Huurders in dure regio's krijgen minder vaak kinderen dan woningeigenaren. Voor huurders in goedkopere regio's is kinderen krijgen ook makkelijker. Er zijn "ongelijke kansen op gezinsvorming", concludeert het CBS. De kloof groeit tussen mensen die wel en geen gezin kunnen beginnen.
Vrouwen in regio's met dure huizen krijgen gemiddeld minder vaak kinderen dan in betaalbaardere regio's, blijkt uit onderzoek van statistiekbureau CBS en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Dat kun je zien in onderstaande grafiek.
Het verschil geldt vooral voor huurders. Vrouwen die een koophuis hebben, krijgen juist vaker een kind als de huizenprijzen in de regio hoger zijn. Het CBS heeft het in dit onderzoek over vrouwen in de leeftijd van 16 tot 45 jaar, maar de resultaten voor mannen zijn sterk vergelijkbaar.
Het geboortecijfer daalt al sinds 2010. De klassieke verklaring is dat het lag aan de recessie die toen speelde: mensen krijgen minder kinderen als het economisch slecht gaat.
Uit eerdere onderzoeken bleek al dat een laag inkomen en een flexibel werkcontract de kans op een gezin verminderen. Dit nieuwe onderzoek voegt daar stijgende woningprijzen en het verschil tussen huur en koop bij. Dat hangt deels samen met inkomen en het soort arbeidscontract.
Op de woningmarkt zijn "ongelijke kansen op gezinsvorming", concludeert het CBS. Huurders worden "meer belemmerd dan kopers in het vervullen van de kinderwens".
Het onderzoek kan niet aantonen of duidelijk sprake is van een oorzaak en gevolg, maar kan wel verbanden blootleggen. "De blootgelegde verbanden laten zien dat er een groeiende kloof in gezinsvorming is ontstaan tussen mensen met minder en meer bestaanszekerheid", zegt het CBS.
"De kans op het beginnen van een gezin heeft natuurlijk niets te maken met het feit dat je huurder of koper bent", zegt CBS-hoofdsocioloog Tanja Traag.
"Het heeft alles te maken met het kunnen creëren van de omstandigheden die je nodig hebt om een gezin te beginnen of uit te breiden. Onder de streep zien we dat vrouwen met de minste bestaanszekerheid de meeste moeite hebben om een situatie te creëren waarin ze een kind kunnen krijgen."
De verbanden tussen geboortecijfers en woningprijzen zijn het sterkst bij de geboorte van eerste kinderen. De lengte van het woningbezit maakt ook uit. "Waarschijnlijk door overwaarde", zegt Traag. "Het betekent dat je je maandlasten kunt beperken."
"In een huurwoning betaal je huur, maar daar bouw je niets mee op. Dus ook niet het gevoel van zekerheid en financiële stabiliteit. Het rendement van kopen is ook een gevoelsmatig rendement", legt de hoofdsocioloog uit.
Overigens is het niet zo dat mensen massaal verhuizen naar gebieden met lagere woningprijzen. Drie kwart van de verhuizingen vindt plaats binnen de eigen regio.
"Mensen zijn best honkvast", zegt Traag. "Natuurlijk heb je wensen en kun je verhuizen naar een regio waar het veel goedkoper is, maar dat is geen grootschalige trend."
Source: Nu.nl economisch