Adrian Newey heeft zijn eerste maanden bij Aston Martin erop zitten. De legendarische ontwerper mocht begin maart aan de slag bij het team uit Silverstone na een verplichte periode van gardening leave. Newey heeft zijn eigen glazen kantoor in de volledig nieuwe fabriek van het team gekregen en integreert naar eigen zeggen goed. Op de plek waar ooit de thuisbasis van Jordan te vinden was, prijkt nu de Aston Martin Campus. Het is wat je noemt state of the art, al concludeert Newey bij zijn eerste bezoekje aan de paddock van dit jaar dat er ook nog meerdere faciliteiten voor verbetering vatbaar zijn.
"De fabriek die we hebben, is waarschijnlijk de beste fabriek in de Formule 1. En de windtunnel die we hebben, is waarschijnlijk ook de beste windtunnel in de Formule 1", laat Newey tijdens een speciale sessie met een select mediagezelschap weten - waaronder Motorsport.com. "Windtunnels zijn tegenwoordig erg gecompliceerd, dus dat is nog steeds een ontwikkelingsproces. De productiviteit van de windtunnel is nog niet helemaal wat het moet zijn, maar daar werken we aan - samen met nog enkele andere dingen. Windtunnels zijn een beetje net zoals testbanken voor de motoren. Je hebt ze nodig en je hebt natuurlijk liever een goede windtunnel dan een minder goede, maar uiteindelijk maakt de windtunnel niet het verschil. Het menselijke aspect maakt nog altijd het verschil, dus het design dat je erin stopt."
Op beide vlakken - zowel qua faciliteiten als in menselijk opzicht - kunnen er volgens Newey nog dingen beter bij Aston Martin. "Ik denk dat het terecht is om te zeggen dat sommige van onze tools nog vrij zwak zijn, vooral de driver-in-the-loop simulator. Met die simulator is er nog veel werk aan de winkel. Het is een fundamentele tool, maar die tool correleert op dit moment totaal niet met de praktijk. Dat is een beperking, maar daar moeten we omheen zien te werken." Dat laatste geldt volgens de inmiddels 66-jarige topontwerper des te meer doordat het verbeteren van de simulator tijd kost. "In werkelijkheid is dat misschien wel een project van twee jaar."
Het betekent dat de simulator aan het begin van 2026, als het nieuwe reglement van kracht is waar Aston Martin momenteel alles op inzet, nog niet optimaal zal zijn. "Het is een handicap, al is het lastig om te zeggen hoe groot die handicap precies is. Driver-in-the-loop simulatoren worden op twee manieren gebruikt. Ten eerste is het een onderzoekstool, waarmee je bekijkt hoe je de auto voor het volgende jaar gaat ontwikkelen - dus hoe je alle dingen samenbrengt tot een beter model. Ten tweede wordt de simulator gebruikt voor het bepalen van de set-up voorafgaand aan een raceweekend. In dat opzicht zullen we enkele tijd een beetje blind varen. We zullen onze ervaring en onze eigen inschatting moeten gebruiken, maar hoe succesvol dat zal zijn, dat moet de tijd leren."
Naast deze technische aspecten valt er op menselijk vlak ook nog veel te winnen voor Aston Martin, zo concludeert Newey. "Er zijn hele goede individuen in het team. We moeten er alleen voor zorgen dat ze op een beter georganiseerde manier gaan samenwerken. Dat het nu nog niet gebeurt, komt volgens mij doordat de roots van dit team bij Jordan liggen, het daarna Force India werd en toen Racing Point. Het was eigenlijk altijd een klein team dat boven verwachting presteerde. Nu is het in hele korte tijd een groot team geworden, waarbij je eerlijk moet toegeven dat het dit jaar ondermaats presteert. Veel daarvan komt doordat iedereen zijn draai moet vinden en dat we leren hoe we het meeste uit alle individuen kunnen halen."
Juist dat proces is voor Newey echter ook deel van de uitdaging en daarmee deel van de aantrekkingskracht van dit project. "In sommige gedeelten van het team is misschien nog niet genoeg geïnvesteerd. Voor andere delen van het team moeten we de tools nog beter ontwikkelen. Maar het gevoel is goed. Zoals gezegd hebben we veel getalenteerde mensen en ik geniet ervan om met hen te werken. Hopelijk geeft het hen net zoveel voldoening om met mij te werken", sluit Newey met een lach af.
Source: Motorsport