Verkeerde studiekeuze, mentale problemen, schulden of ronselpraktijken: om tal van redenen ligt schooluitval voor mbo-studenten op de loer. Jaarlijks haken er tienduizenden af. Toch lukt het sommige scholen het tij te keren, zoals Summa Plus in Eindhoven. ‘We laten niemand los.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Terwijl Waleed in het klaslokaal van zijn mbo-school in Eindhoven koffiekopjes afruimt, kijkt hij glimlachend toe hoe zijn klasgenoten de handen vasthouden van enkele ouderen uit een nabijgelegen verzorgingstehuis. De beamer toont de karaokeversie van In ’t kleine café aan de haven. Docent Ank van Beurden zingt uit volle borst mee, haar armen zwiepend als een koordirigent.
Wat oogt als een luchtige onderbreking van het lesprogramma, is in werkelijkheid onderdeel van een doordachte aanpak tegen schooluitval. De 18-jarige Waleed keerde na een moeilijke periode terug naar school. Zijn thuissituatie was instabiel, geld was schaars en een van zijn beste vrienden kwam door geweld om het leven. Steeds vaker bleef zijn stoel op school leeg, tot de leerplichtambtenaar werd ingeschakeld. ‘Nu zie ik school als een escape’, zegt hij. ‘De docenten zijn leuk en mijn vrienden steunen me. Ze zeggen: je kunt altijd bij ons terecht.’
Inmiddels volgt Waleed de entreeopleiding bij Summa Plus, een kleinschalige tak van Summa in Eindhoven, met zeventienduizend studenten een van de grootste mbo’s in Nederland. Een entreeopleiding is een eenjarige mbo-opleiding op niveau 1 (van de vier niveaus), bedoeld voor jongeren die zonder diploma het voortgezet onderwijs hebben verlaten. Summa Plus richt zich specifiek op jongeren in een kwetsbare positie: nieuwkomers, studenten met psychische problemen, jonge moeders en leerlingen met een instabiele thuissituatie. Met diverse lesprogramma’s wordt gepoogd hen binnenboord te houden.
Dat is geen overbodige luxe: het mbo kampt al jaren met hardnekkige uitval. In het schooljaar 2023-2024 stopten 22.308 mbo-studenten voortijdig. Hoewel dat aantal iets lager ligt dan het jaar ervoor, blijft het hoger dan voor de coronapandemie. Vooral op niveau 2 is de uitval zorgwekkend: daar haakt ongeveer 40 procent af.
Dat heeft uiteenlopende oorzaken, blijkt uit een recent onderzoek in opdracht van Ingrado, de branchevereniging voor leerplichtambtenaren. De opleiding sluit niet aan, het ontbreekt aan een klik met docenten, of er spelen thuis zaken als schulden of gedragsproblemen. Zonder diploma zijn deze jongeren kwetsbaar: ze vinden moeilijker een vaste baan, verdienen gemiddeld minder en lopen meer kans om in de bijstand te belanden. Schooluitval is daarmee niet alleen een individueel probleem, maar ook een maatschappelijk risico.
Om het tij te keren, lanceerde toenmalige minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf eind 2023 een actieplan met een ambitieus doel: in 2026 moet het aantal voortijdige schoolverlaters in het mbo zijn gedaald tot achttienduizend. De aanpak richt zich op vroege signalering, betere begeleiding en nauwere samenwerking met gemeenten en zorginstanties. Het nieuwe kabinet zet deze lijn voort en trekt jaarlijks 20 miljoen euro uit voor ondersteuning van jongeren tot 27 jaar.
Summa werkt al jaren aan het terugdringen van uitval – met succes. In het schooljaar 2021-2022 bedroeg het uitvalspercentage 6,25 procent. Een jaar later was dit gezakt naar 5,1 procent, wat neerkomt op ongeveer zeshonderd studenten. Dat ligt ruim onder het landelijke gemiddelde van 6,5 procent. Opvallend, want Zuidoost-Brabant geldt als risicogebied. Met relatief veel nieuwkomers, armoede en psychische problematiek is de kans op uitval juist bovengemiddeld.
‘We zien jongeren met depressies, onveilige thuissituaties of ouders met verslavingen’, zegt Monique van der Kleijn, directeur van Summa. ‘Sommigen komen uit loverboycircuits en worden ondergebracht in instellingen buiten de regio. Dan geven wij op afstand les en organiseren we examens. Dat vraagt om maatwerk.’
Summa Plus biedt studenten een stevig vangnet. Elke klas heeft een eigen mentor of loopbaanbegeleider die nauw samenwerkt met zorgcoaches en een zorgcoördinator. Door de lange wachtlijsten bij de ggz vangt de school zo veel mogelijk zelf op, met behulp van extern ingehuurde hulpverleners. Ook worden ouders actief betrokken.
Het blijft voortdurend schakelen, zegt Van der Kleijn, omdat de samenleving en de problemen van jongeren snel veranderen. ‘We zien dat kwetsbare studenten steeds moeilijker een stage of baan vinden. Daarom zetten we extra in op jobcoaching.’ Ook de voortschrijdende digitalisering speelt een rol. ‘Veel jongeren brengen een groot deel van de dag achter een scherm door. Ze vinden het lastig om iemand aan te kijken of de telefoon op te pakken.’ In de klas wordt daarom geoefend met rollenspellen om hen voor te bereiden op stages.
Docenten zijn getraind in het herkennen van verwaarlozing of suïcidale gedachten. Van der Kleijn: ‘Onze docenten doen veel meer dan alleen lesgeven. Sommige mentoren houden nog jarenlang contact met oud-studenten. Die komen dan vertellen wat ze nu doen, of laten trots hun eerste kindje zien. Dat vind ik hartverwarmend.’
Ook aangeschoven bij het gesprek is Marjan Emck, teamleider van het Via-traject. Dat programma is bedoeld voor studenten die vastliepen door een verkeerde studiekeuze of persoonlijke problemen. Jaarlijks doen ongeveer honderd tot honderdtwintig studenten mee. Instromen kan het hele jaar door. In maximaal twintig weken krijgen studenten de ruimte om zich te heroriënteren op een passende vervolgopleiding.
Emck benadrukt het belang van kleinschaligheid. ‘We werken met groepen van zestien tot achttien studenten. Daardoor kunnen we snel ingrijpen als we merken dat het niet goed gaat.’
Ze vertelt over een collega die opmerkte dat een student steeds vermoeider oogde en regelmatig afwezig was. ‘Die plande een gesprek in. De jongen begon over stinkende containers. Zó beeldend, dat de docent meteen begreep: hij zit in het drugscircuit.’
Volgens Van der Kleijn is dat geen uitzondering. ‘Het komt geregeld voor dat jongeren op het mbo worden geronseld voor drugslabs in de regio. Gewoon hier om de hoek, bij het station. Ze zoeken jongeren met technische, logistieke of facilitaire vaardigheden – precies de profielen die wij opleiden. Deze jongeren zijn kwetsbaar en gevoelig voor het snelle geld. Ze overzien vaak niet wat de gevolgen zijn als ze gepakt worden.’
Een verkeerde studiekeuze is een van de belangrijkste oorzaken van uitval. Om dat te voorkomen biedt Summa Plus, naast het Via-traject en de entreeopleiding, een keuzejaar aan voor jongeren die na de middelbare school nog zoekend zijn. ‘We willen voorkomen dat studenten eerst vastlopen’, zegt teamleider Emck.
Tijdens het keuzejaar krijgen studenten een jaar de tijd om zich te oriënteren. Vier dagen per week volgen ze lessen over persoonlijke en professionele ontwikkeling, één dag per week lopen ze stage in een sector die hen aanspreekt.
Ruby (16) wist na het vmbo niet wat ze wilde. ‘We deden veel opdrachten om onze kwaliteiten te ontdekken. Daaruit bleek dat ik sociaal en vriendelijk ben, dus wist ik dat ik iets met mensen wilde.’ De school biedt begeleiding via gesprekken en meeloopdagen, ‘maar je moet ook zelf initiatief nemen’. Inmiddels heeft Ruby haar keuze gemaakt: na de zomer begint ze aan de opleiding social work op mbo 4-niveau.
Elke ochtend reist Ruby samen met haar vriendin Noah (17) vanuit Limburg naar Noord-Brabant. In de trein doen ze hun make-up. Noah wist al dat ze ‘iets met baby’s’ wilde, maar zocht nog naar de juiste richting. Binnenkort loopt ze stage in de kraamhulp. ‘Dit jaar heeft me veel socialer gemaakt. Ik durf nu makkelijker dingen te vragen.’
Ook Leyla (19, niet haar echte naam) heeft bij nader inzien veel baat gehad bij een keuzejaar, zegt ze, nadat ze het verhaal van haar medestudenten heeft gehoord. Na de middelbare school begon ze aan de opleiding tot onderwijsassistent, maar halverwege liep ze vast. Buiten haar stage greep ze naar harddrugs om overeind te blijven.
Toen ze op school werd geschorst, ging het van kwaad tot erger. Haar verslaving verergerde, en eenmaal terug op school voelde alles zinloos. Haar ouders hadden geen idee. ‘Het voelde alsof ik undercover was.’
Omdat Leyla minderjarig was, kon ze niet zomaar stoppen met school. Maar ze was ook niet in staat om opnieuw te beginnen – totdat het Via-traject van Summa Plus in beeld kwam. In de zomer ervoor kickte ze af van haar drugsverslaving. ‘Bij de start van het traject vertelde ik open over mijn verslaving. Voor het eerst voelde ik me echt gezien.’ Inmiddels volgt ze de opleiding ruimtelijke vormgeving. ‘Ik ben veel rustiger nu, en minder angstig.’
Ook andere mbo-scholen investeren stevig in het voorkomen van schooluitval. Zo werkt Firda, een mbo-instelling in de regio Friesland en noordelijk Flevoland, met het programma School als werkplaats, waarbij jeugdhulpverleners structureel aanwezig zijn op school. Zij ondersteunen studenten met uiteenlopende problemen – van psychische klachten tot schulden – en werken nauw samen met docenten om signalen vroegtijdig te signaleren. Mbo-instellingen als Deltion College in Zwolle en Zadkine in Rotterdam zetten vergelijkbare teams van jeugdhulpverleners en jongerencoaches in.
Daarnaast zijn in verschillende regio’s zogeheten overstapcoaches actief. Zij begeleiden vmbo-leerlingen al tijdens hun eindexamenjaar richting het mbo, helpen bij de studiekeuze en blijven betrokken in de eerste maanden na de overstap. Juist in die overgangsfase vallen veel jongeren uit. Persoonlijke begeleiding kan dan het verschil maken.
De aanpak van schooluitval is de afgelopen jaren verschoven van minder controle en handhaving naar meer maatwerk. Er wordt door de betrokken partijen steeds vaker gekeken naar wat een individuele student nodig heeft om te blijven leren. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol. Via doorstroomcoaches begeleiden zij jongeren zonder diploma richting school of werk, bijvoorbeeld via huisbezoeken, appcontact of gesprekken op locatie. Ook bieden ze soms ondersteuning bij schuldhulpverlening of huisvesting.
Een diploma is niet altijd het einddoel, benadrukt Summa-directeur Monique van der Kleijn. ‘We zijn geen diplomafabriek’, zegt ze. ‘Soms is een student beter af met dagbesteding, of moet eerst een hulpverleningstraject worden doorlopen. Als iemand een stap vooruitzet in het leven, ben ik al blij.’
Ze vertelt over een 16-jarige nieuwkomer die door zijn familie naar Nederland was gestuurd. ‘Hij zat in een overvol pleeggezin, had een overbelaste voogd en voelde druk van thuis om te helpen bij de asielprocedure. Zo’n jongen wordt van alle kanten overvraagd.’
De spanningen liepen snel op. Hij raakte geregeld in conflict, vertoonde agressief gedrag en ontplofte bij het minste of geringste. ‘We zagen het telkens misgaan. Uiteindelijk moesten we zeggen: dit kan niet langer, hij vormde een risico voor anderen. We hebben hem van school gestuurd.’
Toch blijft de school betrokken. Voor mbo-niveau 1 en 2 geldt een wettelijke nazorgplicht, en ook in dit geval houdt de leerlingbegeleider contact met zijn voogd. ‘We zoeken samen naar een passend vervolg: hulpverlening, een werktraject. Iets dat beter aansluit. We laten niemand zomaar los.’
In het lokaal van docent Ank van Beurden, waar de karaoke nog altijd op volle toeren draait, wordt zichtbaar wat Summa Plus beoogt. Het wekelijkse koffiemoment met bejaarde buurtbewoners, gecombineerd met het doen van boodschappen, is volgens haar essentieel. ‘Voor onze studenten is dit een manier om buiten school waardevolle stappen te zetten, zodat ze straks met meer vertrouwen hun stage ingaan.’
Voor Waleed betekende de entreeopleiding een kantelpunt. Hij kijkt weer vooruit, met een helder doel voor ogen. Gevraagd wat hij later wil worden, hoeft hij niet lang na te denken. ‘Psycholoog’, zegt hij vastberaden. ‘Ik heb veel vrienden die door een moeilijke periode gaan. Ik help ze graag.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant