Na weken van fel debat stemt het Franse parlement dinsdag over een wetsvoorstel dat hulp bij sterven legaliseert. Een belangrijke stap vooruit in een land waar ook in de zorg een zeker ‘paternalisme’ zit, zegt arts François Blot.
is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. Ze woont in Parijs.
Het was een verkiezingsbelofte van president Macron: een groot debat én parlementaire stemming over de vraag of hulp bij sterven – het woord euthanasie wordt zorgvuldig gemeden – in Frankrijk moet worden gelegaliseerd. Dat debat is uitgebreid gevoerd: de afgelopen weken in het Franse parlement, eerder via een burgerraad van 184 Fransen met uiteenlopende achtergronden en opvattingen. Dinsdag volgt de stemming over het wetsvoorstel dat hulp bij sterven, onder strikte voorwaarden, moet legaliseren.
Net als de medische wereld is het Franse parlement zeer verdeeld. De afgelopen weken werden duizenden amendementen op de wet behandeld. Politieke partijen laten hun volksvertegenwoordigers grotendeels vrij in het bepalen van hun stem.
Anders dan in Nederland maakt het voorstel euthanasie – waarbij een arts een dodelijk middel toedient – in principe niet mogelijk. In het uiterste geval kan een patiënt straks toestemming krijgen dat zelf te doen – mits diegene meerderjarig en wilsbekwaam is, en ondraaglijk lijdt aan een ernstige, ongeneeslijke ziekte met een beperkte levensverwachting tot ‘korte of middellange’ termijn. Alleen als de patiënt fysiek daartoe niet in staat is, kan een arts het middel toedienen.
François Blot is arts in het vooraanstaande kankercentrum Gustave Roussy dichtbij Parijs, en schreef een boek over de vraag of hulp bij sterven legaal moet worden. Hij werd als expert gehoord door de burgerraad die in april 2023 daarover advies uitbracht.
Blot is voorstander, onder strikte voorwaarden. Hij plaatst de discussie in een breder perspectief van ‘democratie in de gezondheidszorg’. Daarmee bedoelt hij ‘het recht voor de patiënt om een stem te hebben in de beslissingen over de behandeling.’ De aids-epidemie, die begon in de jaren tachtig, heeft die discussie sterk beïnvloed, zegt Blot. De vaak jonge slachtoffers, met een relatief goede sociaal-economische positie, zorgden voor emancipatie van de patiënt in medische beslissingen.
In Frankrijk leidde dat in 2002 tot een wet die patiënten het recht geeft behandeling te weigeren, ook als dat tot versneld sterven leidt. ‘Voor veel artsen was dat een revolutie’, zegt Blot. ‘Tot die tijd was de arts almachtig. Voortaan moesten ze voor een behandeling toestemming krijgen van de patiënt.’
Desondanks voelt het anno 2025 alsof we nog steeds vastzitten in het idee dat de arts hoort te beslissen, zegt Blot. ‘Het is aan de arts om te bewijzen dat een patiënt goed is geïnformeerd over medische beslissingen. In praktijk zie je dat artsen soms tientallen pagina’s overhandigen aan de patiënt, die deze dan moet tekenen. Zo wordt de wet gerespecteerd, op papier althans.’
De hiërarchische Franse cultuur werkt ook door in medische kwesties. ‘We lezen de wereld graag de les. Dat geldt ook voor artsen. Al mijn collega’s die tegen hulp bij sterven zijn, zeggen: ik wil de patiënt, die kwetsbaar is, tegen zichzelf beschermen. Er zit een zeker paternalisme in. Ik denk dat we niet genoeg beseffen dat de patiënt geen ‘verloren kind’ is, zoals de Orde van Artsen in 1950 nog schreef.’
‘De geneeskunde anno 2025 is niet de geneeskunde van 1970. Als arts ben ik uiteraard blij dat we kanker kunnen behandelen. Maar er is een moment dat – als een kanker voor de negende keer terugkomt, de ziektes zich opstapelen – een patiënt niet langer kunstmatig in leven wil worden gehouden. Artsen vinden het moeilijk om niet verder te gaan als de technologie dat toelaat. Maar ik denk dat we de bescheidenheid moeten hebben om soms niet verder te behandelen.’
Opvallend was de uitkomst uit de burgerraad, waar driekwart van de deelnemers zich uitsprak voor de legalisering van hulp bij sterven onder strikte voorwaarden. Een groot deel van hen begon na afloop een actiegroep om te zorgen dat die aanbeveling navolging krijgt.
Het Comité Consultatif National d’Ethique, dat de Franse regering adviseert over ethische kwesties, sprak zich in 2022 ook uit voor legalisering. Voor Blot was dat de aanleiding om zich over de vraag te buigen. ‘Anders dan ik op voorhand dacht, besloot ik uiteindelijk dat we niet anders konden. Anders leveren we patiënten over aan ongelijkheid en illegaliteit.’
Blot is blij met het wetsvoorstel, al ziet hij het als gemiste kans dat psychisch lijden alleen niet voldoende is, en dat een arts niet zelf het middel mag toedienen. ‘Alsof iemand die wil sterven een laatste test moet doorstaan of die echt bereid is zover te gaan. Ik begrijp het idee, maar het voelt wreed.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant