Goede psychiatrische zorg begint niet pas als iemand erom vraagt – of als het zodanig is misgegaan dat iemand geen patiënt maar verdachte is. Maak ‘bemoeizorg’ daarom een vanzelfsprekend onderdeel van de ggz.
Wie in een psychische crisis terechtkomt, is vaak lang vóór die crisis al in de problemen geraakt. Als psychiater bij de crisisdienst zie ik het dagelijks: mensen die zichzelf verwaarlozen, overlast veroorzaken of zich onvoorspelbaar gedragen, vaak zonder enig besef dat zij bij hulp gebaat zijn.
Ze zien de noodzaak er niet van in, kunnen geen hulp zoeken of durven dat niet – bijvoorbeeld omdat ze niemand vertrouwen. Als niemand dan naar hen toekomt, kan hun toestand verergeren. Zelfs zodanig dat ze een gevaar kunnen worden voor zichzelf of anderen.
Over de auteur
Niels Mulder is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en werkzaam als psychiater op een crisisdienst.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Voor deze groep is zogenoemde bemoeizorg onmisbaar. Dat is zorg die begint vóór iemand zelf om hulp vraagt, en voordat hun gedrag tot grote problemen of incidenten leidt. Een professional – vaak een psychiater of sociaalpsychiatrisch verpleegkundige – gaat op pad, zoekt contact, bouwt geduldig vertrouwen op. Want als het vertrouwen groeit, komt er ruimte voor behandeling.
Neem de man die al maanden binnen zat, de gordijnen dicht. De buren hoorden 's nachts geschreeuw. Bij de eerste contacten via de brievenbus zei hij niets, keek alleen achter de luxaflex naar de psychiatrisch verpleegkundige die langskwam. Pas na het zevende bezoek deed hij even de deur op een kier. Het kostte maanden om een vertrouwensband op te bouwen. Sindsdien accepteert hij behandeling, eet weer, komt soms zelfs op de dagbesteding. Niet perfect, wel veilig – voor hemzelf en zijn omgeving.
De afgelopen jaren zijn we helaas te vaak getuige geweest van hoe het mis kan gaan als bemoeizorg ontbreekt. De dodelijke steekpartij in de Robert Scottstraat in Amsterdam, waarover de Volkskrant een podcast maakte, is daarvan een tragisch voorbeeld.
Vorige week schreven de burgemeesters en zorgwethouders van Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag een brief naar de Tweede Kamer met daarin een duidelijke boodschap: we moeten bemoeizorg wettelijk verankeren en daar geld voor vrijmaken.
Op dit moment valt de bemoeizorg tussen verschillende wetten en potjes – deels onder gemeentelijke zorg en deels onder de geestelijke gezondheidszorg. De zorgverzekeraar vergoedt deze zorg niet. Het gevolg? Het verschilt per gemeente of, en op welke manier, bemoeizorg wordt geleverd. En ontstaat versnippering, onduidelijkheid en een gebrek aan structurele financiering.
Hulpverleners willen wel, maar krijgen er geen financiering en dus geen tijd voor. En de mensen om wie het gaat? Die blijven onbereikbaar – tot ze in crisis raken.
In het Kamerdebat dat vandaag plaatsvindt over ‘verward/onbegrepen gedrag en veiligheid’, ligt een kans. De parlementaire verkenning over dit onderwerp benoemt terecht dat gemeenten en verzekeraars meer mogelijkheden moeten krijgen om bemoeizorg te bieden.
Als beroepsvereniging voor psychiaters onderschrijven wij dat – maar roepen we ook op om meer te doen: maak van bemoeizorg een vanzelfsprekend onderdeel van de geestelijke gezondheidszorg. Net als spoedeisende hulp of crisisteams moet bemoeizorg er in iedere regio gewoon zijn, als het nodig is. Goede zorg begint niet pas als iemand erom vraagt.
Goede zorg betekent: op tijd signaleren, actief contact leggen, nabij zijn als anderen afstand houden. Dat is waar bemoeizorg voor staat. Het is nu aan de politiek om te laten zien dat het hun ernst is de incidenten met verwarde personen te doen verminderen – en te zorgen dat mensen met ernstige psychische problemen niet langer tussen wal en schip vallen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant