In een instabielere wereld zwellen de zorgen over voedselzekerheid in Europa aan. Reden om boeren te beschermen en milieudoelen af te zwakken, vinden sommige politici. Maar zonder Amerikaanse soja zou Europa juist de duurzame weg moeten inslaan.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Enigszins ongemakkelijk staan de mannen in juli 2018 naast elkaar in de rozentuin van het Witte Huis. De Amerikaanse president Donald Trump en Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker zijn overduidelijk geen vrienden. Als Trump over een senator uit plattelandsstaat Kansas zegt dat hij ‘van de boeren houdt zoals ik dat doe’, rolt Juncker met zijn ogen.
Toch hebben Trump en Juncker iets te vieren: ze hebben een handelsconflict tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie in de kiem gesmoord. Om heffingen tegen de autoindustrie te vermijden, belooft de EU meer Amerikaanse soja te importeren. En zo geschiedde: de Europese import van Amerikaanse sojabonen verdubbelt bijna in een jaar tijd, van 4,5 miljoen ton naar 8,7 miljoen ton. Iedereen blij, lijkt het.
Toch niet. Zeven jaar later heeft Trump opnieuw invoerheffingen tegen Europa ingevoerd. Dit keer loopt niet alleen de Europees-Amerikaanse handelsrelatie, maar het hele bondgenootschap gevaar. Onder Trump keren de VS zich af van – of zelfs tegen – de EU, en zien China en Rusland kans hun wereldwijde invloed uit te breiden.
In zo’n instabiele wereld komt de voedselzekerheid in het geding, stellen veel politici. ‘We zien nu in tijden van geopolitieke spanningen dat de focus heel erg ligt op defensie en op veiligheid, maar uiteindelijk begint het allemaal bij voedsel’, zei minister van Landbouw Femke Wiersma onlangs bij een bijeenkomst in Markelo. Eurocommissaris voor Landbouw Christophe Hansen is het met haar eens. ‘We hebben voedselzekerheid op ons continent te lang voor vanzelfsprekend gehouden.’
Is dat zo? Is de voedselzekerheid in het geding nu de wereld steeds meer in blokken uiteenvalt? Kan Europa zich voeden zonder handel met de Verenigde Staten en de rest van de wereld? En als je die voedselzekerheid wil vergroten, aan welke knoppen moet je dan draaien?
Bart de Steenhuijsen Piters hoort alle pleidooien voor meer voedselzekerheid hoofdschuddend aan. Het antwoord van de Wageningse voedselsysteemonderzoeker op de vraag hoe het gesteld is met de Europese voedselzekerheid is kort. ‘Die is nog steeds heel zeker.’ De term wordt volgens hem ‘politiek misbruikt’, terwijl Europa de meest voedselzekere regio ter wereld is.
Een blik op de Europese zelfvoorzieningsgraad voor verschillende producten – de lokale productie afgezet tegen de lokale consumptie – bevestigt dat. Granen, suiker, zuivel en vlees produceren we meer dan we consumeren. Europa maakt zelfs twee keer zo veel magere melkpoeder als hier wordt verbruikt. Buiten tropische producten zoals koffie, cacao, avocado’s en bananen, die niet groeien in Europa, zitten de enige echte tekorten in de categorie eiwitgewassen, zoals sojabonen. De zelfvoorzieningsgraad voor sojabonen bedraagt slechts 18 procent.
Europa zou wel degelijk zelf eiwitgewassen kunnen verbouwen. Allerhande soorten bonen, linzen en erwten doen het uitstekend in het Europese klimaat. Dat dat niet gebeurt, is een gevolg van hoe de wereldhandel werkte voor het tijdperk-Trump.
Bij de vorming van de Europese douane-unie eind jaren zestig moesten de zes lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) dezelfde invoerheffingen gaan hanteren. Onder de toenmalige wereldhandelsregels moest zo’n nieuwe douane-unie handelspartners die benadeeld worden door de nieuwe tarieven compenseren. De EEG deed dat onder meer door een nultarief in te voeren op eiwitrijke gewassen, zoals soja.
Al snel kwam Noord-Amerikaanse (en later ook Zuid-Amerikaanse) soja in bulkladingen binnen in de haven van Rotterdam. Boeren in gebieden met arme gronden, zoals Oost-Brabant, konden zich dankzij het goedkope veevoer specialiseren in de varkens- of pluimveehouderij. De intensieve veehouderij in Nederland heeft zijn bestaan te danken aan het nultarief op eiwitrijke gewassen, dat bekend is komen te staan als het ‘Gat van Rotterdam’.
Nadat Trump in april zijn tarievenoorlog had ontketend, schermde de EU met een heffing van 25 procent op Amerikaanse soja. Dat is niet voor niets: bijna 90 procent van alle Amerikaanse soja komt uit Republikeinse staten. Een grote meerderheid van de boeren stemde op hem.
Soja is bovendien het waardevolste exportproduct van de Amerikaanse landbouw. Europese heffingen zouden dus een ramp zijn voor Amerikaanse sojaboeren. Zeker omdat de verkoop aan hun belangrijkste afzetmarkt, China, eveneens wordt belemmerd door een nog altijd sluimerend handelsconflict.
Tegelijkertijd zou een heffing ook de kosten verhogen voor Europese veehouders, die meer zouden betalen voor hun veevoer. ‘Ik ga ervan uit dat dat voor een belangrijk deel wordt verrekend in de prijs van vlees, melk en eieren’, zegt Henk Flipsen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi).
Voor Nederland verwacht Flipsen dat de gevolgen beperkt blijven. ‘Noord-Amerikaanse sojabonen die naar Nederland komen, worden hoofdzakelijk doorverhandeld.’ Bovendien bestaat de helft van het dieet van Nederlands vee uit reststromen uit de levensmiddelenindustrie, wat de afhankelijkheid van soja verkleint. Flipsen: ‘In Zuid-Europa krijgen ze veel grotere problemen, omdat ze daar minder reststromen gebruiken.’
Europa moet dus op zoek naar alternatieve leveranciers, zoals Brazilië of Argentinië. Maar vanwege de wederzijdse heffingen tussen de VS en China hebben zij hun export naar dat laatste land de afgelopen weken flink opgevoerd. Voor Europese handelspartners blijft weinig over.
Een andere interessante optie is soja of andere eiwitgewassen in Oekraïne te verbouwen. Hoewel de productie momenteel nog beperkt is, is het land er wel geschikt voor. EU-toetreding van Oekraïne ‘kan ons minder afhankelijk maken van invoer uit Zuid-Amerika en de VS’, suggereerde landbouwcommissaris Hansen onlangs. Zolang de oorlog voortduurt, lijkt een snelle productieverhoging echter onwaarschijnlijk.
Blijft over een derde optie: minder dieren houden. ‘We produceren enorm veel dierlijke producten en ons dieet bestaat uit een overdaad aan dierlijke eiwitten’, zegt De Steenhuijsen Piters. Een onsje minder kan dus geen kwaad. ‘Dan krijg je een enorm gekreun en gesteun, maar voor de voedselzekerheid zou het goed zijn.’
Het is een opvallende paradox: politici die slaan op de trom van voedselzekerheid, voegen daar doorgaans aan toe dat we in deze tijden onze boeren vooral moeten beschermen. Krimp van de veestapel is voor hen uit den boze. Maar juist een omslag naar minder dierlijke en meer plantaardige productie zou onze voedselzekerheid vergroten, en de afhankelijkheid van de VS verkleinen.
Onderzoekers van de Wageningen Universiteit berekenden in 2023 dat Europa zichzelf in theorie zou kunnen voeden zonder voedselimport. Voorwaarde is wel dat het voedselsysteem circulair wordt: zo min mogelijk voedselverspilling en overconsumptie, en duurzaam gebruik van reststromen.
Zelfs zonder dieetverandering zou dat leiden tot 71 procent minder landgebruik en 22 procent minder broeikasgassen. Schakelen Europeanen over naar een gezonder, meer plantaardig dieet, dan komt de broeikasgasreductie zelfs uit op 29 procent.
Toch zien de meeste politici een onstuimigere wereld niet als reden om het voedselsysteem gezonder en duurzamer te maken. ‘Natuurlijk moet je streven naar meer duurzaamheid, maar het voor Nederland strategische belang van voedselzekerheid is óók een belang dat veel nadrukkelijker moet worden meegewogen’, zei staatssecretaris voor Voedselzekerheid Jean Rummenie onlangs tegen De Telegraaf. Hij verzet zich tegen ‘luxediscussies’ over het beperken van bestrijdingsmiddelen of halvering van de veestapel.
Hetzelfde sentiment waart in Europa rond. Met een beroep op voedselzekerheid is in de afgelopen anderhalf jaar strengere wetgeving over bestrijdingsmiddelen van tafel geveegd, de natuurherstelwet uitgekleed en zijn de meeste veehouderijen uitgesloten van de industriële emissierichtlijn. De eiwitstrategie van de EU, bedoeld om het blok minder afhankelijk te maken van invoer van diervoeder, richt zich tegelijkertijd op het verhogen van de productie van dierlijke eiwitten.
‘Dat is de zaken door elkaar halen’, vindt De Steenhuijsen Piters. ‘Het voedselsysteem moet houdbaar zijn op de korte én de lange termijn.’ Ook het Europees Milieuagentschap stelde vorig jaar dat voedselzekerheid in tijden van klimaatverandering vooral neerkomt op duurzamer en plantaardiger.
Al met al heeft Europa met zijn hoge landbouwproductie ook in een instabiele wereld een goede uitgangspositie, denkt De Steenhuijsen Piters. ‘Wel is de zekerheid omtrent bulkgoederen die over de wereld worden verscheept, zoals tarwe, maïs en soja, echt weg.’ Die onzekerheid is volgens Nevedi-voorzitter Flipsen erger dan de heffingen zelf. ‘Niemand wil iets kopen voor over vier maanden als je niet weet wat de kostprijs is, en als de leverancier niet weet of hij wel kan leveren.’ De Europese voedselvoorziening is dus niet in gevaar, maar een handelsconflict kan wel degelijk economische schade aanrichten.
Die les had Donald Trump in 2018 al kunnen leren. De toezegging van Juncker om meer sojabonen te kopen, was namelijk niets waard. De Commissievoorzitter heeft niets te zeggen over waar Europese bedrijven hun grondstoffen inkopen. ‘We zijn niet de Sovjetunie’, merkte een EU-ambtenaar op.
Dat Europa meer Amerikaanse soja kocht, kwam vooral doordat Trump ook een handelsconflict was aangegaan met China. Braziliaanse handelaren profiteerden door de Amerikaanse soja met korting op te kopen en naar Europa te verschepen. De Amerikaanse regering was 28 miljard dollar kwijt om haar boeren te compenseren. Een jaar later keerden de oude handelsstromen terug.
Hoe duurzaam Trumps heffingen ditmaal zijn, valt te bezien. Maar een continent dat bestand wil zijn tegen grillen van de markt en macht, kan maar beter zijn eigen boontjes doppen.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant