Home

‘Verkettering van elkaar is de opmaat naar chaos, onrecht en geweld’

Democratische besluiten nemen is een ‘delicaat proces’ dat ‘een zoektocht naar feiten’ omvat. Desinformatie via sociale media werkt verstorend, stelt Luc Verhey, hoogleraar en lid van de Raad van State. ‘We moeten zien weg te komen van spelverruwing’.

Bij het etiket ‘idealist’ voelt hij zich niet comfortabel, daarvoor ziet Luc Verhey zichzelf ‘te veel als een man van de praktijk’. Die praktijk is in zijn geval juridisch, waarmee hij als twintiger bij een rechtswinkel te maken kreeg (‘ik verdiepte me in klachten van burgers over politieoptreden’). Later volgde het ministerie van Justitie en tegenwoordig is hij lid van de afdeling advisering van de Raad van State. Als staatsraad bij dat college formuleert hij adviezen over nieuwe wetten – ‘met een team’, voegt hij er nadrukkelijk aan toe.

Zijn carrière is ook gekleurd door zijn theoretische belangstelling voor het recht, waar hij op 64-jarige leeftijd aan toekomt als hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden en als fellow van het Montesquieu Instituut, het kenniscentrum voor parlementaire democratie. Een man van de theorie én praktijk dus, die naar eigen zeggen geen idealist is, maar wel wil toegeven dat sommige onderwerpen hem ‘zeer na aan het hart liggen’. Dat blijkt wel uit zijn boek De zoektocht naar de feiten. Voor de democratische rechtsstaat en fatsoen in de politiek springt hij daarin op de bres.

In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Op beheerste toon hekelt hij in dat uit 2021 daterende, maar onverminderd actuele boek de impact die ‘leugens’ hebben op het politieke proces – hij betoogt dat met desinformatie, verspreid door politici en sociale media, op een niet eerder vertoonde wijze zand in de raderen van de politieke besluitvorming wordt gestrooid. Dat is ondermijnend voor de ‘eenheid’, waarop de democratische rechtsstaat is gefundeerd. De bestorming van het Capitool in de VS op 6 januari 2021, na aanhoudende verspreiding van nepnieuws over de verkiezingsuitslag door de zittende president, ervoer hij als ‘een wake-upcall’. Voor zo’n gewelddadige aanval op de rechtsstaat als gevolg van desinformatie ‘zijn we in Nederland niet immuun’, waarschuwt hij.

Al even laakbaar vindt hij de erosie van fatsoensnormen in het politieke debat. Komend uit een ‘bevoorrecht, katholiek gezin’, met jeugdjaren in Leiden waar zijn vader ziekenhuisdirecteur was, omschrijft hij zichzelf als iemand die ‘duidelijk van het harmoniemodel’ is. Gebrek aan fatsoen stuit hem sowieso tegen de borst, maar aan het ontbreken ervan in het politieke domein onderkent hij een verzwarende dimensie.

Zijn boek bevat daarover een uitgesproken statement, ontdaan van zijn gebruikelijke voorkeur voor nuance: ‘Verkettering van elkaar is de opmaat naar chaos, onrecht en geweld.’ De aanvallen op de persoon waaraan politici zich overgeven, bemoeilijken niet alleen de politieke besluitvorming, maar zetten ook burgers mogelijk aan ‘tot bedreigingen en zelfs gewelddadig gedrag’. Tekenen aan de wand: met geweldsdreiging omgeven lokale debatten over asielzoekerscentra en door dreigementen geïntimideerde wetenschappers die daardoor terugdeinzen voor deelname aan het publieke debat. Ook langs die wegen wordt de democratische rechtsstaat ondermijnd, stelt Verhey.

Wat bedoelt u precies met die ‘eenheid’ die aan ons systeem ten grondslag ligt?

‘In een democratische rechtsstaat is het een permanent zoeken naar de juiste balans tussen eenheid en veelheid. Tegenover de veelheid van groepen, belangen en ideeën in een land heb je eenheid nodig om vreedzaam met elkaar te kunnen samenleven. Dat vereist eensgezindheid over de manier waarop we gezamenlijk tot besluiten komen en problemen oplossen – een geloof in de procedures die we daarvoor hebben bedacht, waar de Grondwet en onze parlementaire democratie uitdrukking aan geven.

‘Een geloof ook in de rechtspraak als manier om geschillen vreedzaam te beslechten, als alternatief voor geweld. Daarom moeten we uitspraken van de rechter ook accepteren als we niet in het gelijk worden gesteld. Om die eenheid te ervaren, is een gedeelde kijk op de werkelijkheid een voorwaarde. Feitelijk onjuiste informatie bemoeilijkt dat, het ondermijnt het geloof in hoe we ons samenleven hebben georganiseerd.’

Gaat het vooral om het onderschrijven van procedures?

‘Het is meer dan dat, want die procedures steunen op een stelsel van waarden, waaronder de grondrechten. Het gaat in feite om waarde toekennen aan het gehele bouwwerk van de democratische rechtsstaat – niet alleen aan het parlementaire stelsel, maar ook aan de rechter, de vrije pers en de wetenschap. Die spelen daarin ieder hun eigen rol.

‘Een kernelement van onze democratische rechtsstaat is in mijn ogen de zoektocht naar de feiten. Voordat je beslissingen kunt nemen, is het zaak je op de juiste feiten te baseren. In het wetgevingsproces, waar ik als adviseur mee te maken heb, is de vraag die je jezelf voortdurend moet stellen: wat zijn de relevante feiten? Die liggen niet voor het oprapen, er is per definitie ruimte voor twijfel.

‘Het is een delicaat proces dat je met een bepaalde integriteit en openheid moet kunnen voeren. De politiek, de media, het bestuur, de wetenschap en de rechter doen alle mee aan die zoektocht – het is een collectieve inspanning, een voortdurend streven naar voortschrijdend inzicht over feiten om tot zo goed mogelijke wetgeving en besluiten te komen. Daarbij moet je altijd de relativiteit van je kennis over de waarheid voor ogen houden en bereid zijn je eigen beeld bij te stellen.’

Is het in het licht van die relativiteit niet enigszins hooghartig over nepnieuws te spreken?

‘Dat twijfel over de feiten altijd gerechtvaardigd is en dat die altijd ter discussie moeten kunnen worden gesteld, betekent niet dat je daarmee ook álles ter discussie kunt stellen. Er zit een grens aan twijfel, bepaalde feiten kun je niet negeren. Als bijvoorbeeld lood in drinkwater of het coronavirus gevaarlijk voor de volksgezondheid blijkt te zijn, valt dat niet te ontkennen.’

Is desinformatie niet iets van alle tijden?

‘Ja en nee. Doelbewust onwaarheden verkondigen en die aan de samenleving voorhouden of zelfs opleggen, is zeker niet nieuw – we kennen dat van de jaren dertig van de vorige eeuw, maar je kunt nog veel verder teruggaan.

‘Wat nu wel nieuw is, is de slagkracht van sociale media. Daarmee kunnen groepen in de samenleving in extreme mate tegen elkaar worden opgezet. Het verdienmodel van bigtechbedrijven is op aandacht gebaseerd – mensen worden door haat en geweld aangetrokken. Sociale media hebben ons veel opgeleverd, zie het gemak waarmee we elkaar bereiken, maar er kleven grote nadelen aan, zoals het behoren tot filterbubbels waarin je bevestigd wordt in je eigen gelijk en de extreme uitingen die het maatschappelijke debat dreigen dood te slaan.’

Hoe ziet u de impact ervan op het ‘delicate proces’ dat u zojuist beschreef?

‘Die kan enorm zijn, dat hebben we herhaaldelijk gezien rond verkiezingen. Hun goede verloop is voor het vertrouwen in een democratisch systeem wezenlijk. In de VS heeft Donald Trump met zijn desinformatie over de verkiezingen van 2020 de weg bereid voor de bestorming van het Capitool, waarbij doden zijn gevallen. In Roemenië werd in november een president verkozen op basis van nepnieuws, waarna de rechter die verkiezingen terugdraaide. In andere, Europese landen zie je pogingen tot beïnvloeding van verkiezingen met nepnieuws door buitenlandse staten, de inlichtingendienst AIVD signaleert dat ook voor Nederland.

‘Gaat het om de invloed van desinformatie op het politieke proces dan kunnen we die beter niet bagatelliseren. Neem het klimaatprobleem, met al het overweldigende, wetenschappelijke bewijs dat CO2-uitstoot door toedoen van de mens eraan bijdraagt. De urgentie ervan neemt alleen maar toe, toch dreigt het nemen van maatregelen stil te vallen. Dat heeft meerdere oorzaken, maar een factor is in ieder geval dat een groep twijfel over vaststaande feiten blijft zaaien en zich openlijk afvraagt: hoe groot is het probleem nu eigenlijk? Natuurlijk kun je van mening verschillen over de aanpak, maar de ontkenning van een probleem maakt bij voorbaat iedere oplossing onmogelijk.’

