is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Er zwemmen grote haaien in de Noordzee. Voor de een goed nieuws, voor de ander een nieuwe angst. Intussen steken we de kop in het zand voor een veel gevaarlijker monster.
Nog maar net woon ik aan zee, of ik bevind me in een slechte speelfilm. ‘De reuzenhaai zwemt voor de Nederlandse kust’, berichtte onder meer de NOS begin deze maand. Opgegroeid met de bordkartonnen versie van de horrorfilm Jaws veer je dan toch even op.
Onderzoekers van de Wageningen Universiteit hadden DNA van het 8 meter lange gevaarte aangetroffen bij windmolenparken tussen Den Haag en Zandvoort. Er zwemmen daar wel vijf soorten haaien en roggen rond, en dat is goed nieuws, zei een onderzoeker, want sinds de aanleg van die windmolenparken werd gedacht dat die haaien en roggen zouden weerhouden. Niet dus.
De Telegraaf was weer eens niet te beroerd de speelfilm op te leuken met een flinke scheut horror. ‘Gevaarlijke witte haai steeds vaker gezien voor Nederlandse kust: ‘Vooral niet spartelen’, luidde de alarmerende kop koud na het vrolijke Wageningse nieuws. Weliswaar was het gevreesde witte monster net opgedoken in een Belgische kustplaats en waren daar uit voorzorg zwemmers het zeewater uitgehaald, ook voor de Nederlandse kust zou het beest steeds vaker gezien zijn. Voorheen bevond de witte haai zich in de Spaanse wateren, maar door opwarming van het zeewater zwemt hij noordwaarts.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
De kans dat een zwemmer tussen de kaken van de haai belandt, is volgens een medewerker van waddenmuseum en opvangcentrum Ecomare niet zo groot, maar hij had toch een waarschuwing voor wie er een treft: ‘Wat je vooral niet moet doen bij een witte haai is spartelen.’ Dan lijk je in de ogen van de haai meer op een zeehond en daar lust-ie wel pap van.
Voor wie toch wat ongerust van wordt van dergelijke berichten, had de Wageningse onderzoeker van het eerdere haaienbericht goed nieuws: ‘Veel mensen denken dat alle haaien menseneters zijn. Maar dat klopt helemaal niet. Ze bijten alleen als er sprake is van een vergissing.’
Vermoedelijk was dat laatste bedoeld ter geruststelling.
Een even twijfelachtige relativering had de Ecomare-man in De Telegraaf. ‘Ik zou mensen eerder adviseren om uit te kijken voor zeeschuim dat vol pfas zit’, zei hij tussen neus en lippen door.
Zelf kom ik het pfas-monster geregeld tegen. Tijdens het hardlooprondje, dat vaak over de havenpier voert. Daar, in een hoek van de zee, zie ik vrijwel dagelijks surfers in zwarte pakken door het schuimende water gaan, wachtend op die ene rolgolf die hen voor even zal optillen. Die zit soms tjokvol pfas, met soms duizenden keren hogere concentraties dan gewoon zeewater. Bij stevige wind worden de schadelijke stoffen uit het wateroppervlak geblazen en hopen ze zich op in de schuimbelletjes. Die schuimkoppen, ook gevormd door algenresten, kunnen zo hoog en massaal ophopen dat je erin verdrinkt.
Dat weten we bij mij aan zee: op 11 mei was het vijf jaar geleden dat daar vijf surfers verdronken onder het schuim. Op het havenhoofd lagen nog wekenlang bloemen bij een monumentje met de tekst ‘The waves are a silent witness’.
Enkele dagen na die gebeurtenis doken de eerste surfers er gewoon weer op en dat doen ze nog steeds. Ook nadat de Holland Surf Association en de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, ondersteund door onderzoeksinsituut Nioz, voor afgelopen 4 en 5 mei een ‘schuimalarm’ hadden afgegeven.
Of ze hun kop nu in het zand steken of in het schuim, naar de haaien gaan ze toch. Typisch de moraal van een slechte speelfilm.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns