Zijn solo-expositie An exercise in joy leverde ontwerper Bas Kosters geen allesverzengende blijdschap op, maar bracht hem wel veel ander moois. Zoals het inzicht dat hij meer waarde moet hechten aan klein geluk. Hij vindt het zowaar in potpourri en kamerplanten.
Lisa Bouyeure schrijft voor de Volkskrant over internetcultuur en mode.
Het lijkt wel alsof Bas Kosters (47) ogen in zijn achterhoofd heeft. Een stagiaire hoeft maar even vertwijfeld naar iets in haar handen te kijken, gevoelsmatig ver buiten Kosters’ blikveld, en hij onderbreekt meteen zijn verhaal. ‘Gaat het goed Bente? Mag lekker opvallend hoor.’ Een andere stagiaire, in totaal zijn er vijf, staat verscholen achter een kledingrek stilletjes met de vorm van een pet te stoeien. Kosters merkt het en loopt erheen om te helpen. ‘Misschien als je dit openknipt, over elkaar schuift en met de hand weer dichtnaait? Bekijk het maar even, we kunnen rustig experimenteren.’
Het overzicht dat de kunstenaar lijkt te hebben, correspondeert niet direct met de chaos om hem heen. Zijn atelier in een voormalige lasloods in Amsterdam-Noord is tot de nok gevuld met kunst, materialen, slingerplanten en honderden wonderlijke objecten die hij in de loop der jaren verzamelde, van Ronald McDonald-poppetjes tot vintage knuffels uit Duitsland.
Als we Kosters spreken, wordt het zicht ook nog eens belemmerd door een grote berg kunstwerken in dozen en bruin verpakkingspapier, klaar om naar Artzaanstad in Zaandam te worden getransporteerd, waar de inhoud inmiddels is te zien. Kosters werkte vier jaar aan zijn solo-expositie An exercise in joy. Met zijn stagiaires is hij er op de valreep nog wat leuke dingen uit aan het knallen.
Vanuit een neongele speelgoedautomaat kijkt een siliconen Bas Kosters-replica strak de studio in. Zou dat het geheim zijn? De ogen van de kunstenaar zijn sowieso goed vertegenwoordigd in zijn werk. In An exercise in joy komen ze terug in felgekleurde collages, geprint op een fleecedekentje en genaaid op een zelfportret-lappenpop waarop ook met Swarovski-steentjes de zeven chakra’s zijn geborduurd.
Dat Kosters vreugde als onderwerp koos, komt niet doordat hij continu uit elkaar barst van blijdschap. Integendeel. ‘Ik leid een rijk leven, doe wat ik het allerliefst doe, eigenlijk zou het me aan niets moeten ontbreken. Toch heb ik bijna nooit een overdonderende vreugdeservaring.’
In het verleden zocht Kosters de euforie vaak buiten zichzelf. Toen hij negen jaar geleden nuchter ging leven, keerde de zoektocht zich naar binnen. Daar vond hij van alles, maar geen overdonderende vreugdeservaring, zelfs niet in zijn heiligbeenchakra. ‘De een gaat het makkelijker af dan de ander, iedereen is genetisch verschillend. Ik kan erg piekeren, dat helpt niet. Maar het is denk ik goed om bewust met jezelf bezig te zijn, zo kun je het een beetje trainen.’
Een dag eerder had Kosters succes geboekt op dat vlak. Er waren een paar op het nippertje bestelde stoffen binnengekomen, net op tijd voor de expositie. De prints bleken alleen mislukt. Bij de eerste aanblik had Kosters ‘aaargh!’ geroepen, de rest van de dag was hij chagrijnig gebleven. ‘Het was een leuk nieuw idee, mijn stoffen los aanbieden zodat mensen er ook zelf iets van kunnen maken. Let’s spread the joy! Maar goed, die stoffen waren dus mislukt en ik ging helemaal in het verzet. Toen ik ’s avonds met een vriendin belde, hoorde ik mezelf nog steeds zeuren. Ineens viel het kwartje. Waarom verzet ik me toch zo tegen deze situatie, dacht ik. Ik kan er niets aan veranderen, laat het gaan. Dat was een eyeopener. Je kunt jezelf als mens enorm in de weg zitten.’
Voor de expositie maakte Kosters onder andere schilderijen op opgespannen linnen tasjes, een wensput van beschilderd keramiek, houtsculpturen met rituele maskers, de eerste Bas Kosters-stoel, een gequilt wandkleed en een paar borsten van gebloemde stof die je over je schouders kunt draperen. Er is een grote rol weggelegd voor Jobe the Joy Bear, Kosters’ bekende genderfluïde cartoonteddybeer.
Textiel speelt nog altijd een belangrijke rol in Kosters werk, die ruim twintig jaar geleden doorbrak als modeontwerper. In 2018 maakte hij de overstap van kunstzinnige mode naar autonome kunst. Aanvankelijk vreesde hij voor scheve blikken, want zou hij nu worden gezien als zo’n acteur die zo nodig moet gaan zingen? Maar het weerhield hem er niet van zich te bekwamen in allerlei nieuwe kunsttechnieken, zonder zijn herkenbare signatuur te verloochenen. Het Rijksmuseum Twenthe in Enschede organiseert volgend jaar een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk.
Dat An exercise in joy geen allesverzengende blijdschap heeft opgeleverd, betekent niet dat het geen vreugde heeft gebracht. Die haalt Kosters uit het werk dat hij heeft gemaakt, uit alle verkochte tekeningen die naar liefdevolle huizen zijn gegaan, uit de connecties en saamhorigheid die zijn ontstaan en uit de feestelijke gedachte dat mensen gewikkeld in een Bas Kosters-fleecedekentje op de bank zitten.
Kosters: ‘Was euforisch worden de ideale uitkomst van het project? Dat valt te betwisten. Ik ben blij met de inzichten die het heeft gebracht. Bijvoorbeeld dat ik meer waarde moet hechten aan klein geluk. Dat klinkt heel tuttig, klein geluk, maar het kan grote genoegdoening geven.’
‘Het beste dat ik ooit heb meegenomen uit Italië is potpourri. Ik was in Milaan voor de designbeurs Salone del Mobile en had een appartement gehuurd dat rommelig, stoffig en niet erg schoon was, en ook nog heel duur. Maar op een schoteltje lag potpourri van Santa Maria Novella, een eeuwenoud parfumhuis uit Florence. Ik vond die geur zo betoverend. Altijd als ik het ruik, word ik helemaal blij. Later heb ik ook het parfum ervan gekocht.
‘In mijn atelier branden we de hele dag wierook, we hebben nu lekkere uit Japan die naar palo santo ruikt. Alleen al dat kleine ritueel van zo’n stokje aansteken en in een houder zetten vind ik fijn, dan kies je echt even voor jezelf.’
‘Veel van mijn tekeningen en schetsen maak ik op oude enveloppen, brieven of paperassen, die snor ik overal op. Ik vind het leuk als papier karakter heeft, een heel leven met zich meedraagt. Voor de tentoonstelling heb ik getekend op een zakje van een Japanse apotheek, op een Amerikaans studentenblaadje uit de jaren vijftig en op een foto van Prins Bernhard op een paard.
‘Laatst dacht ik ineens: verrek, dat heb ik van mijn oma. In haar oude Scrabble-spel dat ik thuis heb, zitten nog de Giro-enveloppen waarop ze de scores bijhield. Ze was zuinig en zorgvuldig, ook haar boodschappenlijstjes schreef ze op netjes in stukken gescheurde enveloppen.
‘En waarom doen we dat eigenlijk niet massaal? Er is zo veel verkwisting, het kan niet op. Daarom een geweldige tip van mijn oma: je hoeft niet alles gelijk weg te mieteren.’
‘In het Stedelijk Museum in Amsterdam ontdekte ik vorig jaar de Duitse kunstenaar Miriam Cahn. Die tentoonstelling, Reading Dust, heeft me echt geraakt. Als ik naar Cahns schilderijen kijk, strijden allerlei emoties om voorrang. Ze schildert veel narigheid, ongemak en pijn, maar met een schoonheid en vervreemding die mij enorm prikkelen. Ik ben ook bevangen door haar kleurgebruik.
‘We leven in een wereld waar alles maar goed, mooi, succesvol en schoon moet zijn. Dat is denk ik niet bevorderlijk voor ons, en ook niet realistisch. Veel mensen leven niet in veiligheid en harmonie. Cahn verbeeldt gruwelijkheid en verdriet op een manier die confronterend is maar toch ruimte overlaat om er ook eigen gedachten over te vormen.’
‘Al mijn hele leven ben ik verzot op sieraden. Vroeger zat ik bij oma en opa op zolder te spelen met de glitterbroches uit opa’s drogisterij. In mijn tienertijd ben ik mezelf beginnen te tooien: oorbellen, neussieraden, buttons, broches, haarspeldjes, god mag weten wat. Nog steeds brengt dat me elke dag heel veel geluk.’
‘Iedere ochtend maak ik een nieuwe compositie van accessoires. Om mijn nek draag ik nu een keycord van Tokyo Disneyland die ik op een vlooienmarkt in Japan heb gevonden. Er hangt een oude trouwring aan van een vrouw uit de Jordaan, die verkocht ze ooit op Koningsdag voor een paar tientjes. Ik vind het leuk om waardeloze en waardevolle sieraden te combineren, dat contrast spreekt me aan.
‘Ik heb ook zeker honderd sleutelhangers, zoals die van Walter Van Beirendonck en het kleine Steiff-beertje aan mijn tas. Aan mijn sleutelbos hangen dan weer zilveren bedels.
‘Er is een bepaalde saamhorigheid tussen mensen die zichzelf graag versieren. Je herkent iets in elkaar, vaak heb je gelijk een band.’
‘Ik heb een fascinatie voor Japan en ik hou van Japanse schrijvers. Van Murakami heb ik alles gelezen, ik kan bijna niet wachten tot er een nieuw boek van hem uitkomt. Mijn huis is vrij klein dus ik bewaar lang niet alle boeken, maar die van Murakami wel. Dan heb ik opeens een bepaalde compleetheidsdrang.
‘Onlangs las ik Kitchen van Banana Yoshimoto, dat vond ik heel leuk. Goede naam ook hè, Banana Yoshimoto? Het is een vrij oud boek, uit 1988. Vorig jaar kwam het in het Nederlands uit.
‘Japanse boeken hebben vaak iets surrealistisch. Er zit een bepaalde kalmte in die ik ook ervaar als ik in Japan ben. Misschien komt het door de berusting van de hoofdpersonen, ze leggen zich makkelijker neer bij de dingen zoals ze zijn. Dat spreekt me erg aan.’
‘Al 25 jaar maak ik selfies met een analoge camera. Tegenwoordig heb ik de Olympus MJU II, die gaat overal mee naartoe. Het is de camera der camera’s, een slechte foto maken is bijna onmogelijk. Fotograaf Bertien van Manen gebruikte hem ook.
‘Het Instagramaccount waarop ik al die foto’s deel heet The Closeup Project. Kijk, dit ben ik met een bloedneus, dit was vorig jaar in Japan voor een werk van mijn favoriete Japanse kunstenaar Taro Okamoto, hier heb ik een hele dikke joint, en dit was twintig jaar geleden met het Snoopy-T-shirt dat ik in New York kocht. Vaak ben ik opgedoft voor een evenement, maar er zijn ook foto’s waarop ik aan het huilen ben.
‘Voor mij is het een heel persoonlijk en belangrijk project. Maar de key to it all is het hebben van een hobby, van een artistieke expressie. Ik hou ook van de spanning tijdens het wachten op zo’n rolletje dat wordt ontwikkeld.’
‘Laatst ben ik naar een film geweest en ik ben helemaal in de vibe blijven hangen: Parthenope van Paolo Sorrentino. Het is een Italiaans-Franse coming-of-agefilm die eigenlijk alles heeft: hij is geil, verwarrend, opzwepend maar ook zeer dramatisch. Ik hou ervan als films groots en meeslepend zijn in het menselijke en alledaagse.
‘Het verhaal draait om een jonge vrouw, ze heet Parthenope, die opgroeit met twee knappe jongens om zich heen. De een is haar broer en de ander haar buurjongen, de onderlinge relaties tussen die drie zijn erg broeierig en onduidelijk. Ik heb zelfs de neiging om nog een keer naar de bioscoop te gaan, en dat doe ik eigenlijk nooit.’
‘Van mezelf ben ik vrij druk en chaotisch, dus ik wil dat er op de studio altijd een superchille vibe hangt. Khruangbin ontdekte ik toen ze een cover hadden gemaakt van Right, voor op een David Bowie tribute-album. Ik vind hun muziek zo fijn en dromerig en mellow, het geeft me een heel prettig gevoel.’
‘Ik leef heel harmonieus samen met al mijn kamerplanten. De philodendron die hier door de studio slingert heb ik ooit van straat gered. Het is toch uitzonderlijk dat zo’n enorme sliert bladeren uit één plant kan groeien?
‘Van mijn moeder heb ik een keer een stokjesplant gekregen, een ontzettend leuk ding. Mijn hele huis staat er inmiddels mee vol, het is een rimboe geworden. Heb ik de term stokjesplant misschien zelf verzonnen? O ja, hij heet potloodplant. Ik heb er ook veel stekjes van gemaakt, die ruil ik met mijn plantenvriendinnen of geef ik weg.
‘Ik heb ook een soort lange tongen, die kreeg ik 23 jaar geleden van een buurman in het antikraakpand waar ik toen woonde. Ongelooflijk toch, dat die al zo lang in mijn bezit zijn? Ik snap gewoon niet hoe het überhaupt mogelijk is.
‘Vroeger ben ik megavaak verhuisd, van kraakpand naar antikraakwoning, dan sliep ik weer even bij een vriend op de bank. Die planten zijn overal mee naartoe verhuisd, als een constante factor in mijn leven.’
5 juni 1977 Geboren in Zutphen.
1994-1997 Mbo-opleiding mode en kleding aan het Rijn IJssel College in Arnhem.
1997-2001 Fashion Design aan de AKI in Enschede (tegenwoordig ArtEZ).
2001-2003 Masteropleiding Fashion Institute Arnhem (tegenwoordig ArtEZ).
2000-2018 Brengt achttien modecollecties uit.
2016 Overzichtstentoonstelling I want it to be soft in Museum Arnhem.
2018 Wint het Cultuurfonds Mode Stipendium.
2018 Gaat verder als autonoom kunstenaar.
Tot 6 juli 2025 Solo-expositie An exercise in joy in Artzaanstad, Zaandam.
2026 Overzichtstentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe, Enschede.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant