Home

Vrijwel alles wat de nazi’s wilden werd kritiekloos uitgevoerd door bestuur Amsterdam, blijkt uit onderzoek

Bestuurders en ambtenaren in Amsterdam schoten fundamenteel tekort tijdens de Duitse bezetting. Dat blijkt uit een woensdag verschenen Niod-onderzoek naar de rol van de gemeente bij de Jodenvervolging die driekwart van de Amsterdamse Joden het leven kostte.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

De voorbeelden die Niod-historicus Jeroen Kemperman (56) de afgelopen vijf jaar tegenkwam waren niet alleen schrijnend, soms zelfs surrealistisch. Zoals het verhaal van Cornelia Jacobs-Schotel, een ernstig zieke vrouw die samen met haar Joodse echtgenoot in 1942 de dupe werd van de slechtste kant van de Amsterdamse bureaucratie.

Cornelia leed aan multiple sclerose (MS) en woonde al jaren in het gemeentelijk verzorgingshuis. Haar echtgenoot Eliazer Jacobs kwam twee keer per week op bezoek. Totdat een oplettende hoofdverpleegster zich in maart 1942 afvroeg of dit wel kon: Joden mochten van de nazi’s niet meer in het verzorgingshuis komen. Dus waarom zou Eliazer zijn bedlegerige niet-Joodse vrouw nog mogen bezoeken?

De simpelste en meest menselijke oplossing was geweest om een oogje dicht te knijpen, stelt Kemperman, die op verzoek van de gemeente onderzocht wat de rol van Amsterdam is geweest bij de Jodenvervolging, waarbij zestigduizend Joodse Amsterdammers door de nazi’s werden vermoord.

Wat vooral opvalt, is het beeld van een gemeente die kritiekloos deed wat de bezetter beval. ‘Veel gemeentelijke instanties waren buitengewoon huiverig om op eigen gezag een beslissing te nemen die ook maar iets afweek van wat de nazi’s wilden’, aldus Kemperman, die woensdag aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op zijn onderzoek Een kwestie van uitvoering: De gemeente Amsterdam onder Duitse bezetting.

Hoogste niveau

Zoals ook in het geval van Cornelia en Eliazer. Het verzorgingstehuis stuurde de kwestie door naar het hoogste niveau: de door de nazi’s aangestelde burgemeester Edward Voûte en twee pro-Duitse wethouders bogen zich er vier maanden over. Al die tijd mocht Eliazer zijn ernstig zieke echtgenoot niet zien.

In augustus 1942, na smeekbedes en heel wat heen-en-weer-geschuif tussen verschillende instanties, werd alsnog een uitzondering voor hem gemaakt. Maar veel heeft het echtpaar daar niet aan gehad: een maand later werd Eliazer gedeporteerd, en vrijwel meteen na aankomst werd hij vermoord in Auschwitz.

‘Zo zijn er veel schrijnende verhalen. Een invalide Joodse vrouw die niet meer van de tram gebruik mocht maken om naar de dokter te gaan. Of de brute wijze waarop Joodse ouden van dagen door foute Nederlandse politieagenten uit hun ziekbed zijn gejaagd en over straat gesleept’, zegt Kemperman.

Voor Een kwestie van uitvoering onderzocht Kemperman onder meer hoe Joodse Amsterdammers door het bevolkingsregister werden geregistreerd, door het Bureau voor Sociale Zaken naar werkkampen werden gestuurd en hoe zij door de gemeentepolitie, het trambedrijf en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst naar de deportatiecentra en -treinen werden vervoerd.

Waarom stapten ambtenaren en bestuurders zo makkelijk over morele dilemma’s?

‘Een deel was pro-Duits, maar dat geldt niet voor iedereen. Het precieze web van hun motieven is achteraf moeilijk te ontwarren. Maar mijn beeld is dat de houding van ‘gewone’ Amsterdamse ambtenaren vooral bepaald werd door de vrees voor Duits geweld en het besef van de eigen machteloosheid. Ze voelden zich geïntimideerd.’

Sterker nog, stelt de historicus: ‘Misschien kan zelfs gesteld worden dat gemeentebestuurders zich hebben laten intimideren.’ De oorlogsgeneratie bestuurders schoot fundamenteel tekort, concludeert hij dan ook. ‘Al is het wel de vraag of een andere groep bestuurders het heel anders zou hebben aangepakt.’

Zo verkeerde het Amsterdamse stadsbestuur in 1940, toen de nazi’s binnenvielen, in grote onzekerheid. Achteraf gezien leken ze zelfs naïef, omdat ze aanvankelijk dachten dat de Duitsers de Amsterdamse Joden ongemoeid zouden laten. ‘Aan het begin van de bezetting lijkt het stadsbestuur enige hoop te hebben geput uit de woorden van de lokale Duitse militaire commandant. ‘Wenn die Juden uns nicht sehen wollen, werden wir die Juden nicht sehen’, zou hij vlak voor inname van de stad hebben gezegd.’

Na de Februaristaking in 1941 stelden de Duitsers een nieuwe burgemeester aan. Welke rol speelde deze pro-Duitse Edward Voûte?

‘De oudgedienden binnen de gemeente vonden hem een merkwaardige man. Voûte presenteerde zichzelf als iemand die zowel pro-Duits, als pro-Amsterdams was. Hij heeft de bezetter niet op alle terreinen slaafs gehoorzaamd, maar het allesoverheersende element van zijn burgemeesterschap blijft het feit dat onder zijn bewind, zonder protest, de rechten van Joodse Amsterdammers zijn ontnomen en dat ze massaal zijn gedeporteerd.’

In hoeverre was er verzet?

‘Openlijk in verzet komen was heel moeilijk, omdat er dan sancties zouden volgen. Dus voor zover er vanuit de gemeente verzet is gepleegd, gebeurde dat heimelijk en vooral op individuele basis. De omvang is niet vast te stellen, en naar het schijnt gebeurde het vooral op de wat lagere niveaus.’

Uit eerder onderzoek is gebleken dat de overlevingskans van Joden in Amsterdam lager lag dan in andere gemeenten. Had het iets uitgemaakt als meer directeuren en ambtenaren in verzet waren gekomen?

‘Dat is speculeren. Maar het is in elk geval duidelijk dat niet alle mogelijke vormen van verzet zijn uitgeprobeerd. Het was voor Joden bijvoorbeeld heel moeilijk om buiten het administratieve net van de nazi’s te blijven, omdat hun gegevens heel secuur geregistreerd waren.

‘Gemeenteambtenaren hadden een poging kunnen doen om zelf het bevolkingsregister te vernietigen zodat de nazi’s daar geen gebruik van konden maken. Maar het was uiteindelijk het verzet dat in maart 1943 een aanslag op dat register heeft gepleegd.’

Wat heeft u het meest verbaasd tijdens het onderzoek?

‘Dat een aantal belangrijke gemeentelijke beslissingen over het meewerken aan anti-Joodse maatregelen op een lager niveau lijken te zijn genomen, bijvoorbeeld het besluit van het trambedrijf om mee te werken aan de deportatie van Joden. Dat betekent dat dergelijke besluiten niet alleen door de pro-Duitse burgemeester en wethouders zijn genomen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next