Narcisme is meer dan alleen verlekkerd naar jezelf kijken in de spiegel: het is de achilleshiel van de liberale democratie. Want als iedereen totaal op zichzelf is gericht, maakt dat de samenleving gevaarlijk kwetsbaar.
is redacteur van de Volkskrant. Onlangs verscheen zijn boek ‘De kunst van het missen’.
De lijven waren afgetraind, gezichten gelift, bijgevuld en ingespoten. Onbeweeglijke voorhoofden, gezwollen lippen, bolle wangetjes en gestolde, verbaasde ogen. De meeste mensen moesten twintig jaar ouder zijn dan ze wilden overkomen.
Na de flowyoga volgde een kwartier van contemplatie in de lotushouding.
Tijdens de nazit leerde ik dat bijna alle flowyogaleerlingen Trumpstemmers waren die een Europeaan graag wilden uitleggen waarom ze voor Obamacare geen cent belasting meer wilden betalen.
Tot dat moment had ik gedacht dat contemplatie in de lotushouding betrokkenheid bij de armere medemens bevordert. Het was drie jaar vóór de pandemie, waarin auteur Roxane van Iperen de term ‘wellnessrechts’ muntte voor mensen die zich tot dansleraar Willem Engel wendden omdat ze door de lockdown hun hotyoga of pilateswork-out moesten missen. Naar ideeën over vaccins heb ik destijds niemand gevraagd.
Achteraf denk ik dat ik in hotel-golfresort Trump National Doral in Miami al had kunnen kennismaken met de vaccinscepsis van de huidige Amerikaanse minister van Volksgezondheid, Robert Kennedy junior.
Mijn avond in de yogaruimte in Miami was ik nooit vergeten – maar de herinnering speelde weer op toen ik de Nederlandse heruitgave van De cultuur van het narcisme las, het klassieke boek van Christopher Lasch uit 1979: bij de passages over mensen die aan hun lijven beitelen, bij de passages over mensen die niets zo erg vrezen als ouderdom, bij de passages over mensen die oosterse contemplatie benaderen als een ‘investering in zichzelf’.
In de opkomst van plastische chirurgie, sportscholen, therapeuten en coaches lagen de VS fors op Europa voor, kun je concluderen uit observaties van Lasch van bijna een halve eeuw geleden. Sociale media waren er in 1979 nog niet, maar een cultuur waarin mensen constant hongerig zijn naar bevestiging en bewondering was deze auteur al op het spoor, net als onvrede bij mensen die zich onvoldoende gezien, gewaardeerd, ‘geliket’ voelen, hij ziet ze lijden onder narcistische krenkingen.
Christopher Lasch, 1932-1994: zoon van een met een Pulitzer bekroonde commentator (zijn vader) en docent ethiek (zijn moeder), opgeleid aan Harvard, daarna historicus en sociaal criticus.
In de VS is De cultuur van het narcisme nooit uit druk geweest. Eind vorig jaar verscheen een nieuwe Nederlandse editie bij uitgeverij Athenaeum. In retrospectief schreef Lasch over meer dan de Verenigde Staten aan het einde van de jaren zeventig: dit boek is een schets van kwetsbaarheden van moderne westerse mensen.
Lasch schreef vóór de neoliberale revolutie van Reagan en Thatcher, vóór het einde van de Koude Oorlog en vóór de digitale revolutie. Lezers kunnen geneigd zijn te concluderen dat die ontwikkelingen slechts iets hebben versterkt dat al bezig was – het ontstaan van een maatschappijtype waarin bij ingezetenen de notie verdwijnt dat ze deel zijn van iets groters, waarin particuliere belangen allesoverheersend worden, waarin mensen zich minder inspannen voor een gemeenschappelijke toekomst dan voor een bepaalde ideale versie van zichzelf.
Ik was vermoedelijk nooit in een sportschool gekomen als ik eind vorige eeuw geen nek- en schouderklachten had gekregen die ze destijds ‘RSI’ noemden.
Sportscholen hebben apparaten waarop je oefeningen kunt doen die daar goed tegen helpen. Omdat die oefeningen nogal saai zijn, kijk ik in mijn sportschool altijd veel om me heen. Een van de dingen die opvallen, is dat flink wat bezoekers minstens zo veel tijd doorbrengen met kijken naar zichzelf terwijl ze sporten als met daadwerkelijk sporten.
Ze kunnen lang blijven staan voor de grote spiegelwanden en leggen zichzelf tijdens oefeningen vaak vast met hun telefoon – veertigplussers net zo goed als twintigers.
Om te constateren dat het aantal Nederlanders met tatoeages en plastischchirurgische ingrepen toeneemt, hoef je niet per se naar een sportschool, maar in een sportschool is het niet te missen. Ik zie mensen die er telkens weer een tatoeage bij laten zetten, en die dan tijdens oefeningen voor de spiegelwand extra veel aandacht hebben voor die nieuwe tatoeage.
Een ander verschijnsel waarmee ik in de sportschool heb kennisgemaakt, is een obsessieve aandacht voor voeding. Of het nu jongens van begin 20 of vrouwen van begin 50 zijn: veel, héél veel gesprekken gaan over diverse soorten koolhydraten, vetten en eiwitten. Sommige mensen kunnen van de ochtendkwark tot de avondsmoothie precies benoemen wat ze binnenkrijgen.
Dat zulke mensen gebruikmaken van de weegschalen die met speciale functies zijn uitgerust, laat zich raden. Er zijn er die zichzelf op een avond meerdere keren wegen. Ik zie óók dat mensen van slag of ontregeld kunnen zijn als de weegschaal niet aangeeft waarop ze hadden gehoopt, of waarnaar ze hadden gestreefd.
Christopher Lasch belijdt in De cultuur van het narcisme een overdreven afkeer van sportscholen. Maar wat hij in de jaren zeventig al goed had gezien, is dat sportscholen geen plekken zijn die tevredenheid schenken, laat staan geluk verspreiden. De ‘cultuur van het narcisme’ is er geen waarin mensen zichzelf alleen bewonderend gadeslaan. Het is geen plezierig narcisme, geen tevreden ijdelheid.
Moderne mensen, schrijft Lasch, zijn gewoon producten van de tijd waarin ze leven. Daarin hebben grotere verbanden en de notie van het algemene aan belang ingeboet, en is in plaats daarvan een soort ‘cultus van de eigen uniciteit’ ontstaan.
Weinig mensen die aan hun eigen tijd ontsnappen, weinig lezers van Lasch die zichzelf niet ergens tegenkomen. Als Lasch symptomen niet in de kiem bij zichzelf had bespeurd, had hij ze minder scherp kunnen beschrijven.
Ooit zetten kerken, religieuze rituelen, families, tradities, vakbonden en verenigingen een rem op zaken als zelfzorg en zelfverwezenlijking. De gemeenschap ging voor. In de latere decennia van de 20ste eeuw schoot er echter een cultuur wortel waarin steeds meer mensen aan de slag gingen om zichzelf te verbeteren, zowel fysiek als psychisch, door voor onzekerheden en onhebbelijkheden in behandeling te gaan.
Dat pogingen tot zelfverbetering zo vaak hun doel missen, ziet Lasch, komt doordat mensen tijdens zulke pogingen juist extra met zichzelf bezig zijn. Typisch zinnetje van Lasch over coaches en therapeuten: ‘Het komt nauwelijks in hun hoofd op – en daar is ook geen reden voor, gegeven het commerciële van de therapie – de patiënt aan te moedigen zijn behoeften en belangen ondergeschikt te maken aan die van anderen, aan iemand of iets, een ideaal of een traditie, buiten hemzelf.’
Mensen die veel met zichzelf bezig zijn, wordt in de loop van De cultuur van het narcisme steeds duidelijker, zijn kwetsbare mensen. Hoe groter hun preoccupatie met de eigen uniciteit, hoe geringer hun incasseringsvermogen en opofferingsgezindheid. Dat wreekt zich als mensen te maken krijgen met uitdagingen of bedreigingen die om collectieve inspanningen en weerbaarheid vragen.
In 2022 publiceerde Roxane van Iperen haar boekessay Eigen welzijn eerst, over groepen wier opofferingsgezindheid tijdens de pandemie te wensen overliet. In haar nieuwe boek, Eigen planeet eerst, buigt zij zich over de funeste gevolgen van dezelfde cultuur voor de strijd tegen klimaatverandering. Collectieve weerbaarheid bestaat bij de gratie van gevoelens van verbondenheid met anderen, bij een besef dat we met zijn allen in hetzelfde schuitje zitten. Problematisch voor de toekomst van onze planeet is, helaas, dat die in toenemende wordt bevolkt door mensen die allemaal op een ‘eigen planeet’ leven.
Collectieve weerbaarheid vraagt ook om een besef deel te zijn van een langere geschiedenis. Lasch citeert schrijver en generatiegenoot Tom Wolfe, bekend van zijn everseller The Bonfire of the Vanities: ‘De meeste mensen in de geschiedenis hebben niet geleefd met de gedachte ‘Ik leef maar één keer’. Zij leefden integendeel alsof zij het leven van hun voorouders én van hun nakomelingen leidden.’
Dit citaat had ook het motto kunnen zijn van Die Qualen des Narzissmus van de Oostenrijkse filosoof Isolde Charim uit 2022. In dat boek, in 2023 in het Nederlands vertaald en verschenen onder de titel Narcisme, vergelijkt zij stambomen van vroeger met stambomen die mensen tegenwoordig bestellen.
In klassieke stambomen zie je hoe namen zich voegen in voorouderlijke lijnen, tegenwoordig lopen voorouderlijke lijnen toe naar degene die de stamboom heeft besteld. Mensen die met een DNA-kit van een bedrijf als MyHeritage naar hun etnische komaf op zoek gaan, zijn vaak niet zozeer nieuwsgierig naar hun voorouders als wel naar zichzelf. Ze concluderen na zo’n test: kijk mij eens een bijzonder mengsel zijn: ik heb Spaanse, Friese en Keltische wortels.
Bij Charim is ‘de cultuur van het narcisme’ hét gemeenschappelijke ingrediënt in heel verschillende eigentijdse verschijnselen – van het oprukken van tatoeages en botox tot de opkomst van allerlei soorten coaches; van de doorbraak van rechts-populistische partijen en complotdenkers (die zeggen: ‘kijk mij een uniek inzicht hebben’) tot woke-denken en de eindeloze uitbreiding van seksuele en gendercategorieën.
Charim: ‘Eerst LGBTI, dan LGBTI+ en vervolgens LGBTIQA+. (...) In plaats van uit grote eenheden, bestaan narcistische gemeenschappen in een grote veelvormigheid.’
Het laatste noopt haar tot de conclusie dat de ‘narcistische gemeenschap’ eigenlijk een contradictio in terminis is. Wat bij Lasch een impliciete boodschap is, wordt bij Charim expliciet: narcisme is de achilleshiel van de moderne liberale democratie. In het pre-narcistische tijdperk draaide gemeenschaps-, groeps- of partijvorming om een gemeenschappelijke visie op de toekomst van een collectief, om een idee over de richting waarin ‘het grotere geheel’ zich moest bewegen. In het narcistische tijdperk draait groepsvorming om het bevestigen van elkaars voortreffelijkheid en het delen van afkeer van degenen die de voortreffelijkheid niet erkennen.
Van vaccinweigeraars tot queeractivisten: leden van narcistische groepen zeggen elkaar steeds hetzelfde: goed dat jij net zo bent, denkt, leeft, eruitziet als ik. Typische narcistische groepsvorming in Nederland zie je op een YouTube-kanaal als Café Weltschmerz, waar complotdenkers elkaar voortdurend prijzen en hun afschuw delen over degenen die weigeren de bijzondere samenzweringen die zij hebben ontdekt serieus te nemen. Gesprekken lang zijn ze bezig balsem op elkaars ‘narcistische kwetsuren’ te smeren.
Moderne rechts-populistische partijen draaien volgens Charim voornamelijk om het cultiveren van narcistische krenkingen. Die partijen komen nooit met ideeën voor de toekomst van het grotere geheel, laat staan met oplossingen waarbij er een kans bestaat dat ze zouden kunnen werken, want dan moet je rekening houden met degenen met wie je in hetzelfde schuitje zit.
In plaats daarvan richten ze zich direct tot gekrenkte individuen: jullie hadden nooit zo mogen worden behandeld, jullie hadden allang je geld moeten krijgen, jullie hadden op nummer 1 moeten staan. Typisch aan narcistische gekrenktheid is dat er geen duidelijke relatie is met materiële welstand: mensen met twee SUV’s op de oprijlaan kunnen net zo goed kwaad zijn dat ze niet op nummer 1 staan als mensen in achterstandswijken.
In het geval van het trumpisme komt daar een aspect bij dat Christopher Lasch in 1979 al op het spoor was, namelijk een fascinatie voor beroemdheid. Decennia vóór Trump politieke ambities ontwikkelde, was hij in de VS al een superster. Lasch zag dat mensen die moeite doen ‘hun geweldige ik weerspiegeld te zien in de aandacht van anderen’ zich óók kunnen wenden tot ‘anderen die roem, macht en charisma uitstralen’.
Bij Isolde Charim zijn sterren bij uitstek aantrekkelijk voor mensen die zich onvoldoende gezien of ‘geliket’ voelen. In de ster, stelt zij, vinden ze ‘een samenhangende, volledige identiteit, de illusie van een gesloten cirkel’.
Noem het sterbalsem: ‘De fascinatie die de ster bij zijn fans oproept, groeit uit tot een soort verliefdheid waarin de fan zijn narcisme kan uitleven in het beeld, in de plaatsvervangende belichaming van zijn eigen onbereikte ideaal.’
Beroemdheden die bestand lijken tegen ouderdom, zijn in deze cultuur extra aantrekkelijk. Bewonderaars van Trump roemen zijn onverwoestbare kracht. Bij Joe Biden waren zichtbare tekenen van ouderdom juist funest voor zijn kansen op herverkiezing.
In de cultuur van het narcisme is veroudering iets afschrikwekkends. Een 80-jarige ster als Mick Jagger wordt daarin bewonderd om zijn benaderingen van zijn 18-jarige zelf, niet bekritiseerd om zijn infantiliteit. Mensen als Donald Trump en Elon Musk, beiden frequente bezoekers van plastischchirurgische centra en haarklinieken, zijn daarin niet alleen politiek invloedrijk, maar dragen ook bij aan een taboe op het tonen van ouderdom.
In tegenstelling tot nagenoeg alle traditionele culturen gaat ouderdom in de cultuur van het narcisme nauwelijks vergezeld van positieve connotaties. Weinig wat moderne westerse mensen erger vinden om te horen dan dat ze er oud uitzien of oud overkomen. Het verklaart waarom behalve sportscholen ook plastischchirurgische centra en haartransplantatieklinieken zich in razend tempo vermenigvuldigen, en waarom hun klandizie almaar jonger wordt.
De cultuur van het narcisme bewerkstelligt dat mensen het idee krijgen dat je veroudering, hoe onvermijdelijk ook, niet mag laten zien.
Toen ik in de Trump National Doral in Miami logeerde, verbaasde ik mij nog over vrouwen met gestolde, verbaasde ogen en mannen met geverfd en geïmplanteerd haar.
Tegenwoordig wemelt het van zulke mannen en vrouwen in mijn eigen sportschool – sterker nog: ik zie ze ook al in de supermarkt.
Christopher Lasch schreef in 1979: ‘Oude methoden tegen de verwoesting die ouderdom aanricht – identificatie met ethische of artistieke waarden buiten het directe eigenbelang, intellectuele nieuwsgierigheid, troostende emotionele warmte ontleend aan gelukkige relaties uit het verleden – kunnen de narcist niet helpen. (...) Narcistische personen zijn helaas totaal niet in staat van het leven te genieten als van een proces waarbij men zich steeds meer identificeert met andermans geluk en prestaties.’
Het grootste probleem van ‘narcistische gemeenschappen’ is dat ze, in tegenstelling tot klassieke gemeenschappen, falen op het moment dat leden de steun van de gemeenschap het hardst nodig hebben, als ze met uitdagingen te maken krijgen: dan telt werkelijke gemeenschapszin. Daarom wisten trumpisten zich ook geen raad met corona: met onderlinge verbondenheid heeft Trumps beweging niets te maken.
De pandemie vormde voor Isolde Charim de rechtstreekse aanleiding voor het schrijven van haar boek. Over de manier waarop westerse overheden met die pandemie zijn omgegaan, zal nog lang worden gediscussieerd. Feit is dat ze opofferingen voor ‘het grotere geheel’ vroegen die veel mensen niet wilden brengen.
In verzet tegen die opofferingen roerden zich mensen die geen enkele moeite deden te verbergen dat ze puur van zichzelf uitgingen.
In haar thuisland Oostenrijk bestudeerde Charim equivalenten van Nederlandse groepen als Viruswaarheid, Moederhart en Vrouwen voor Vrijheid. Zij zag in die groepen uitgesproken elementen van de cultuur van narcisme samenkomen: hedonisme, afkeer van ouderdom, complotdenken (‘je eigen unieke versie van gebeurtenissen’), wantrouwen tegen de reguliere gezondheidszorg (‘je eigen unieke versie van wat goed is voor de gezondheid’).
In Eigen welzijn eerst bracht Roxane van Iperen deze groepen samen onder de prachtige noemer ‘wellnessrechts’. Zij stelde daarbij dat dit een gevaarlijkere stroming is dan de naam suggereert. Deze groepen verspreiden desinformatie die vaak rechtstreeks afkomstig is van Russische propagandamachines.
Eigen welzijn eerst werd voltooid vóór de Russische invasie van Oekraïne – dat de groepen die zich verzetten tegen coronamaatregelen dezelfde zijn die zich verzetten tegen steun aan Oekraïne, zal haar lezers niet verbazen. In de VS ontstonden tijdens het presidentschap van Biden ‘spontane narcistische coalities’ van trumpisten en radicale identiteitsdenkers. In Nederland werd een PVV-motie voor het direct stopzetten van steun aan Oekraïne eind 2022 zowel gesteund door Forum voor Democratie als door Bij1, de ene partij een vertegenwoordiging van wellnessrechts, de andere van het identiteitsdenken.
In haar boek De mannen van Poetin – Hoe de KGB Rusland heroverde en vervolgens de strijd aanging met het Westen maakt de Britse journalist Catherine Belton inzichtelijk dat Poetin, hoeveel fouten hij ook maakt, een diabolisch zesde zintuig bezit voor de zwakke plekken van de westerse wereld.
Door de verspreiding van eindeloze hoeveelheden desinformatie op sociale media en de financiering van rechts-populistische partijen deed hij rechtstreeks zijn voordeel met de cultuur van het narcisme.
Poetin geeft narcistische gemeenschappen een ‘bijzonder narratief’ waarmee ze zich kunnen onderscheiden van mensen die niets anders te bieden hebben dan het narratief van de ouderwetse media.
Met feitelijkheid, of het nu gaat om onze veroudering, de werking van vaccins, de klimaatverandering of de oorzaak van de oorlog in Oekraïne, staat de cultuur van het narcisme in al haar hoedanigheden op gespannen voet. Het typische van feiten is een algemene geldigheid, ze maken een individu ‘minder bijzonder’. Mensen die hun eigen uniciteit cultiveren, kunnen de basaalste feiten als narcistische krenkingen gaan ervaren.
Centraal in alle activiteiten die het Kremlin de laatste kwarteeuw in Europa en Noord-Amerika ontplooide, stond de heimelijke overtuiging dat de westerse wereld geen waardengemeenschap meer vormt, voor zover die dat ooit was. Een cultuurgebied waar mensen meer vrijheid en welvaart genieten dan ooit tevoren, zou de bereidheid ondermijnen om zich voor die verworvenheden schrap te zetten.
Die conclusie is voorbarig gebleken. Minstens één kracht van dit cultuurgebied is dat het zoveel auteurs voortbrengt die de zwakten ervan in kaart brengen.
Lasch ging in 1979 zover ‘een stervende beschaving’ te ontwaren. Dat zijn meest pessimistische voorspellingen nog altijd niet zijn uitgekomen, heeft op zijn minst te maken met het vermogen van de westerse wereld zichzelf onder kritiek te stellen, zelfs zijn narcisme, hoe slecht narcisten kritiek ook verdragen.
Af en toe geeft Lasch zelf blijk van overblijfselen van een geloof in het zelfcorrigerende vermogen van de westerse maatschappij. In zijn slothoofdstuk weeft hij het onverwachte zinnetje dat ‘het verlangen om een fatsoenlijkere maatschappij op te bouwen blijft voortbestaan’.
Christopher Lasch: De cultuur van het narcisme. Uit het Engels vertaald door Elise Marijns. Athenaeum; 376 pagina’s; € 27,99.
Isolde Charim: Narcisme – Over vrijwillige onderwerping. Uit het Duits vertaald door Huub Stegeman. Athenaeum; 224 pagina’s; € 23,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant