Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Toen ik de voordeur opendeed zag ik al hoe laat het was. Mijn dochters renden uitgelaten naar binnen en in hun kielzog kwam mijn vrouw. Ze had het gezicht van iemand die net een lange autorit met twee kinderen achter de rug had en een paar nachten slecht had geslapen. Ze keek in het kalme gezicht van iemand die net twee dagen alleen thuis was geweest.
‘En, wat heb je allemaal gedaan?’, vroeg mijn vrouw die avond tijdens het eten. ‘Nou’, zei ik. ‘Nadat jullie vertrokken waren eigenlijk helemaal niets.’ Met niets bedoelde ik dat ik snacks had gekocht in de supermarkt, mezelf op de bank had laten vallen en een film en een stuk of wat afleveringen van een middelmatige serie had gekeken terwijl ik voornoemde snacks in mijn mond propte.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Mijn vrouw had een afgemeten, zuinige glimlach op haar gezicht. Ik zag dat ze probeerde het me te gunnen. ‘Heb je’, vroeg mijn oudste dochter, ‘uitgeslapen?’ Ik slikte, ontweek de blik van mijn vrouw. ‘Ja’, antwoordde ik. Ik voelde de ogen van mijn vrouw in mijn wangen branden. ‘Tot hoe laat?’, vroeg ze. Haar stem trilde. Ik bleef stil, deed alsof ik haar niet hoorde.
Kalm stond ze op, stuurde de kinderen weg, deed de deuren naar de keuken dicht en zette de muziek hard.
‘Toe hoe laat?’, vroeg ze weer.
‘Wat maakt het uit?’
‘Tot. Hoe. Laat.’
Ik schudde mijn hoofd en keek naar buiten. Voordat ik het doorhad had mijn vrouw een rol ducttape uit een keukenla gepakt en bond ze me vast aan de stoel. Ze ging tegenover me zitten.
‘Tot hoe laat?’
Tranen brandden in mijn ooghoeken, maar ik kon geen kant op.
Ze stond op, zette het gasfornuis aan en hield een pollepel in de vlam. ‘Tot hoe laat?’
Ik keek in haar ogen, maar zag alleen maar haat. Ze drukte de pollepel op mijn voorhoofd. Ik gilde, maar kwam niet boven Rage Against The Machine uit.
‘Tot hoe laat!?’
‘Nooit!’, schreeuwde ik.
Ze liep de keuken uit, de tuin in en kwam even later terug met een snoeischaar.
‘Voor mij is dit ook niet leuk liefje’, zei ze met een ernstige blik, ‘maar je hebt het helemaal zelf in de hand. Geef antwoord en dan ben je er vanaf.’ Ze pakte mijn rechtervoet, trok mijn sok uit en zette de schaar op mijn kleine teen.
‘Kwart voor tien!’ Ik huilde. ‘Kwart voor tien oké? Ik heb tot kwart voor tien geslapen!’
Grote ogen staarden me aan.
Tranen vloeiden over mijn wangen. ‘Ik weet ook niet hoe het kan! Het gebeurde gewoon. Ik werd wakker en toen was het opeens kwart voor tien. Het spijt me!’
Ze schudde haar hoofd. ‘Dank je. Was dat nou zo moeilijk?’ Ze glimlachte en gaf me een zoen op mijn voorhoofd. Toen kneep ze met volle kracht in de schaar.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant