Home

Zeventien jaar in de Albanese goelag: Fatos Lubonja schreef een verbijsterende memoir

Fatos Lubonja was 23 toen hij gevangen werd gezet en 40 toen hij in 1991 vrijkwam. In Een gevangenisleven vertelt hij de onvergetelijke verhalen van zijn celgenoten.

is redacteur van de Volkskrant.

Bij de ingang van de hel in De goddelijke komedie van Dante hangt een bordje met het opschrift ‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt’.

In de Albanese goelag waren ze niet zo attent met bordjes. Een gevangenisleven, de nu vertaalde memoir van de Albanese schrijver en oud-politiek gevangene Fatos Lubonja, laat zien dat mensen op de gekste manieren hoop kunnen houden. Ze fantaseren dat ze in andere werelden leven, ze wonen in gedachten samen met lang verloren liefdes, ze beramen onmogelijke vluchtplannen en zelfs doodziek en uitgeput zijn ze nog bezig met de dingen die ze gaan doen als ze vrijkomen.

Fatos Lubonja was 23 toen hij in 1974 van zijn bed werd gelicht en 40 toen hij vrijkwam. Het was inmiddels 1991. De Berlijnse Muur was al anderhalf jaar weg en van Berlijn tot Sofia waren standbeelden van Marx en Lenin omvergetrokken. In Albanië stonden toen nog altijd standbeelden van Stalin.

Lezers van Een gevangenisleven doen er goed aan het af en toe hardop uit te spreken: dit speelt zich af de jaren zeventig en tachtig van de 20ste eeuw, op 150 kilometer van de Italiaanse kust.

Dictator/sekteleider

Lubonja noemt de naam van de Albanese stalinistische leider Enver Hoxha (1908-1985) in Een gevangenisleven bewust geen enkele keer, hij refereert aan hem als ‘de dictator’. Deze dictator had veel weg van een sekteleider: hij sloot het gebied waarover hij heerste hermetisch af van de wereld. Na de dood van Stalin verbrak hij de banden met de Sovjet-Unie, na de dood van Mao die met de Volksrepubliek China. Overal in het Albanese landschap liet hij toen bunkers graven voor het geval de kwaadaardige buitenwereld van plan was het terrein van de sekte te ontzetten.

De vader van Fatos Lubonja was een oud-strijdmakker van Hoxha in het partizanenverzet (1941-1945). In de Volksrepubliek Albanië kreeg hij de leiding over de staatstelevisie. De ondergang van de familie Lubonja begon in december 1972, toen de dictator op een muziekfestival op de tv ‘westerse invloeden’ meende te horen. Fatos Lubonja, destijds natuurkundestudent, was er gloeiend bij toen de geheime politie zijn dagboeken vond bij huiszoekingen na de val van zijn vader. Die bevatten zo veel individualisme, revisionisme, bourgeoisneigingen en liefde voor ontaarde kunst dat enkele pagina’s al genoeg waren voor een enkele reis goelag.

Daags voor zijn arrestatie zag Lubonja een documentaire over psychische problemen van gevangen dieren. ‘Ik zou die documentaire waarschijnlijk zijn vergeten als ik me een paar dagen later niet in vergelijkbare omstandigheden had bevonden.’

Bijzondere gevangenen

In de Albanese goelag wemelde het van de bijzondere mensen die op een of andere manier de wrok hadden gewekt van het criminele regime. In elk hoofdstuk van Een gevangenisleven staat een andere gevangene centraal die Lubonja in meer dan anderhalf decennium goed leerde kennen.

Er was een kunstschilder die voor de oorlog in Rome en Athene had gestudeerd en die zelfs in het eindstadium van de ziekte van Parkinson niet vervroegd werd vrijgelaten. Er was een officier met een bril met dikke glazen en een academische dictie die werd beschuldigd van het beramen van een coup toen hij nog deel uitmaakte van de legertop. Er was een gevangene die zich John Smith noemde en vertelde dat hij heimwee had naar zijn ‘Australische familie’, maar helaas bij een poging ‘naar huis’ te gaan door de grenspolitie was ingerekend.

Er was een arts die in Praag geneeskunde had gestudeerd en daar een grote Tsjechische liefde had moeten achterlaten toen de dictator met de Sovjet-Unie brak. Later werd hij gepakt bij een poging om via het Meer van Ohrid naar haar terug te keren. Nuri heette hij, in het kamp ontfermde hij zich over een kat, het liep slecht met hem af.

Een gevangenisleven is behalve een verbijsterend ook een ontroerend boek. Lezers vergeten Nuri, John Smith, Edip, Frano, Josif en al die andere gevangenen niet meer. Met hun levensverhalen redt Lubonja een universum van de vergetelheid waarvan de meeste Europeanen nauwelijks kunnen geloven dat het echt heeft bestaan, helemaal niet zo lang geleden, helemaal niet zo ver weg.

Fatos Lubonja: Een gevangenisleven. Uit het Albanees vertaald door Roel Schuyt. Wereldvenster; 282 pagina’s; € 21,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next