In Groot-Brittannië gingen het in de paddock voornamelijk over het conflict tussen Jorge Martín en Aprilia. De wereldkampioen heeft het Italiaanse merk gevraagd hem aan het einde van dit seizoen te laten vertrekken, ondanks een doorlopend contract. Terwijl alle ogen op deze kwestie gericht waren, en men uitkijkt naar een verklaring van Martín, zijn er ook andere brandhaarden die de komende tijd veel stof zullen doen opwaaien. Wie goed oplette in Silverstone – op én naast de baan – kon zien dat Pedro Acosta en KTM zich voorbereiden op een nieuwe soap. De kwestie is nog niet geëscaleerd, maar de eerste tekenen van onvrede zijn overduidelijk. De recent aangescherpte toon van Acosta doet vermoeden dat de bom binnenkort gaat barsten.
Afgelopen zondag eindigde Acosta als zesde. Dat is zijn op één na beste zondagse resultaat van het seizoen, na zijn vierde plaats in Le Mans. Die Franse race vond echter plaats in de regen en is geen betrouwbare graadmeter; daar finishte hij op 29 seconden van winnaar Zarco. In Silverstone bedroeg het verschil met winnaar Marco Bezzecchi slechts 7 seconden – de kleinste achterstand tot nu toe. Toch was de tweevoudig wereldkampioen (Moto3 in 2021 en Moto2 in 2023) allerminst tevreden. Na afloop uitte hij zijn frustratie over de prestaties van de RC16, een motor die volgens hem “niet het gripniveau van de concurrentie” biedt.
Naast zijn kritiek op de machine, prees hij ook de vooruitgang bij de concurrentie. “Ik hoorde dat Yamaha een nieuw chassis heeft meegenomen, ze pakten de pole en hadden de race kunnen winnen”, aldus Acosta. Zijn woorden begonnen echter de vorm aan te nemen van een duidelijke waarschuwing, misschien zelfs een dreigement. “Ik accepteer deze situatie niet, en ik ben niet geduldig. Kansen komen maar één keer voorbij, en ik ga niet mijn hele leven wachten om wereldkampioen te worden. Ik heb steun nodig van de fabriek. Je bent jong, totdat je het niet meer bent”, zei hij. Daarbij verwees hij expliciet naar zijn nog lopende contract met KTM, dat vorig jaar werd verlengd. “Ik heb nog een jaar contract, maar ik heb deze week duidelijk gemaakt dat ik hulp nodig heb. Ik wil niet naar races komen om alleen maar benzine te verbranden. Ik geloof nog steeds in dit project. En het gaat mij niet per se om dit jaar of volgend jaar de titel winnen, maar ik wil wel het gevoel hebben dat ik ergens voor strijd. Ik heb dit contract ondertekend om voor het kampioenschap te vechten, ook al win ik die uiteindelijk niet.”
Bij KTM staat het water al maanden aan de lippen. Nog voordat het ene probleem is opgelost, doemt het volgende alweer op. Tot vorige week was zelfs de financiële continuïteit van het bedrijf onzeker. Een injectie van 600 miljoen euro door aandeelhouder Bajaj – naast Stefan Pierer, voormalig CEO – biedt voorlopig lucht. Wat de werkelijke impact zal zijn op de MotoGP-divisie, moet nog blijken. Volgens Motorsport.com heeft Bajaj onlangs zelfs overwogen zich volledig uit het kampioenschap terug te trekken. Toch bieden de vooruitzichten op middellange en lange termijn – zoals het nieuwe technische reglement in 2027 en de aanstaande overname door Liberty Media – genoeg perspectief om voorlopig door te gaan. Een mogelijke wending is dat KTM zich beperkt tot één fabrieksteam en stopt met Tech3.
Voor Acosta is het voortbestaan van het project echter niet genoeg. Hij wil over het materiaal beschikken waarmee hij kan strijden om overwinningen – iets wat hem bij het verlengen van zijn contract is beloofd. Dat is op dit moment niet wat KTM hem kan bieden. Net als Aprilia houdt KTM zich strikt aan de bestaande afspraken. “Ik wil niets zeggen over de situatie van Martín met Aprilia. Ik heb daar niet met hem over gesproken. Wij zijn tevreden met ons team en blij dat onze rijders niet op de markt zijn voor volgend jaar”, zei KTM sportief directeur Pit Beirer in Silverstone, vlak voordat Acosta zijn kritiek ventileerde.
Hoe je het ook bekijkt, de situatie is gecompliceerd. KTM kan zich niet veroorloven om Acosta te verliezen – hij is hun toekomst. Tegelijkertijd is Acosta het zat om met een gevoel van machteloosheid te racen. Aan belangstelling voor zijn diensten ontbreekt het niet. Motorsport.com heeft vernomen dat VR46 hem met open armen zou ontvangen, mogelijk al in 2026. Uiteraard zou hij dan eerst zijn contract met KTM moeten ontbinden – iets wat verre van eenvoudig is. Want waar Martín destijds dankzij een exitclausule zijn overstap naar Ducati kon realiseren, is het zeer waarschijnlijk dat zo’n bepaling in Acosta’s contract ontbreekt. Juist die eerdere overstap van Martín, geregeld door zijn manager Albert Valera – die toevallig ook de belangen van Acosta behartigt – leidde ertoe dat KTM sindsdien zulke ontsnappingsroutes zoveel mogelijk heeft uitgesloten.
Acosta’s uitlatingen zijn geen losse flodders. Ze vormen een serieuze wake-upcall voor KTM. De jonge Spanjaard wil winnen – en snel. Als KTM hem dat niet kan bieden, is het maar de vraag hoe lang hij nog te houden is.
Source: Motorsport