Van een frisse bries door een laag melancholie tot zilveren strepen door een nachtelijk geluidslandschap: dit zijn de beste albums van dit moment.
Yeule maakt elektronische pop op een zo simpel mogelijk substraat, met glitches (‘foutjes’), maar in bijna elk liedje hoor je een voorliefde voor indie en alternatieve rock uit de vroege jaren negentig (en later). Het leuke aan Evangelic Girl Is a Gun (★★★★☆) is het voortdurende spanningsveld tussen het diep-menselijke (kunstzinnigheid, individuele expressie, ijle maar emotievolle zang) en de daaraan tegengestelde suggestie van onpersoonlijkheid, alsof hier geen mens aan te pas is gekomen. Vervreemdend mooi. Lees de recensie.
Arcanum (★★★★☆) bestaat uit zestien betrekkelijk korte stukken, die laveren tussen gecomponeerde jazz en improvisatie. In het openingsstuk Nokitpyrt klinken Henriksen en Seim samen als Don Cherry en Ornette Coleman, begin jaren zestig. Elders speelt het kwartet weer in een typische Noordse jazzstijl met veel ruimte en stiltes, die voortdurend spannende muziek oplevert. Lees de recensie.
Chopin op een historische vleugel kenden we al, op de pianino wordt zijn muziek nóg intiemer. Het klinkt op Chopin intime (★★★★☆) allemaal lichter, gevoileerder, ronder. Daarbij brengt Taylor een andere esthetiek mee dan de Steinway-ridders van vandaag. Chopins melodieën speelt hij zoekender, de versieringen neigen naar improvisatie. Lees de recensie.
Op Get Sunk (★★★★☆) doet Matt Berninger iets anders dan wat zijn band The National doet: hij doet eerder wat The National dééd. Liedjes als Frozen Oranges, Little by Little en het gedragen slotstuk Times of Difficulty doen sterk denken aan de band ten tijde van Boxer (2007) of High Violet (2010). Berninger klinkt ook zo begeesterd als toen, met fijne lichtheid (en vrouwenstemmen!) als een frisse bries door zijn melancholie. Lees de recensie.
De tracks op Under Certain Light and Atmospheric Conditions (★★★★☆) zijn ondraaglijk spannend: zet je een stuk als Chimera op tijdens een wandeling, bij voorkeur door een verlaten industriegebied, dan zit je in je eigen horrorfilm. De gitaren trekken zilveren strepen door een nachtelijk geluidslandschap vol diep echoënde bassen en een vreemd hakkende bassdrum, die synchroon meehobbelt met iedere gitaaraanslag. Lees de recensie.
Wie dacht alle muziek van Dmitri Sjostakovitsj onderhand wel te kennen, rekent buiten het Sjostakovitsj Festival in Gohrisch, een dorp bij Dresden. Dankzij de nauwe band met de erven van de componist klinken er geregeld teruggevonden noten. Sterren als violist Gidon Kremer en pianist Daniil Trifonov vegen ze op Shostakovich Discoveries (★★★★☆) bij elkaar. Lees de recensie.
De broers zijn na zes jaar weer eens terug met een rijk, erg mooi album dat Crooked Wing heet. Het neoklassieke spectrum vormt de basis, maar het album meandert richting experimenteel klassiek en avant-gardepop, het muziekkwadrant waar je Steve Reich, maar ook de geesten van Scott Walker en Mark Hollis kunt tegenkomen. Het kan alle kanten op, gáát ook alle kanten op, maar is uiteindelijk toch ook wonderlijk rustgevend. Lees de recensie.
Lise Davidsen is dé Wagnersopraan van haar generatie en daarom is deze opname (★★★★☆), gemaakt live in Oslo, nu al van historische betekenis. Davidsens stem wikkelt je oren in fluwelen warmte en dringt door dankzij een randje van platina. Haar meevoelende maar vastberaden Senta doet denken aan die van haar legendarische landgenote Kirsten Flagstad. Lees de recensie.
Tune-Yards verpakt steevast zware maatschappelijke onderwerpen als hyperkapitalisme en culturele toe-eigening in bedrieglijk luchtige popliedjes. Op Better Dreaming (★★★★☆) voert een funky groove de boventoon. Op het nummer Limelight verleiden een huppelend basje, disco handclaps en een haast kinderlijke speelsheid je tot de dansvloer.
Maar wat meer indruk maakt, is de enorme behendigheid waarmee Garbus haar stem gebruikt. Lees de recensie.
Herder’s Herd (★★★★☆) is een creatieve collectie van gloednieuwe composities, met Myllylä, die moeiteloos schakelt tussen meditatie, fijne techniek en complete waanzin. Vaporwave-achtige liftmuziek klinkt tussen de fluitsolo’s door. In serieuzere werken combineert Myllylä tien verschillende blokfluiten met elektronica. Lees de recensie.
De analoge synthgeluiden van Mark Pritchard kleuren op Tall Tales (★★★★☆) prachtig bij de stem van Thom Yorke, soms ijl en dun, soms krachtig. Niet alle nummers komen even hard binnen, maar het is keer op keer genieten van de bijna anachronistische, soms kale elektronica. Meer Kraftwerk dan Autechre, met af en toe een stevig ratelende drummachine. Lees de recensie.
Op Even in Arcadia (★★★★☆) val je van je stoel van wat je hoort: vocale r&b, dance en hiphop, pianoballades en steeds toch ook weer die zware, laag afgestemde riffs, die de tracks somberte en massa geven. Het is verbijsterend hoe goed alles werkt. Wie nog geen fan was van deze verlegen Britse jongens, gaat dat met dit vierde – en beste – album beslist worden. Lees de recensie.
