Home

Tussen ‘op’ en ‘rotten’ zat een korte pauze, dit om duidelijk te maken dat er echt opgerot moest worden

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Hij zat op het bankje aan de gracht te genieten van zijn lunch en de zon, toen hij rumoer hoorde aan de andere kant van het water. Er klonk geschreeuw. ‘En nou oprotten!’, riep een zware, woedende mannenstem. Het was een stem op volle kracht, zo een die je inzet als je als er direct gevaar dreigt, vlak voordat je het op een rammen zet.

‘Oprotten!’, klonk het nogmaals. De stem was afkomstig van een man van een jaar of 35. Lang, sterk, kort opgeschoren kapsel. En nog eens: ‘Oprotten.’ Tussen ‘op’ en ‘rotten’ zat een korte pauze, dit om duidelijk te maken dat er echt opgerot moest worden.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Waar Batman wordt opgeroepen door een geprojecteerd symbool van een vleermuis, is geschreeuw op klaarlichte dag het teken voor De-escalatieman. Hij slaakte een diepe zucht, stond op van het bankje en liep richting het rumoer. De straat aan de andere kant van de gracht was opgebroken. Overal lagen hopen zand, er stonden een paar bestelbusjes geparkeerd en hier en daar stonden van die rood-witte afzethekken met daarop verkeersborden, waarop stond dat er niet gelopen mocht worden. Het was, zoals overal in deze stad, één grote, onoverzichtelijke wanorde.

De grote stoere man met het opgeschoren kapsel was op een aanhanger gaan staan. Zo, van boven op de apenrots, kon hij goed in de gaten houden of degene die moest oprotten ook daadwerkelijk aan het oprotten was. Dat was ze. De oprotter was een kleine vrouw van een jaar of 50. Ze duwde een fiets voort, met op het stuur een houten kastje. Zwoegend en balancerend ging ze langs de afzettingen en stuurde ze haar fiets richting de brug.

De vrouw woonde op de gracht waar de werkzaamheden gaande waren, maar ze mocht van de mannen die het werk aan het uitvoeren waren (althans, van uitvoeren was geen enkele sprake; ze hingen gewoon wat rond) er niet even langs. Waar ze haar een handje hadden kunnen helpen en het kastje naar haar huis hadden kunnen tillen, wezen ze de vrouw op de afzetting en het bord. Toen ze daar over protesteerde, werd ze verrot gescholden.

De-escalatieman zag dat het kwaad al geschied was: hier viel niets meer te de-escaleren. Hij zag ook dat er op de stoep, vlak langs de huizen, nog een strook zand was waar prima gelopen kon worden. Dat werd ook gedaan door meerdere mannelijke passanten, die allemaal niet dezelfde behandeling kregen als de vrouw met het kastje. Ook De-escalatieman liep over het restje stoep.

Net op het moment dat hij de grote stoere man passeerde, vroeg die zich hardop af hoe het toch kon ‘dat er zoveel ongelooflijke mongolen rondlopen die niet een verkeersbord kunnen lezen’. Tja, raadselachtig inderdaad. Bijna net zo raadselachtig als dat er zoveel ongelooflijke mongolen rondlopen aan wie zelfs de allerlaagste vorm van autoriteit niet is besteed.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next