DEN HAAG - Geen woord Nederlands spreken, maar wel de trainer begroeten met 'vuile klootzak'. De Slowaakse ADO Den Haag-speler František Kubík was een groot mysterie. Wekelijks liet hij in het seizoen 2010-2011 zijn voeten spreken, al leek niemand echt te weten wat er schuilging achter 'de mafkees'. Wat is er geworden van deze vreemde snuiter? Van het nationale elftal tot de cel en van Kazachstan tot de amateurs, wie Kubík wil vinden moet lang speuren.
'Tja, waar moet ik beginnen', antwoordt Lex Immers wanneer hem wordt gevraagd naar zijn herinneringen aan František Kubík. 'Je kan denk ik een heel boek schrijven over die jongen.'
Het is de zomer van 2010 wanneer een op het eerste oog verdwaalde voetballer het veld oploopt in Den Haag. Het is de 21-jarige Kubík. Een snelle speler, met een goed linkerbeen en uitstekende voorzet.
Hij staat onder contract bij het Slowaakse AS Trencín. ADO-trainer John van den Brom ziet potentie in de buitenspeler en haalt hem voor een jaar naar de Hofstad.
'In eerste instantie dacht ik: ach, daar heb je er weer een', blikt Immers terug op de eerste kennismaking met zijn latere maatje. 'Het was natuurlijk een grote onbekende. Alleen bleek al snel dat hij naast een aparte jongen bovenal een leuke gozer was. Eentje die ook nog eens kon voetballen.'
Kubík verbaast vriend en vijand en geeft menig verdediger het nakijken. Bij dertien eredivisiedoelpunten is hij direct betrokken, al is er wel een probleem. Het lukt de staf door de taalbarrière niet om de Slowaak uit te leggen waar hij moet rennen.
Veel verder dan de woorden 'vuile klootzakken' en 'tering' komt Kubík niet wanneer hij met zijn trainers een gesprek voert. Het zijn alleen de Nederlandse termen die hij 'leert' van ploeggenoten die blijven hangen.
Gelukkig voor Van den Brom is ADO-directeur Mark van der Kallen stamgast in een restaurantje in Rijswijk. Daar werkt de Slowaakse Michal Drlicka, die als tolk wordt ingeschakeld.
In eerste instantie moet hij helpen bij praktische zaken, maar al snel bloeit een hechte vriendschap op.
'We zagen elkaar bijna dagelijks', vertelt Michal, die dat jaar een van de weinige vrienden van Kubík zou worden. 'Het was moeilijk voor hem dat hij helemaal niemand kende.'
Michal neemt Kubík mee op sleeptouw. 'Soms gingen we samen naar de bioscoop of even uit eten. Je moet je eens voorstellen hoe het is om alleen in een vreemd land te zijn zonder ook maar een woord te verstaan.'
Kubík heeft geen rijbewijs en is aangewezen op de hulp van ploeggenoten. Af en toe rijdt hij mee met Roderick Gielisse, die haast een tweelingbroer lijkt.
'Ik zal mijn vader eens vragen of hij iets moet opbiechten over een stiekeme Slowaakse vriendin', grapt Gielisse wanneer hij wordt geconfronteerd met de gelijkenissen.
Wesley Verhoek, die samen met Dmitry Bulykin en Kubík een iconisch aanvalstrio vormt, denkt dat de Slowaak geluk heeft gehad met de selectie van destijds. 'En op het veld hoeft er niet veel gesproken te worden, veel gaat via non-verbale communicatie.'
'Ondanks dat ik geen idee had wat hij allemaal zei, had hij wel een open uitstraling', vervolgt hij. 'Altijd maar lachen die jongen, waarbij hij natuurlijk een gouden duo vormde in de auto met Lex.'
'Kubík reed het vaakst met mij mee', zegt Immers, die beschrijft hoe het talent vrolijk meeging met de humor in de succesvolle spelersgroep. 'Kubík hield ervan om gek te doen, zoals het verstoppen van je schoenen. En die Haagse taal natuurlijk... die werd hij machtig.'
Samen met een paar andere buitenlandse spelers krijgt Kubík Nederlandse les, zonder succes. Want ondanks dat zijn hele appartement volhangt met stickers met Nederlandse woorden, blijven alleen de verkeerde termen hangen.
Een keer krijgt hij zelfs geel omdat hij scheidsrechter Pieter Vink uitmaakt voor 'Vieze Rinus'.
'Zijn Haagse vocabulaire was een serieus probleem', blikt vriend Michal terug. Inmiddels kan hij er wel om lachen, maar hij schrikt zich dood als de voetballer er in een park racistische termen uitfloept bij het zien van een paar jongeren van Marokkaanse afkomst.
Een keer gaat het bijna mis. Michal en Kubík staan samen in een club, waarbij de voetballer is omringd door knappe vrouwen. 'Die hingen altijd om hem heen.'
Plots begint Kubík onder het mom van 'grappig doen' de dames in het Nederlands uit te schelden met ziektes. 'Het was dat er werd ingegrepen, maar het scheelde weinig of er waren klappen gevallen.'
'Het lastige met Kubík was dat hij het buskruit niet had uitgevonden', zegt Tscheu La Ling, die als Trencín-eigenaar een grote rol speelt in het verdere verloop van Kubíks carrière.
Ling: 'Het was een simpele jongen, die goed kon voetballen. Alleen had hij niet het vermogen om goede en slechte mensen die misbruik van hem wilden maken te onderscheiden. Dat heeft hem de rest van zijn loopbaan achtervolgd.'
Ondanks dat ADO graag met de smaakmaker verder wil, kiest Kubík voor de Russische roebels. Vriend Michal raadt het hem nog af, maar tegen het vorstelijke salaris van Kuban Krasnodar kan de aanvaller onmogelijk 'nee' zeggen.
Een eenzame periode breekt aan. Het liedje O O Den Haag, dat Kubík in Nederland de hele dag door blèrt, wordt door niemand meer begrepen. Hij mist de Haagse gezelligheid.
Na een halfjaar en een handjevol wedstrijden vertrekt hij met de staart tussen de benen, naar de Krim in Oekraïne. Maar ook voetballen bij Tavriya Simferopol is niet waar Kubík als kleine jongen van droomde.
'Onder mijn leiding kwam hij wél tot bloei.' Het zijn de woorden van Adrián Gula, oud-bondscoach van Jong Slowakije en tegenwoordig trainer van de Letse topploeg FC Riga. Hij staat in de zomer van 2012 aan het roer bij Trencín, waar Kubík thuiskomt.
Gula en Kubík hebben een op z'n zachtst gezegd 'bijzondere' verstandshouding. De twee speelden ooit nog samen, bij Baník Prievidza. Toen Kubík als jeugdspeler aansloot bij het eerste elftal, was Gula bezig aan de nadagen van zijn carrière.
'Kubík had een fantastisch loopvermogen', zegt Gula. 'Niet alleen in zijn jeugd, maar zeker ook bij Trencín. Hij kon de hele wedstrijd blijven rennen. Zonder bal was het minder, maar eenmaal in actie en op snelheid vernederde hij zijn tegenstanders.'
Trencín haalt dat jaar voor het eerst in de clubgeschiedenis Europees voetbal, met Kubík als absolute uitblinker. Hij wordt door meerdere kranten genomineerd voor het elftal van het jaar. Maar Kubík zou Kubík niet zijn als hij ongelukkige keuzes maakt.
Hij tekent bij zijn droomclub Arsenal. Alleen is dit niet de Engelse grootmacht waar hij vroeger shirtjes van droeg. Arsenal Kyiv is zijn nieuwe werkgever, die amper een maand na zijn komst failliet gaat.
Het lijkt bijna alsof er een vloek rondom hem hangt. Drie oud-clubs van de aanvaller zijn inmiddels opgehouden te bestaan.
Hij beproeft zijn geluk nog even bij de Griekse promovendus Ergotelis, waarna hij opnieuw terugkeert bij Trencín. En met succes, want in de seizoensopening rijgt hij de doelpunten aaneen. Hij scoort zelfs een hattrick.
Het treurige aan de carrière van Kubik is dat hij bijna altijd naast de prijzen grijpt. Zijn overstap naar Slovan Bratislava is hier een treffend voorbeeld van. Na de flitsende seizoenstart bij Trencín vertrekt hij voor het verstrijken van de transferwindow alsnog naar de record- en regerend landskampioen.
Het is de daaropvolgende jaren juist zijn oude ploeg Trencín die met zowel de titel als de beker aan de haal gaat. Kubík wint in zijn hele loopbaan slechts één trofee: de beker van Slowakije in 2017.
'Kubík was net een paard, zo hard kon hij lopen', vertelt Mitchell Schet. Schet, die nog twee seizoenen het ADO-shirt heeft gedragen, was onderdeel van de Nederlandse enclave bij Slovan Bratislava toen Kubík er speelde.
Bij Slovan wordt Kubík omgetoverd tot linksback, die in het begin vergeet om te verdedigen. De drive naar voren is typerend voor de succesvolle periode die aanbreekt. 'Zijn conditie was onvoorstelbaar goed. Al bleef het natuurlijk wel zoals ze op z’n Haags zeggen: een wous, een clown.'
Waar het op het veld prima lijkt te gaan met de altijd lachende Slowaak, gaat het thuis minder. Zijn medespelers zijn wel op de hoogte van privéproblemen, die Kubík naar de buitenwereld probeert te verdoezelen. Maar wat er écht aan de hand is, weten maar weinigen.
'Het was duidelijk dat hij niet lekker in zijn vel zat', beschrijft de op dat moment ook bij Slovan spelende Joeri de Kamps. 'Kubík was de lolbroek van de groep en deelde bij teamuitjes dansend op tafel de shotjes uit.'
Middenvelder De Kamps vervolgt: 'Het was een absolute losbol, een levensgenieter. Maar ik wil er wel aan toevoegen dat hij bij hersteltrainingen het hardst voorop liep.'
In eerste instantie lukt het Kubík redelijk om zijn problemen verborgen te houden voor de groep. Maar wanneer bij zijn teamgenoten het gerucht rondgaat dat hij bier verstopt tussen de taperolletjes van de fysio, is ook voor hen duidelijk: hier klopt iets niet.
Helemaal mis gaat het op 8 januari 2017. De naam van de op dat moment 27-jarige Kubík, die enkele maanden eerder nog zijn derde en laatste interland heeft gespeeld, verschijnt in koeienletters in de krant: 'Kubík was dronken!'
Om kwart over vier 's middags wordt de voetballer opgepakt, omdat hij dronken achter het stuur is gekropen. En de gevolgen zijn niet mals.
Zijn rijbewijs, die hij na zijn tijd bij ADO alsnog heeft gehaald, moet hij drie jaar inleveren en er volgt een boete van 15.000 euro.
En of dat nog niet alles is, laat ook zijn club het er niet bij zitten. In een statement wordt gesproken over een dusdanig hoog geldbedrag als straf dat het niet alleen als waarschuwing voor Kubík dient, maar ook voor andere spelers.
De vleugelspeler moet op de blaren zitten: de club legt hem 33.000 euro boete op en betaalt een halfjaar lang slechts de helft van zijn salaris uit.
'Het spijt mij enorm wat er is gebeurd', zegt Kubík in de verklaring van de club. 'Ik ben mij bewust van de gevolgen van mijn daden en zal zo'n fout nooit meer maken. Ik aanvaard alle sancties, zowel van de rechtbank als van de club.'
'Het pijnlijkste voor hem was misschien nog wel dat ook de buitenwereld er nu van wist', blikt De Kamps terug. 'Hij werd met handboeien om op de club afgeleverd. Een beetje van: hier heb je hem weer. Dat was niet leuk voor ons, maar al helemaal niet voor hem.'
Het incident is het begin van het einde van Kubíks succesvolle periode. Een jaar later wordt hij definitief teruggezet naar beloften, met de mededeling dat hij mag vertrekken.
'Het lastige in de voetbalwereld is dat professionele clubs hun spelers wel op het rechte pad willen houden, maar het absoluut geen sociale instellingen zijn', relativeert Trencín-eigenaar Ling.
Volgens Ling kunnen clubs zich niet al te veel met persoonlijke problemen bezighouden. 'In het geval Kubík is het wel ontzettend zonde, want het was een fantastische voetballer.'
'Ik denk dat Kubík in zijn carrière heel veel pech heeft gehad', zegt oud-ploeggenoot en trainer Gula. Hij is degene die Kubík na het Slovan-debacle een nieuwe kans geeft. Bij regerend landskampioen MŠK Žilina sluit hij Kubík in zijn armen.
'Hij was absoluut geen engeltje en hield van vrijheid', zegt Gula. 'Maar hij wist ook dat als ik zag dat hij de kantjes ervan afliep, ik zijn kop eraf zou hakken. We hadden respect voor elkaar, vandaar dat ik hem graag nog een halfjaartje onder mijn hoede wilde nemen.'
Kubík vertrekt in de zomer van 2018 opnieuw naar het buitenland, waar hij zichzelf in de kijker zegt te willen spelen.
Bij FK Atyrau in Kazachstan laat hij zijn contract vroegtijdig ontbinden, om vervolgens aan te sluiten bij MFK Frýdek-Místek, dat uitkomt op het derde niveau van Tsjechië.
Na een paar invalbeurten draagt hij ook nog welgeteld één keer het shirt FC Petržalka, een laagvlieger in de op een na hoogste competitie van Slowakije.
Zijn clubs lijken geen idee meer te hebben wie ze in huis hebben gehaald. Sterker nog, bij presentaties wordt enkel teruggeblikt op de hoogtijdagen van de oud-international, die nog altijd teert op zijn snelheid van weleer.
Regelmatig moet Kubík vertellen over een statistiek uit 2016. De fysiektrainer van Slovan berekent destijds dat Kubík een snelheid van 35,1 kilometer per uur zou hebben behaald.
De Slowaakse krant Plus jeden den gaat ermee aan de haal en komt tot de conclusie dat Kubík sneller is dan onder anderen Gareth Bale, Cristiano Ronaldo én Lionel Messi. Kubík wordt hier de rest van zijn carrière aan herinnerd.
OFK Baník Lehota pod Vtácnikom, uitkomend op het vierde niveau van zijn thuisland, is uiteindelijk de laatste club op zijn ellenlange cv. Maar waar je zou verwachten dat de club maar wat blij is met een oud-international binnen de gelederen, blijft het opvallend stil wanneer via verschillende kanalen wordt geïnformeerd naar zijn prestaties van toentertijd.
De reactie in de vorm van een screenshot is treffend voor Kubíks hele loopbaan. Ondanks dat hij wel degelijk wekelijks in actie komt voor OFK Baník en zelfs af en toe scoort, lijkt niemand zich nu nog iets van hem te kunnen herinneren. 'We weten niets over Kubík.'
Uiteindelijk reageert alleen ene Michal Bencat op een interviewverzoek. De aanvoerder in Kubíks laatste actieve voetbalseizoen vertelt dat hij bij Kubíks komst pas merkte hoeveel verschil de aanwezigheid van één speler kan maken.
'Kubík was uitzonderlijk. Hij had een geweldig overzicht, bleef rustig onder druk en bracht enorm veel ervaring mee. Je merkte aan alles dat hij een oud-prof was. Hij wist waar hij moest lopen, vereenvoudigde het spel en gaf advies als dat nodig was.'
Bencat noemt Kubík 'een natuurlijke leider' en iemand die zich niet op de voorgrond opdringt. 'Hij was relaxed, vriendelijk en wist de sfeer luchtig te houden. De club heeft erg veel aan hem gehad.'
Kubík eindigt zijn loopbaan in november van 2021 'op zijn Kubíks'. Midden in het seizoen, waarin OFK Baník de titel binnensleept, houdt hij het voor gezien. Van de ene op de andere dag hangt hij zijn schoenen aan de wilgen en verdwijnt van de aardbodem. Hij vindt het mooi geweest.
Dan blijft de vraag: waar is de oud-ADO-speler nu? 'Misschien ligt hij tussen een paar schapen en koeien op een boerderijtje', wordt geopperd. Een ander voegt eraan toe: 'Het is te hopen dat hij de neerwaartse spiraal van zijn carrière niet heeft doorgetrokken. Want in dat geval ligt hij heel ergens anders...'
Half Slowakije moet worden afgebeld om een teken van leven krijgen. Maar waar niemand in de voetbalwereld ooit nog wat van hem lijkt te hebben gehoord, komt de sleutel tot Kubík uiteindelijk uit onverwachte hoek.
Een ex-vriendin, die allang geen contact meer met hem heeft, weet het nummer van zijn zus boven water te krijgen. Deze reageert bereidwillig wanneer haar wordt gevraagd naar haar broer.
'Ik heb František gebeld en je mag hem alles vragen. Als je mij de vragen stuurt, zorg ik dat ze bij hem terechtkomen. Ik zal zijn antwoorden aan je terugsturen.'
Maar hoe vriendelijk en hoopvol het contact in eerste instantie lijkt, zo snel bloedt het ook weer dood. František reageert volgens zijn zus niet meer, waarna ook zij kiest voor radiostilte. Telefoontjes worden niet opgenomen en berichten komen niet meer aan.
Een ding is in ieder geval duidelijk: De 'ADO-mafkees' van weleer leeft. Maar een raadsel, dat zal hij voorlopig nog wel even blijven.
Source: Omroep West Den Haag