Hoe verklaart u de vruchtbare bodem voor nepnieuws?

‘Dat is een lastige vraag, maar het houdt voor mij vooral met maatschappelijke onvrede verband. De inhoud kunnen we niet serieus nemen, maar de onvrede van groepen burgers des te meer. Daarvoor kun je allerlei verklaringen aanvoeren. Vooral het einde van de verzuiling is volgens mij belangrijk, omdat daarmee allerlei sociale verbanden zijn verdwenen die maakten dat mensen zich gehoord voelden. Dat was geen probleem voor burgers die goed voor zichzelf kunnen zorgen, maar de belangen van grote groepen die dat minder goed kunnen, zijn ondergesneeuwd geraakt – de toeslagenaffaire geeft aan hoe pijnlijk dat kan uitpakken.

‘Door de individualisering is een andere kijk op de overheid gaan domineren. De burger ziet haar minder als hoeder van gemeenschappelijke belangen, maar vraagt zich vooral af: wat kan de overheid voor mij persoonlijk doen? Bovendien is hij te veel van de overheid gaan verwachten, ook al omdat politici soms meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Dat leidt tot frustratie en onvrede, met afkeer van politieke processen tot gevolg.

‘Ik begrijp alle kritiek op de gebrekkige slagkracht van de overheid wel, maar we moeten die wel in perspectief plaatsen. Maak je een vergelijking met andere landen dan gaat er in Nederland veel wel goed. Ambtenaren doen dagelijks hun best voor mensen in het land. Dat mag ook weleens worden benadrukt.’

Hoe valt de schade aan de democratische rechtsstaat als gevolg van desinformatie in te perken?

‘In mijn boek schets ik daarvoor twee denklijnen. De eerste is de harde lijn van een democratie die zich weerbaar toont tegen aanvallen. In Duitsland zie je die weerbaarheid al sinds de oorlog in de regels over het verbieden van politieke partijen die een bedreiging voor de democratie vormen. Daarnaast kun je aan allerlei maatregelen denken, zoals politieke partijen verplichten transparant te zijn over hun berichten en advertenties via sociale media. Daar moet openheid over zijn, anders loop je het risico dat groepen burgers door een partij onder de radar via microtargeting worden bestookt met misleidende informatie.

‘Wat mij hoop geeft, zijn de verplichtingen die door Europese wetgeving aan bigtechbedrijven zijn opgelegd om nepnieuws te verwijderen en de mogelijkheid voor burgers om een klacht in te dienen wanneer dat niet gebeurt. Tegen die wetgeving lopen nu de Amerikaanse regering en big tech te hoop, dat is veelzeggend.

‘Mochten die regels onvoldoende werken dan zou je de eigendomsstructuur van die bedrijven kunnen aanpakken, bijvoorbeeld door opsplitsing. Een andere weg kan zijn dat je de kwaliteit van informatie via sociale media waarborgt door nieuwe, publieke vormen van nieuwsvoorziening. Nu sociale media de belangrijkste bron van nieuwsvoorziening zijn voor jongeren, moet je daar als overheid je koers op aanpassen.’

Wat is uw tweede denklijn?

‘Dan gaat het vooral om een oproep tot publiekelijk fatsoenlijk met elkaar omgaan. Voor de zoektocht naar de feiten die in een democratie zo essentieel is, heb je nieuwsgierigheid en ruimte voor twijfel nodig. Dat vereist een open, integere houding – het verketteren en bedreigen van de ander staat daar haaks op, dan voelen mensen zich niet langer vrij in het publieke debat.

‘Een fatsoenlijke omgang met elkaar is nodig voor een gesprek over de inhoud, we moeten ophouden met het hard op de man spelen. Ik vind dat de grenzen van het fatsoen nu te vaak worden overschreden, met een negatieve hoofdrol voor sociale media. We moeten zien weg te komen van de spelverruwing die je niet alleen in de politiek, maar in de hele samenleving ziet. Dat is niet alleen een taak voor politici, het is een opdracht aan ons allemaal.’

Boekentip: Februari 1933, de winter van de literatuur, Uwe Wittstock.
‘Een indringende reconstructie van de periode kort na het aantreden van Hitler. Wittstock laat zien hoe een democratie met propaganda en geweld in luttele weken aan zijn einde komt en hoe verschillend mensen onder die druk reageren: soms moedig en vastberaden, soms passief en meegaand. Een beangstigend, maar ook leerzaam boek.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next