Black Sherif buigt op Iron Boy (★★★★☆) meer af naar de Jamaicaanse dancehall. De synths die tussen de bassen en de beats dwarrelen zijn soms wat zoet, maar de vocalen grijpen de aandacht. De vaak spirituele teksten, gezongen in een mix van Engels en het Ghanese twi-accent, laten je luisteren. Lees de recensie.
Birdly Serenade (★★★★☆) is onderdeel van het prestigieuze Birdsong Project, dat muziek en gedichten uitbrengt waarin vogelenzang centraal staat. Het samenspel van Murrays verbluffende kwartet is nog spannender en dwingender geworden. Murrays toon is steeds prachtig en diep, zijn liefde voor freejazz wordt knap beteugeld door zijn drang om ook gewoon mooi te spelen. Lees de recensie.
Sweet Dreams, See You Tomorrow (★★★★☆) is prachtig, of de omfloerste omlijsting nou van een gitaar of een piano komt – en of er nou wel of geen knisperende geluidjes krioelen in het geluidsdecor. Ze heeft een zachte stem, die zo troostrijk is dat je de woorden niet hoeft te horen: je wilt gewoon dat ze zachtjes voor je zingt. Lees de recensie.
Djrum trekt op Under Tangled Silence (★★★★★) beeldschone elektronische muziek uit die piano, af en toe een schrijnende viool of een tingelende harp, plus uniek geprogrammeerde drummachines en synths. En deze bijzondere mix, die ergens tussen zenmeditatie en grotestadsverkeer in hangt, is zó knap in elkaar gedraaid dat je er een album lang in oplopende verwondering naar moet luisteren. Een album dat zo vernieuwend, avontuurlijk, toegankelijk én ontroerend tegelijk is, kom je niet vaak tegen.
En geheel onverwacht was daar wéér een album van Sault, het bejubelde Britse soulfunkcollectief dat er een handje van heeft om onaangekondigd muziekpareltjes te droppen. De altijd beheerste, subtiele blazersaccenten, de borrelende percussie; ze zijn op Ten (★★★★☆) opgehangen aan een kurkdroge organische groove getransplanteerd uit seventies-souljazz. Sault maakt de fijnzinnigste herinterpretaties van klassieke zwarte muziek. Lees de recensie.
De composities van de Britse Emma-Jean Thackray op Weirdo (★★★★☆) lijken net zoveel door de funk van George Clinton en de neosoul van Erykah Badu als door de jazz van Miles Davis beïnvloed. Je zou aan de opgewekte, door Rhodes-piano en synths gedreven sound ook niet kunnen opmaken dat Thackray de muziek componeerde en opnam toen ze psychisch in een diep dal zat. Lees de recensie.
Met het gitaargeluid op Skeletá (★★★★☆) lijkt Ghost meer dan voorheen te salueren naar de harige metal uit de jaren tachtig, toen Van Halen en Ozzy Osbourne óók verzorgde pop naar de hardrock brachten. Het maakt van Skeletá een plaat die hier en daar een rauwer randje had mogen krijgen, maar waar Ghost wel goed mee voor de dag komt in de arena’s. En waar je ook gewoon een goed weekendhumeur van krijgt. Lees de recensie.
Maartje Rammeloo zingt op Longing to Be Loved (★★★★☆) klassieke Broadwaynummers uit de eerste helft van de 20ste eeuw met warmte, kwetsbaarheid én een vleugje glamour. Rammeloo overtuigt met haar natuurlijke frasering en vertelkracht en ontroert als een verlaten vrouw, wandelend door een besneeuwd New York op zoek naar hoop. Lees de recensie.
Julien Baker en MacKenzie Scott (Torres) verrassen met een gezamenlijk countryalbum, Send a Prayer My Way (★★★★☆), waarop ze verhalen over de kerk, onderdrukking, verslavingen (Bottom of a Bottle) en geploeter in de liefde (Sugar in the Tank) zingen. Dat levert emotionele liedjes op waarin je pijn voelt, maar nooit verliezen ze hun gevoel voor zwartgallige humor. Lees de recensie.
De Noorse pianist Leif Ove Andsnes en het Norwegian Soloists’ Choir nemen je op Franz Liszt (★★★★☆) mee op een aangrijpende muzikale pelgrimstocht langs de belangrijkste scènes van lijden en dood van Jezus. Andsnes bewijst zijn pianistische fijngevoeligheid: zonder effectbejag spiegelt hij de sobere eenvoud van het strak zingende koor. Lees de recensie.
Het gekke met The Ex is dat je ze uit duizenden herkent, terwijl ze toch weer anders zijn dan bij hun vorige album, zeven jaar geleden. De wereld is veranderd sindsdien. The Ex is op If Your Mirror Breaks (★★★★☆) fier en strijdbaar, kaarsrecht overeind. Dat biedt op een wonderlijke manier troost. Lees de recensie.
Heel fraai hoe de dunne, prikkelende gitaarlijnen van Halvorson op Bone Bells (★★★★☆) zich verweven met het wijdlopige, maar altijd elegante pianospel van Courvoisier. Voorzichtig zoeken de twee steeds naar de juiste manier om elkaars stukken te verrijken. Soms laten ze noten samenvallen, om dan weer speels van elkaar weg te lopen. Lees de recensie.
Meer muziek? Bekijk hier ons volledige archief van albumrecensies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant