Als iemand op straat onwel wordt en in elkaar zakt is dat natuurlijk heftig, ook voor de omstanders. Wat kun je doen als je zoiets ziet gebeuren? ‘Iedereen heeft de plicht om hulp te verlenen.’
In de cultfilm The Big Lebowski uit 1998 ligt Donny na de knokpartij met de nihilisten kreunend op de grond. ‘Een hartaanval’, merkt The Dude nuchter op. Ook in Something’s Gotta Give ligt Jack Nicholsons personage Harry zwetend en met wegrollende ogen op de vloer. ‘Een hartaanval?’, vraagt hij even later verbaasd aan de arts.
In films ziet een hartaanval er nogal dramatisch uit. In Hollywood zijn het bijna altijd witte mannen die kreunend van de pijn over de grond rollen, bleek vorig jaar uit onderzoek. Alleen, zo gaat het in het echt niet.
Zo valt iemand niet altijd op de grond. Het hangt ervan af of diegene een hartaanval heeft of een hartstilstand - termen die nogal eens door elkaar worden gehaald.
Bij een hartaanval, oftewel een hartinfarct, raakt een kransslagader van het hart plotseling verstopt. Een deel van het hart krijgt geen zuurstof meer, hartcellen sterven af. Je bent dan meestal bij kennis. De verschijnselen zijn vaak een stuk subtieler dan op het witte doek: drukkende pijn op de borst (patiënten, ook Jack Nicholson, hebben het vaak over 'een olifant op mijn borst'), pijn die uitstraalt naar de linkerschouder of -arm, misselijkheid, grauw zien en kortademigheid.
Bij mannen dan. Vrouwen hebben naast een knellend of drukkend gevoel op de borst ook vaker pijn in de kaak, nek, rug, bovenbuik, tussen de schouderbladen of in de rechterschouder of -arm. Ook misselijkheid, vermoeidheid en onrust komen voor. Een hartinfarct wordt bij vrouwen vaker niet als zodanig herkend.
Volgens cijfers van de Hartstichting belandden in 2023 – het laatste jaar waarover er cijfers zijn - zo’n 33.600 mensen met een hartinfarct in het ziekenhuis; 92 per dag. Dagelijks overlijden veertien mensen in het ziekenhuis aan een hartinfarct.
Zie je iemand bewusteloos op straat neervallen, dan is een hartstilstand waarschijnlijker dan een hartinfarct. Het hart staat bij een hartstilstand trouwens niet altijd letterlijk stil, maar klopt vaak juist bijzonder hard of inefficiënt, waardoor er geen bloed en dus ook geen zuurstof meer wordt rondgepompt; het is eigenlijk een circulatiestilstand.
Het euvel zit ’m in het elektrisch systeem van het hart. Binnen enkele seconden raakt iemand bewusteloos. De oorzaak kan een hartinfarct zijn, maar dat hoeft niet. Een circulatiestilstand treft jaarlijks ongeveer 17 duizend mensen, van wie 70 procent man. Nog geen kwart kan het navertellen, blijkt uit cijfers van de Hartstichting. Vergeleken met andere landen is dat nog best veel.
Veel mensen herkennen de signalen van een hartinfarct, een circulatiestilstand of een beroerte niet. De Hartstichting ontwikkelde daarom een online spoedcursus van vijf minuten.
Eigenlijk maakt het niet uit wat de aanleiding is. Maar is iemand buiten westen, of ademt de persoon niet meer, dan zijn de stappen voor een reanimatie altijd hetzelfde, ook al heb je geen EHBO-diploma. ‘Iedereen heeft de plicht om hulp te verlenen’, zegt Heleen Lameijer, spoedeisendehulparts (Frisius Medisch Centrum). Vooral de eerste zes minuten zijn cruciaal.
Wat je moet doen: controleer het bewustzijn, bel 112, check de ademhaling, begin met reanimeren. Geef dertig borstcompressies (op het ritme van Lady Gaga’s Just Dance) en beadem vervolgens twee keer. Gebruik een automatische elektronische defibrillator (aed) als die beschikbaar is – aed’s hebben de overlevingskansen de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. Houd de borstcompressies en het beademen vol totdat de ambulance er is, of tot je niet meer kunt. Reanimeren is namelijk behoorlijk vermoeiend.
‘Weet je niet hoe je moet reanimeren, dan praten de mensen van de 112-meldkamer je erdoorheen. Maar beter is het nog als je zelf leert reanimeren’, benadrukt Lameijer.
Burgerhulpverlener Wia Smit is het daar hartgrondig mee eens. ‘Ik woon in de Noordoostpolder. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis is best ver weg. Ik wil graag mensen kunnen helpen.’ Als iemand bij haar in de buurt een hartstilstand heeft en het alarmnummer wordt gebeld, dan krijgt ze van de meldkamer een oproep via de app HartslagNu. Ook dit soort apps hebben de overlevingskansen flink verbeterd, blijkt uit onderzoek.
Negen keer werd Smit al ingeschakeld. De eerste keer herinnert ze zich nog goed: ze werkte in een coronateststraat toen ze een oproep kreeg en alles uit haar handen liet vallen. Achteraf bleek ze het slachtoffer te kennen. ‘Maar dat had ik tijdens de reanimatie helemaal niet in de gaten. Ik zat zó vol adrenaline.’ Ondanks haar inspanningen overleefde de man het helaas niet.
Smit, zelf ook EHBO-instructeur, bereidt haar cursisten erop voor dat de kans best groot is dat ze het slachtoffer kennen als ze een oproep krijgen via HartslagNu. Het gaat immers altijd om mensen in de buurt. 70 procent van de hartstilstanden gebeurt bovendien thuis; het kan dus ook zomaar je partner zijn die hulp nodig heeft. Eén keer viel een reanimatie Smit zwaar, toen het ging om iemand jonger dan zijzelf. ‘En veel mensen in het dorp kenden die persoon.’
Een reanimatie uitvoeren gaat sommige omstanders niet in de koude kleren zitten. Het gaat immers over leven en dood en alles gebeurt heel snel. Ze kunnen bijvoorbeeld last hebben van flashbacks, heftige emoties en schuldgevoelens.
Smit kan zich goed voorstellen dat mensen het eng vinden om daadwerkelijk iemand te reanimeren. Toch raadt ze iedereen een cursus aan. ‘Er komt meer bij kijken dan alleen het reanimeren zelf. Iemand moet de deur opendoen, de hond vastleggen of ruimte maken voor de hulpdiensten. Of met een zaklampje langs de weg gaan staan om de ambulance op te vangen, want de huisnummers van de boerderijen hier in de omgeving zijn lastig te onderscheiden in het donker. Ook dat soort praktische dingen leer je tijdens een cursus.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant