In een uithoek van Louisiana zet de regering-Trump migranten uit via snelrecht in detentiecentra. De pers is zéér onwelkom, maar de Volkskrant weet met veel moeite binnen te komen.
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Hij woont in New York. Voor deze reportage reisde hij naar Het LaSalle Detention Center in Louisiana.
De roffel van zware laarzen kaatst over de parkeerplaats. ‘Wegwezen’, schreeuwt een vrouw in uniform. ‘U mag hier niet zijn’, brult haar collega. Walkietalkies knetteren. Een truck komt aangescheurd, meer beveiligers, ze waaieren in een cirkel uit over het hete asfalt. Dreigende stilte. Slechts kwakende kikkers in de verte nu.
Het LaSalle Detention Center, een gevangeniscomplex verscholen in de dichtbegroeide moerassen van Louisiana, zit duidelijk niet te wachten op bezoekende journalisten. Maar ik sta in mijn recht.
Hier, achter metershoge hekken en krullen prikkeldraad, houdt de regering van Donald Trump mensen buiten het oog van de wereld gevangen. Het zijn ongedocumenteerden, illegaal binnengekomen, soms al decennia in het land. Anderen zijn asielzoekers, al dan niet met tijdelijke verblijfspapieren. En sommigen, aantal onbekend, zijn studenten en academici mét visa die – volgens de Amerikaanse regering – demonstreerden voor de verkeerde zaak.
Ze worden aangehouden op plekken als Virginia, Massachusetts of Maine en vervoerd, duizenden kilometers, naar de uithoeken van Amerika’s conservatiefste en minst bereisbare staten. Tussen onverharde wegen en eindeloos groen. Ver uit de buurt van advocatenkantoren, familieleden, activisten en, niet in de laatste plaats, de pers.
De beveiliger overlegt per portofoon met haar leidinggevende. Wat is het bevel? ‘Zorg dat hij oprot’, kraakt de lijn. En het geschreeuw begint weer. ‘Wegwezen!’ ‘Opdonderen!’ ‘Als je nu niet vertrekt, word je gearresteerd.’
De bestemming is geen toeval. Louisiana, in het uiterste zuiden van de Verenigde Staten, staat – naast de beeldschone natuur en een unieke cuisine – bekend om de gemankeerde rechtsbescherming. Rechters en jury’s vonnissen zwaar, de toegang tot juridische bijstand is beperkt en gevangenissen zijn er al sinds mensenheugenis berucht. In geen staat overlijden meer gedetineerden.
Voor Trump is dit een juridisch walhalla.
Samen met buren Mississippi en Texas vormt Louisiana het hart van ‘Deportation Alley’. Deze staten vallen onder de Fifth Circuit Court of Appeals, ’s lands conservatiefste federale hof. Hier wordt 99 procent van de vrijlatingsverzoeken door migranten afgewezen. En, uiteindelijk, ruim driekwart van de asielaanvragen. Landelijk is dat slechts 58 procent.
Trump rekt de grenzen steeds verder op van wie hij laat vast- of uitzetten. Deportation Alley, waar veertien van de twintig grote Amerikaanse detentiecentra zich bevinden, is daarvoor cruciaal. Nergens krijgt de regering meer ruimte van de rechtspraak en hebben gedetineerden minder middelen om zich te verweren.
Het patroon spreekt voor zich. Nadat student Rümeysa Öztürk even buiten Boston door gemaskerde agenten van straat was geplukt – ze schreef een opiniestuk vóór de Palestijnse zaak – werd zij halsoverkop naar Louisiana getransporteerd. Hetzelfde geldt voor de postdoc Badar Khan Suri uit Washington. De Syrische student Mahmoud Khalil, begin maart in één klap wereldberoemd na zijn aanhouding in New York, zit drie maanden later nog altijd zonder aanklacht vast, ergens hier, achter de muren van het LaSalle Detention Center.
Verwarring aan de telefoon. ‘U bent journalist en u staat voor de deur?’ Ik ben door de gewapende beveiligers van het terrein geloodst. Aan de overkant van de straat, in het zompige gras, probeer ik het dan maar telefonisch. Een medewerker van de GEO Group, uitbater van deze private gevangenis, overlegt hoorbaar met een collega. ‘Hij is hier, ja!’
Ze zijn dit niet gewend.
De Amerikaanse regering betaalt commerciële bedrijven als de GEO Group en concurrent CoreCivic voor de detentie van migranten. Die detentiecentra zijn dus privé, maar zitten vol met gevangenen van de staat. De grens tussen privaat en publiek vertroebelt.
Todd Lyons, directeur van immigratiedienst ICE, stelde onlangs op een conferentie in Arizona dat de VS uitzettingen ‘meer als een business’ moeten benaderen: ‘Een 24-uursdienst zoals Amazon, maar dan met mensen.’
De regering wil Trumps belofte nakomen van ‘de grootste uitzettingsoperatie uit de Amerikaanse geschiedenis’. Detentiecapacititeit is daartoe cruciaal. Die moet worden uitgebouwd naar honderdduizend plekken. Aandelen van GEO Group stegen na Trumps aantreden met 94 procent.
Maar het tempo moet omhoog. Daarom opende de overheid improvisatorische rechtbanken in de detentiecentra. Asielzaken kunnen zo ter plekke worden behandeld. Sneller, efficiënter. Maar rechtspraak is ook – per definitie – openbaar. De pers móét toegang krijgen.
‘Hij wil naar binnen’, hoor ik aan de andere kant van de lijn. ‘Wat doen we?’
Trumps uitzetbeleid voltrekt zich in een schaduwwereld. Op welke basis mensen worden gedetineerd of verwijderd blijft vaak onduidelijk, voor familieleden én de rechtspraak. Vorige maand nog werden vanuit Louisiana drie kinderen met de Amerikaanse nationaliteit uitgezet, in gezelschap van hun ongedocumenteerde moeders. Ze waren 2, 4 en 7 jaar oud. De 4-jarige lijdt aan uitgezaaide kanker.
Hun familieleden en advocaten kregen met hen geen contact, wisten niet waar zij werden vastgehouden. Na 24 uur in een detentiecentrum in Louisiana waren ze het land al uitgezet. Ze kwamen nooit voor een rechter, kregen geen kans deze beslissing te bevechten. ‘Illegaal en ongrondwettelijk’, oordeelde een rechter achteraf.
Maar deze overheid haalt niemand terug.
‘Als ICE dit kan doen met deze moeders en kinderen, met deze studenten op universiteitscampussen, dan is niemand van ons veilig’, aldus Alanah Odoms, advocaat van een van de vrouwen, in de media.
Was Louisiana een land geweest, dan zou de verhouding tussen inwoners en gedetineerden slechts worden overtroffen door El Salvador – de Zuid-Amerikaanse dictatuur waar Trump, niet toevallig, honderden migranten tegen betaling laat opsluiten. Louisiana telt meer dan één gevangene op elke tienduizend inwoners. Hier, in de Amerikaanse Deep South, vormt het gevangeniswezen een vitale industrie.
Het LaSalle Detention Center ligt even buiten Jena (speek uit: Djina), een uit het groen gehakt gehucht dat slechts één keer eerder het landelijke nieuws haalde. In 2006 werd hier een witte tiener in elkaar geslagen door zes zwarte schoolgenoten die hij voor het n-woord zou hebben uitgemaakt.
De lokale autoriteiten vervolgden deze ‘Jena Six’ aanvankelijk voor poging tot moord, volgens velen racistisch ingegeven. Vanuit heel het land trokken Amerikanen hierheen om te protesteren, tienduizenden, wekenlang. Maar na de opsluiting van Mahmoud Khalil stond hier slechts een handjevol demonstranten.
‘Waar blíjft iedereen?’, roept de 52-jarige omwonende Renee Gardner, terwijl ze een zwarte spin van de stoel op haar veranda veegt. ‘Sorry, ik moet zitten als we hierover praten. Ik vind het verbijsterend wat hier gebeurt. Dit is het land van the brave and the free, en nu zetten ze mensen vast vanwege een méning? Er zouden constant protesten moeten zijn!’
Maar Gardner is de uitzondering. Veruit de meeste (witte) inwoners van deze gemeente, die voor 91 procent stemde op Donald Trump, zijn positief over het LaSalle Detention Center. Ze bejubelen de honderden banen die de gevangenis oplevert en, als je doorvraagt, de politiek erachter. ‘Wij gaan toch ook niet naar Syrië om daar te demonstreren?’, zegt de 49-jarige Mandy Sandifer van de lokale kinderkledingwinkel. ‘Deze mensen hebben hier niets te zoeken.’
‘Maar wélke zaak wilt u dan bijwonen?’ De zon brandt op mijn gezicht. Na twintig minuten getouwtrek heb ik eindelijk bevestiging. Zittingen zijn inderdaad openbaar, hoor ik. Maar eerst moet ik preciseren voor welke zaak ik kom. Prima! Waar vind ik het schema? ‘Dat hangen wij elke ochtend in de gang’, zegt de vrouw. Binnen dus.
Amerikanen noemen dit een ‘catch 22’. Ik kom niet binnen, omdat ik niet weet welke zaken er spelen. En ik weet niet welke zaken er spelen, omdat ik niet naar binnen mag.
De juridische schemerzone rond detentiecentra leidt geregeld tot penibele situaties. Deze maand werd burgemeester Ras Baraka van Newark, New Jersey, gearresteerd tijdens een inspectieronde van een ICE-detentiecentrum. De Democraat zou daar – in zijn eigen stad – geen jurisdictie hebben gehad. Congreslid LaMonica McIver, ook aanwezig, wordt inmiddels vervolgd omdat zij zijn arrestatie probeerde te verhinderen.
Democraten en non-profits beklagen zich steevast over de gebrekkige transparantie rond de omstandigheden binnen. Een greep uit een recent rapport van het Robert F. Kennedy Human Rights-centrum over een detentiecentrum in Louisiana: ‘Gedetineerden worden afgesloten van juridische voorzieningen, ervaren vuile, inhumane omstandigheden en wangedrag van cipiers.’
Poging twee. Een paar stappen op het parkeerterrein en de truck stuift alweer mijn kant op. ‘We hebben je gewaarschuwd’, schreeuwt een beveiliger, dezelfde vrouw als net, uit het openstaande raam. ‘Ik heb de opdracht gekregen je te arresteren.’ Met mijn beleefdste stem, armen langs mijn zij, leg ik uit dat ik net telefonisch toestemming heb gekregen om hoorzittingen bij te wonen.
‘Van wie dan?’, roept de vrouw.
‘De rechtbank’, antwoord ik. ‘Binnen.’
Haar woede wijkt nu voor – volgens mij – oprechte verwarring. De vrouw mompelt in haar portofoon. ‘Hij zegt dat hij toestemming heeft.’ Gekraak. Een antwoord dat ik niet versta. Maar deze beveiliger begint te beseffen, vermoed ik, dat haar instructies niet stroken met de wet.
Toch stuurt ze me nog één keer weg. Om mijn telefoon weg te leggen. ‘Geen elektronica!’
Voor ik mijn iPhone achterlaat in het dashboard van mijn huurauto, zend ik mijn locatie naar mijn chef op de Volkskrant-redactie. Voelt toch gek: alleen een Amerikaans detentiecentrum binnenlopen, zonder communicatiemiddel, als buitenlandse journalist. En tegelijk is het gek dat dat zo gek voelt.
Sinds zijn aantreden lijkt Donald Trump zich steeds minder gebonden te voelen aan de letter van de wet. Met de rechtspraak zoekt hij openlijk de confrontatie. ‘Monsters’, noemde de president afgelopen weekend de magistraten die zijn migratieplannen afremmen: ‘Rechters met een missie om moordenaars, drugsdealers, verkrachters, bendeleden en criminelen van over de hele wereld in ons land te houden, zodat ze opnieuw kunnen roven, moorden en verkrachten.’
Gerechtelijke bevelen negeert of schendt hij bij de vleet. In weerwil van een gerechtelijk verbod liet hij honderden migranten deporteren naar een martelgevangenis in El Salvador – velen zonder strafblad, in enkele gevallen was het niet eens hun thuisland.
Wanneer rechters eisen dat de overheid een drietal abusievelijk uitgezette mensen repatrieert, gebeurt dat alsnog niet. Intussen ontwikkelt Trump plannen voor detentiekampen in het door burgeroorlog verscheurde Libië – een land waar de VS, wegens de veiligheidssituatie, geen permanente vertegenwoordiging hebben.
Daar blijft het niet bij. Vorige week trachtte ICE een groep migranten uit Laos, Myanmar, Vietnam en Cuba te deporteren naar Zuid-Soedan. Niemand kreeg de kans deze beslissing aan te vechten. Advocaten en familieleden wisten niet waar zij waren. ‘Mijn cliënt is verdwenen’, riep een van hun advocaten tijdens een spoedzitting. ‘Ik weet niet waar mijn cliënt is.’
‘Ongrondwettig’, oordeelde de rechter. Tegen die tijd hing het vliegtuig al in de lucht. Ze zitten nu al een week vast in Djibouti. Bestemming onzeker.
Stalen gebonk ontsluit de zware deuren van het buiten- en binnenhek. Daarachter wacht een norse cipier naast een metaaldetector. Ik word opgehaald door een ander, aanzienlijk vriendelijker. ‘Kom je echt uit Nederland?’, vraagt de man. Ik knik. ‘En hoe vind je Louisiana?’ Prachtige natuur, antwoord ik.
De cipier loopt met zware passen voor me uit. We eindigen in een gang, wit linoleum, met vijf zware deuren langs de rechterwand. Daarachter schuilen de interne rechtbanken. Schijnbaar willekeurig loodst hij me door een ervan naar binnen. Daar tref ik vooral: leegte. De adelaar van het ministerie van Justitie zweeft eenzaam boven een verlaten bureau.
De rechter is vandaag niet fysiek aanwezig, noch de officier: zij voeren deze zaak via een videoverbinding, vakjes op het televisiescherm in de hoek. Ik kijk op de rug van twee mannen in gevangenistenue, gezeten op een houten bankje boven vuil rood tapijt. Geen van beiden heeft een advocaat.
Met hun hand op de Bijbel bezweren ze de waarheid te vertellen. De eerste man blijkt Indiaas, illegaal in de VS. Tijdens een afspraak met een immigratieagent in Los Angeles, vertelt hij, werd hij onverwacht gearresteerd en naar Louisiana gevlogen. Zijn vrouw en kind bleven achter in Californië. De rechter wijst zijn verzoek om borgtocht af.
De volgende – ringbaardje, tatoeages op zijn rechterarm – blijkt een asielzoeker uit Honduras die, naar eigen zeggen, wordt bedreigd door de corrupte Nationale Partij van Honduras. Zijn woning zou zijn beschoten, hij was getuige van een moord. De rechter op het scherm wrijft in haar ogen. ‘Uw verhaal komt niet overeen met wat u eerder verklaarde aan de immigratiedienst.’
Afgewezen. Hij wordt onmiddellijk uitgezet.
Gedetineerde migranten hebben in de Verenigde Staten, in tegenstelling tot verdachten van een misdrijf, géén recht op bijstand. Advocaten zijn een privilege, zelf te faciliteren en bekostigen. En dat kan lastig zijn, met weinig middelen, vanuit een geïsoleerd detentiecentrum.
‘Ik weet het’, zegt de rechter – wel fysiek aanwezig – in het volgende zaaltje. ‘We hebben hier niet veel voorzieningen.’ Tegenover zich heeft zij zestien mannen afkomstig uit Latijns-Amerika, Rusland, Jordanië, Jamaica. Ze dragen blauwe, gele of rode gevangenistenues. Migranten in het rood, het hoogste veiligheidsniveau, hebben mogelijk een strafblad of worden verdacht van bendelidmaatschap. Vandaag zit iedereen kriskras door elkaar.
Elk van hen krijgt de kans zijn hoorzitting uit te stellen voor de zoektocht naar een advocaat. Op de houten banken liggen printjes met de nummers van een handjevol advocatenkantoren in Baton Rouge en New Orleans, de dichtstbijzijnde grote steden, op enkele uren rijden. Daar werken echter lang niet genoeg asieladvocaten om iedereen te kunnen bijstaan.
Volgens critici is dit geen neveneffect van detentie op afgelegen plekken, maar een doel op zich. Migranten mét advocaat maken twee keer meer kans op asiel.
‘Ze willen mensen afsnijden van hun gemeenschappen, van hun steun, van hun families, advocaten, scholen, vrienden en hen isoleren’, aldus Ramzi Kaseem, advocaat van Mahmoud Khalil, onlangs in de media. ‘Zodat ze hen in stilte kunnen uitzetten.’
Gaan ze op zoek naar een advocaat, waarschuwt de rechter vandaag, dan blijven zij mogelijk weken of maanden langer opgesloten. Voor velen blijkt dat een te bittere pil. ‘Geen advocaat’, zegt een migrant uit Guatemala. ‘Ik wil hier weg. Zo snel mogelijk.’
Het zit erop. De zittingen zijn voorbij. Terug op de zonovergoten parkeerplaats haast ik me naar mijn auto – en mijn telefoon. Maar dan zie ik, even verderop, een vrouw snikken achter het stuur van haar auto. Zachtjes tik ik op de ruit. Ze draait het raampje omlaag.
De Mexicaans-Amerikaanse Ingrid Sharpe (38) komt afscheid nemen van haar ongedocumenteerde oom, die elk moment kan worden uitgezet. ‘Na 25 jaar in Amerika’, zegt ze. ‘Hij werd gepakt tijdens een verkeerscontrole in Mississippi.’
Wil ik toch nog één keer naar binnen?
Sharpe belooft haar oom te vragen of hij openstaat voor een gesprek. Dat blijkt zo. Gewapend met zijn negencijferige ‘Alien Registration Number’ wandel ik weer naar het hek.
‘Jij moet nú weggaan’, schreeuwt de beveiliger. ‘Ik heb hier helemaal genoeg van.’ Maar als ik vriendelijk uitleg dat ik ditmaal een gevangene kom bezoeken, mét nummer, verandert haar houding op slag. ‘Oké’, zegt ze. ‘Bezoeken mag.’
Even later zit ik voor een vettige ruit met een zwarte telefoon tegen mijn oor. Aan de andere kant van het glas verschijnt een man met donker haar en een bril. Blauw tenue. ‘Ik ben nerveus’, zegt Uriel Alcantara-Maldonado (50) met zachte stem. ‘Ik weet niet eens meer wat een blikje cola kost in Mexico. Maar ik ben blij dat ik hier weg kan.’
Uriel slaapt met negentig mensen op één zaal, vertelt hij. Met de rug van zijn hand tikt hij tegen het glas. ‘Een paar weken terug zette ik nog dit soort ruiten. Ken je het kinderziekenhuis in Jackson, Mississippi? Ik heb daar de gevel gedaan.’ Hij zucht. ‘Mijn leven loopt in één keer 180 graden anders.’
Maar Uriel klaagt niet, benadrukt hij steeds opnieuw. ‘Ik ben geen slachtoffer, dit risico liep ik altijd al. Ik dacht alleen niet dat het echt nog zou gebeuren, na zo lange tijd. Maar met dit nieuwe...’ – hij zoekt naar woorden – ‘...regime was het een kwestie van tijd.’
Heeft hij zijn zaak nog proberen aan te vechten met een advocaat? Uriel gebaart om zich heen. ‘Beter om het hier niet over dat soort dingen te hebben.’ Hij glimlacht. ‘Maak je geen zorgen. Komt wel goed met mij.’
Als ik even later op de parkeerplaats mijn telefoon weer aanzet en de redactie bericht (‘Goed afgelopen!’), krijg ik zowaar een knikje van de vrouwelijke beveiliger. ‘Tot morgen’, zeg ik. Ze schudt haar hoofd en verdwijnt weer door de hekken.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant