Home

Schilderijen via kostuums tot leven wekken? Ontwerper Irina Shaposhnikova waagde zich eraan voor het Scapino Ballet

Hoe laat je schilderijen bewegen? Kun je heden en verleden samenbrengen in kostuums? Over zulke vragen buigt Irina Shaposhnikova zich, die de kostuums van Scapino’s Anima Obscura ontwierp. De Volkskrant neemt een kijkje bij de repetitie – de eerste waar de balletdansers zich in haar creaties hullen.

‘Ik word gek!’, roept danser Efthimis Tsimageorgis uit. Verslagen ploft hij tijdens een repetitie neer op een versleten bureaustoel in studio drie van Scapino Ballet in Rotterdam. Het is een kleine maand voor de première van Anima Obscura, en de scène waarin hij net heeft gedanst, is hem dus allerminst onbekend. Maar waar hij normaal zijn vertrouwde comfortabele danstenue aan zou hebben, draait en springt hij nu voor het eerst in een lange witte jurk van chiffon en neopreen die hem van zijn kin tot zijn tenen bedekt. Vandaag is bij het gezelschap de eerste ‘doorloop’ in kostuum.

Het dansen in lichaamsbedekkende uitrusting blijkt behoorlijk intensief, en nu lijken de kralen aan het lijfje van zijn kostuum ook nog eens los te komen. Geen paniek, vandaag is pas de eerste repetitie in kostuum: tijd genoeg om alles nog eens vast te maken.

Anima Obscura

De kralen op het lijfje van Tsimageorgis’ kostuum hebben een lange weg afgelegd. Die begon zo’n zeven jaar geleden, toen choreograaf Nanine Linning, sinds 2024 artistiek directeur van Scapino Ballet, een onderzoek begon naar het menselijk verlangen naar een eeuwig leven. Vijf maanden voor de doorloop legt Linning via Zoom haar concept voor de voorstelling uit. Ter illustratie toont ze een powerpointpresentatie tjokvol schilderijen van Sint Sebastiaan, piëta’s en anatomische tekeningen uit de renaissancetijd die de inspiratie vormden voor de productie.

Door de hele geschiedenis zie je steeds opnieuw het menselijke verlangen naar het eeuwige leven terug, vertelt Linning. Waar de jager-verzamelaars hun handafdrukken achterlieten op de wanden van grotten met het idee iets van zichzelf te vereeuwigen, conserveerden de oude Egyptenaren de lichamen van hun dode farao’s. Die lijn is volgens Linning door te trekken naar het heden: tegenwoordig proberen we zo oud mogelijk te worden zonder daadwerkelijk oud te lijken, middels botox en biohacking.

Maar bovenal was de choreograaf geïntrigeerd door de alchemisten uit de renaissance. Linning: ‘De alchemisten waren een mystieke groep die zich bezighield met het vinden van de zogeheten ‘steen der wijzen’, een substantie waarvan werd geloofd dat er goud mee gemaakt kon worden om uiteindelijk een levenselixer te kunnen brouwen.’ Om hiertoe te komen ontwikkelden de alchemisten een proces bestaande uit zeven chemische stadia, waaronder fermentatie, distillatie en uiteindelijk solidificatie.

Die vormen nu ook de leidraad van de choreografie. De dansers gaan in een uit zeven stadia bestaande choreografie op Ein Deutsches Requiem van Johannes Brahms op zoektocht naar het levenselixer en worden daarbij geholpen door hologrammen en videoperformances. Bovendien dragen de 23 dansers gedurende tien scènes steeds weer andere kostuums, die helpen het verhaal van Anima Obscura te vertellen.

Alchemist core

Voor deze productie ging Linning de samenwerking aan met de in Moskou opgegroeide kostuumontwerper Irina Shaposhnikova, met wie ze al zo’n acht keer eerder heeft gewerkt. Shaposhnikova, die vanuit haar achtergrond in de mode in 2017 de overstap naar kostuum maakte, ontwierp eerder de kostuums van Linnings producties Endless Song of Silence en Revolt uit 2019. Daarnaast ontwierp ze onder meer de zwarte jurk met driehoekige uitsteeksels die Lady Gaga in 2011 droeg op de covers van Franse tijdschriften Madame Figaro en Fashion Magazine.

De afbeeldingen uit Linnings powerpoint vormden ook de inspiratie voor de kostuums. ‘Onze samenwerking is een proces dat tussen ons heen en weer gaat en nooit helemaal voorbij is’, vertelt Shaposhnikova tijdens de pauze in Rotterdam. Ook zij is vandaag aanwezig om te zien hoe de dansers bewegen in haar stukken en om te bepalen wat er aangepast moet worden.

Opmerkelijk is dat Shaposhnikova bij het ontwerpen niet begint met schetsen, maar met onderzoek naar verschillende materialen die ze op een pasvorm drapeert. ‘Ik ben gefascineerd door nieuwe technologie op textielgebied, dat is altijd het vertrekpunt van mijn ontwerpen’, vertelt ze. ‘Daarbij helpt het me ook in het ontwerpproces, omdat ik letterlijk hands-on ben: ik wil de materialen voelen en kijken hoe ze bewegen en vallen.’

Bewegende schilderijen en ribbenkasten

Neem al die renaissanceschilderijen uit de powerpointpresentatie. ‘In scènes over de alchemisten, refereren we expliciet naar de periode waarin zij actief waren’, legt Shaposhnikova uit. ‘Zowel met de ontwerpen zelf, als met de details op en aan de stukken.’ Het resultaat is onder meer een lange jurk met een zwierige rok van chiffon om vrij in te kunnen bewegen, en een korsetachtig lijfje met molensteenkraag en lange pofmouwen, zoals die door de adel werden gedragen in de 16de eeuw. Voor de voorstelling worden die gemaakt van neopreen, een lichte maar stevige stof die de structuur van een stuk in model houdt.

Om nog nadrukkelijker naar die tijdsperiode te verwijzen, zijn enkele schilderijen uit de renaissancecollectie van het Prado in Madrid op het chiffon en het neopreen geprint. ‘We wilden de indruk wekken dat ook de schilderijen op de kostuums zelf bewegen’, zegt de ontwerper. ‘Daarom hebben we de figuren op sommige plekken als het ware ‘uitgesmeerd’, waardoor het vooral gekleurde lijnen zijn.’ Ook laat Shaposhnikova zien dat de stof zo is uitgeknipt dat de lijnen van de prints met de lijnen van het kostuum meegaan en daardoor de illusie van beweging wekken.

De ‘renaissancejurk’ heeft in de voorstelling daarnaast een geheel witte, onbedrukte tegenpool. Ook in deze versie van de jurk wilde Shaposhnikova de alchemisten en hun tijdperk door laten schemeren. Daarvoor haalde ze inspiratie uit anatomische tekeningen uit die tijd, waaraan goed te zien is dat anatomisch onderzoek in de renaissance nog in de kinderschoenen stond.

‘Sommige ribbenkasten werden bijvoorbeeld zo getekend dat de ribben niet bol staan, zoals we nu weten hoe een ribbenkast eruitziet, maar allemaal dezelfde breedte hebben. Bijna als een soort jasje’, vertelt ze. ‘Daar wilden we iets mee.’ Dit resulteerde in een harnas van neopreen ribben die met parels aan elkaar worden gehouden en als versiering op het lijfje zijn bevestigd.

Opmerkelijk is daarnaast ook dat iedere jurk er net anders uitziet. Waar de witte kostuums allemaal een andere set ribben hebben, zijn de beschilderde stukken ook niet identiek. ‘Iedere danser is anders, beweegt anders, en hoewel we een groep op het podium zien, vind ik het ook belangrijk om de individualiteit van elke danser te behouden’, aldus Shaposhnikova.

Met de doorloop in volle vaart blijkt dat het ontwerpproces eigenlijk nog steeds aan de gang is. Linning doet na een scène met de bedrukte jurken de suggestie om de kragen eventueel te verwijderen. Sommige dansers geven aan te weinig ruimte in de mouwen te hebben en er moet misschien toch iets anders worden verzonnen op de complexe decoratie van Tsimageorgis’ ribbenconstructie. Hij kijkt naar de loslatende kralen van zijn kostuum en zucht theatraal: ‘I’m losing my marbles!’

Anima Obscura, Scapino Ballet, van 28/5 tot en met 1/6, Nieuwe Luxor Theater, Rotterdam. Tournee vanaf oktober.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next