is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.
Het kan weinigen zijn ontgaan dat Nederland een museum rijker is. Vorige week opende Fenix, het ‘kunstmuseum over migratie’. De receptie was zowel ‘in superlatieven’ als kritisch. En die ambivalentie ervoer ik ook toen ik het vorige week bezocht.
Want ik denk in superlatieven als kunstminnaar, socioloog en Rotterdammer over dit museum. Zo’n museum past in Rotterdam, stad van aankomst en vertrek, en doet recht aan de migratiegeschiedenis die Rotterdam kenmerkt. Een geschiedenis die doorgaans ofwel toeristisch wordt vercommercialiseerd (Hotel New York, SS Rotterdam), ofwel politiek wordt geproblematiseerd.
Bovendien is migratie een door en door relationeel fenomeen, van mensen als sociale wezens. Zodoende word ik blij van een nieuw sociologisch museum met zeggingskracht tot ver buiten Rotterdam.
Het idee is niet nieuw: er zijn meer migratiemusea in de wereld, zoals in Antwerpen, Hamburg, Brussel, Gdynia en uiteraard Ellis Island in New York, dat ik met evenzoveel interesse heb bezocht. Maar anders dan de andere pendanten is Fenix geen cultuurhistorisch museum dat de stille getuigen van die Rotterdamse migratiegeschiedenis zichtbaar maakt.
Fenix kiest voor een artistieke benadering, waarbij migratie losjes over de verschillende objecten is gedrapeerd. Of zoals recensent Anna van Leeuwen het stelde: ‘Het is moeilijk om niet te denken: in welke wereldstad ben ik ook alweer, is dit Londen, Parijs, New York? En welke kunstbeurs of biënnale is hier opgetuigd? Dat besef is overrompelend, ongelooflijk.’
Het gevoel dat deze tentoonstelling ook in een andere wereldstad had kunnen staan, wordt gebracht als loftuiting. Maar die universaliteit is ergens ook een gemiste kans, of zoals NRC terecht stelt: ‘Wie migratie universeel wil aanpakken, maakt geen keuzes.’
Het museum herbergt nu namelijk twee hartkamers die niet even hard kloppen: enerzijds een cultuurhistorische en anderzijds een artistieke boezem.
Het huidige museum is geheel anders dan het landverhuizersmuseum dat Wim Pijbes in 2018 bij DWDD aankondigde als ‘de andere kant van Ellis Island’. Dat in die tussentijd de focus is verschoven geeft directeur Anne Kremers toe: ‘Pas een jaar geleden is besloten Fenix een ‘kunstmuseum’ te noemen’, zei ze in NRC.
Die keuze voor een kunstmuseum lijkt een vlucht naar voren, waardoor het cultuurhistorische perspectief er wat bekaaid vanaf komt. Er is duidelijk gekozen voor een artistiek gedistantieerde benadering in een soort permanente biënnale expositie, met migratie als universeel en tijdloos thema.
De reden dat Rotterdamse BM’ers (bekende migranten, waar scholen, bruggen en pleinen naar zijn vernoemd) als Pierre Bayle, Desiderius Erasmus, Kees van Dongen en Willem de Kooning een plek hebben in deze collectie is louter vanuit artistieke overwegingen te begrijpen. Want als dat werk iets moet zeggen over Rotterdamse migratie, dan is die zeggingskracht niet bijster groot. Het doet zelfs wat onverschillig aan.
De Chinese architect Ma Yansong stelde over het museum: ‘It’s all about movement.’ Maar als migratie wordt gereduceerd tot beweging, dan is migratie alles. En als iets alles is, is het ook vrijwel niets.
Volgens mij dien je – juist op deze plek – de suggestie te vermijden dat migratie als excuus is gebruikt voor een kunstmuseum. Dus liep ik weg met enige ambivalentie. Want door die verschillende hartkamers is het geheel kloppend, maar klopt het geheel nog niet.
Directeur Anne Kremers stelde in hetzelfde interview met NRC: ‘Wij geven geen antwoorden, we gaan vragen stellen.’ Maar de belangrijkste vraag die na mijn bezoek aan me knaagt is of Fenix nu wel de juiste vragen stelt, en misschien wel te veel vraagt van zijn bezoekers. Het is zoals Trouw stelt ‘indrukwekkend, maar vluchtig, veelzijdig en veel.’ Er ‘liggen nog veel kansen voor dit museum’, aldus de krant.
Daar sluit ik me bij aan. Ik gaf namelijk eerder toe ‘migratiemoe’ te zijn, en ben dat nog steeds. Maar ondanks dat we iets moeten doen aan onze migratiefixatie, is het mooi dat migratie een prominente plek krijgt in het Rotterdamse zelfbeeld en wellicht in de verbeelding van Nederland als migratiesamenleving. Ik ben oprecht blij dat er nu eindelijk een Nederlands museum bestaat dat daar een kloppende bijdrage aan gaat leveren. Ik voorzie dus vooral kansen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant