Ecuadoriaan, een snelle aanzet, raakt Del Toro niet. Die is ook bijzonder explosief voor een klimmer en lijkt alles onder controle te hebben. Del Toro lijkt erop te gokken dat Carapaz zich uiteindelijk niet in zal kunnen houden en Yates zal terughalen met hem in het wiel.
Zo houden ze elkaar in bedwang tot aan de top van de Colle delle Finestre. In theorie kunnen ze dan Yates nog achterhalen, hun achterstand bedraagt 1 minuut en 40 seconden. Als Del Toro 19 seconden weet te dichten, behoudt hij de leiding.
Maar dan blijkt dat het geen kwestie van bluf of pokeren was, maar dat Del Toro de benen niet heeft. Hij spreekt ze in elk geval niet aan. Eventjes neemt hij wel de kop, maar hij slaat geen deuk in de achterstand. Zijn voorsprong in het klassement van bijna anderhalve minuut aan de start van de rit verandert uiteindelijk in een achterstand van 3 minuten en 56 seconden.
Carapaz en Del Toro hebben in de afzink geen Van Aert. Geen sneltrein om aan te haken. Met gezichten op onweer geven ze de strijd op, worden door allerlei renners uit de achtergrond weer bijgehaald en rijden gedesillusioneerd naar de finish, waar Yates snikt van vermoeidheid en geluk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant