Het Rode Kruis gaat voorlopig door met het bieden van voedselhulp in Nederland. Steeds meer hulpbehoevenden weten de noodhulporganisatie te vinden. Onder hen zijn veel ongedocumenteerden, mensen met hoge schulden en aan lager wal geraakte Oost-Europese arbeidsmigranten.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.
‘Wij kijken elk jaar of we ermee kunnen stoppen, maar dat kan niet zolang er in Nederland een groep is die voor voedsel nergens anders terechtkan’, zegt Roelie Bottema, coördinator van de Nederlandse voedselhulp van het Rode Kruis. In 2020 baarde het opzien dat een organisatie die vooral bekend is van noodhulp bij grote crisissen in het buitenland ook voedselhulp in Nederland ging verstrekken. Toen begon het Rode Kruis in Nederland met het uitdelen van voedselpakketten aan mensen die tijdens de coronapandemie tussen wal en schip vielen.
Al snel kwam daarvoor de wekelijkse boodschappenkaart ter waarde van 21,50 euro in de plaats, waarmee de ontvanger zelf zijn eigen producten kan uitkiezen in de supermarkt. Inmiddels verstrekt het Rode Kruis er wekelijks ruim vierduizend van, meer dan tweehonderdduizend per jaar.
Zo’n honderd contactpersonen in wijken en gemeenschappen bepalen voor het Rode Kruis wie de boodschappenkaarten het meest nodig hebben. Zij kunnen er dan maximaal een half jaar van gebruikmaken. ‘Wij controleren verder niet’, zegt Bottema. ‘Maar wij horen van onze contacten dat zij veel meer aanvragen krijgen voor deze kaarten dan wij kunnen verstrekken.’
Het signaal van het Rode Kruis is opvallend, omdat de reguliere voedselbanken hun klantenbestand juist zien teruglopen. Het aantal personen dat onder de armoedegrens leeft, neemt volgens de officiële cijfers af. Omdat de uitkeringen en de lonen zijn gestegen, komen meer Nederlanders beter rond en zijn ze de laatste jaren gemiddeld een kleiner deel van hun inkomen kwijt aan vaste lasten, bleek deze week uit onderzoek.
‘Aan de hand van onze waarnemingen kunnen wij niets cijfermatigs zeggen over de armoede in Nederland’, zegt Bottema. ‘Wij zien de groep mensen voor wie de reguliere regelingen niet toereikend of bereikbaar zijn.’ Het gaat bijvoorbeeld om illegale Brazilianen die jarenlang zwart woonhuizen schoonmaakten en nu op hogere leeftijd vanwege gezondheidsklachten niet meer zo hard kunnen werken. ‘Wij helpen mensen, ongeacht of ze een Nederlands paspoort hebben.’
Ook ziet Bottema mensen die, om maar niet dakloos te raken, veel meer aan huur betalen dan ze zich kunnen veroorloven. Daarnaast kloppen mensen met grote schulden aan, die te weinig geld hebben om de noodzakelijke boodschappen te doen. ‘En wij zien steeds meer kwetsbare Oost-Europeanen die hun baan en daarmee ook vaak hun huis zijn kwijtgeraakt’, zegt Bottema. ‘Zij mogen in Nederland zijn, maar komen voor veel reguliere hulp niet in aanmerking en ze hebben ook vaak geen flauw idee hoe de Nederlandse maatschappij in elkaar zit.’
Bottema heeft de indruk dat de armoede zich verdiept binnen de groep die buiten de boot valt in Nederland. ‘Mensen die niet over de juiste papieren beschikken, hebben het gevoel dat de maatschappij vijandiger jegens hen wordt, en dat maakt ze angstiger.’
Daarbij is de hulp van het Rode Kruis de afgelopen jaren ook bekender geworden. De drempel voor die voedselbank is hoger, omdat die wel om gegevens van hun klanten vraagt, van bijvoorbeeld hun financiële situatie. Bovendien vinden veel mensen die krap zitten een boodschappenkaart aantrekkelijker dan een voedselpakket, omdat je met die kaart zelf de gewenste producten kunt aanschaffen in de supermarkt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant