De Palestijnse president Mahmoud Abbas reist woensdag naar Beiroet. Vermoedelijk gaat hij Libanon groen licht geven voor het ontwapenen van militante Palestijnse facties in het land, zoals Hamas. Zowel de Libanese regering als Abbas zelf zouden dan een beetje macht terugkrijgen.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit vluchtelingenkamp Bourj al-Barajneh in Beiroet.
Er zijn staatsbezoeken die geruisloos voorbijgaan. Er worden handen geschud en rode lopers bewandeld, terwijl de rest van de wereld verveeld de andere kant op kijkt. Bij andere bezoeken is er opwinding en rumoer. Tot die categorie behoorde het eerste bezoek van de Palestijnse president Mahmoud Abbas, twee decennia terug, aan de Libanese hoofdstad Beiroet.
Onder de inwoners van het Palestijnse vluchtelingenkamp Bourj al-Barajneh gonsde het destijds van de verwachtingen. ‘We hadden van ons eigen geld vlaggetjes gekocht’, zegt de 65-jarige kettingroker Abu Hossam. ‘Met z’n allen stonden we bij de hoofdweg vanaf het vliegveld.’ Wat er toen gebeurde, kan iedereen in het kamp nog navertellen. De president nam een andere route, en omzeilde – gewild of ongewild – zijn landgenoten. Weg fotomoment. De kampbewoners dropen teleurgesteld af.
Woensdag komt de 89-jarige Abbas opnieuw naar Libanon, waar 220 duizend Palestijnen wonen. En hoewel de toeloop dit keer minimaal zal zijn, gaat het om een cruciaal bezoek. Bovenaan de agenda staat een voornemen dat jarenlang onbespreekbaar was: de ontwapening van militante Palestijnse facties zoals Hamas, Islamitische Jihad en een reeks kleinere bewegingen. Decennialang konden ze in Libanon schuilen onder de paraplu van het bevriende Hezbollah, maar die alliantie ligt in duigen sinds Hezbollah’s nederlaag in de meest recente oorlog met Israël.
Feitelijk gaat het om een gedeeld Libanees-Palestijnse wens. Voor Abbas is het een buitenkansje om de macht van zijn eigen partij, Fatah, uit te breiden ten koste van de concurrenten. Abbas’ Libanese collega, oud-legerleider Joseph Aoun, belooft op zijn beurt dat de staat een monopolie gaat afdwingen op zware wapens (raketten, artillerie). In die wens weet de Libanese regering zich gesteund door Amerika, Saoedi-Arabië en – op de achtergrond – Israël, landen die in het ‘nieuwe’, naoorlogse Libanon grote invloed uitoefenen. Andersom is de invloed van Hezbollah’s steunpilaar Iran teruggedrongen.
Hezbollah ontwapenen wordt zonder twijfel een zware dobber. De Palestijnse facties zijn daarentegen beduidend kleiner, en moeten een lakmoesproef worden. Kan zo’n ontwapening in goede banen worden geleid?
In Bourj al-Barajneh zeggen veel inwoners voor ‘regulering’ te zijn. Vertaling: de raketten weg, de handwapens gedeeltelijk. Verbazingwekkend is die houding niet. Anders dan het beruchte Ain al-Hilwe (Zuid-Libanon), staat Bourj al-Barajneh bekend als een kamp zonder zware wapens. Hamas heeft er een kantoor, het Fatah van president Abbas ook.
Het woord ‘kamp’ is overigens misleidend: driekwart eeuw na de verdrijving (1947-’48) van honderdduizenden Palestijnen uit het latere Israël zijn de kampementen veranderd in propvolle krottenwijken, opgetrokken uit ruwbouw, beton en vervlogen dromen. Bij gebrek aan vergunningen om elders te bouwen, stapelt iedere generatie zijn huizen bovenop die van de vorige.
In een koffiehuis rookt de 49-jarige Fadi Ahmad zijn eerste sigaretten van de dag, terwijl de ochtendzon door de kiertjes van het kamp kruipt. Het inleveren van de wapens vindt hij een rampzalig idee, zozeer dat hij zijn toevlucht neemt tot politieke spierballentaal. ‘We hebben wapens nodig om ons land terug te veroveren. Hoe kan een valk jagen zonder zijn klauwen?’
Onzin, vinden anderen. ‘Gast, vertel me dan, wat hebben die wapens ons opgeleverd?’, moppert vuilnisman Ahmad al-Khatib (42), gekleed in een shirt met een foto van rapper Snoop Dogg. Zoals bij meer Palestijnen heeft zijn aanvankelijke opwinding over 7 oktober, de dag van de terreuraanval van Hamas, plaatsgemaakt voor boosheid en frustratie, zeker nu Israëls genocidale tegenreactie heeft geleid tot meer dan 53 duizend doden.
De vuilnisman verwijst naar de islamitische profeet Mohammed die in 628 een verdrag sloot met de machthebbers in Mekka. Veertien eeuwen later lijkt ook de Hamas-leiding in Libanon aan te voelen dat de tijd rijp is voor een deal. Iedere raketaanval vanaf Libanees grondgebied (de laatste was in maart) wordt door Israël met een tweemaal zo harde reactie beantwoord. Bovendien, zo zei een Hamas-bron tegen dagblad Al-Joumhouria, ‘we hebben geen vijanden in Libanon.’
Het was een opvallende uitspraak. Met name Palestijnen die zich de burgeroorlog (1975-1990) herinneren, kijken vol wantrouwen naar de rechts-christelijke politieke partijen in Libanon, zeer xenofoob in hun opvattingen. In 1982 richtten zij in nauwe samenwerking met het Israëlische leger een slachting aan in twee kampen. ‘We zijn bang voor die groepen’, zegt de 62-jarige Sana (‘geen achternaam’), uitbater van een kruidenierszaak. ‘Ze hebben dit kamp ook beschoten.’
Sommigen vragen daarom om veiligheidsgaranties. Ze vinden het prima als Libanese soldaten de wapens innemen, mits ze daarna opdraaien voor de veiligheid van Palestijnen. Een andere uitruil van belangen is ook denkbaar. Het grootste probleem in de kampen is de totale uitzichtloosheid: Palestijnen zijn tweederangsburgers, en hebben nauwelijks toegang tot de arbeidsmarkt. Inwoners hebben het over een ‘epidemie’ van drugsgebruik en over drugsdealers die de boel met hun straatoorlogen terroriseren.
Analist Mohanad Hage Ali, verbonden aan denktank Carnegie Middle East Center, denkt dat Abbas de Libanese president zal vragen om meer sociale rechten, in ruil voor ontwapening. ‘Naturalisatie van Palestijnen is een brug te ver, daar is aan beide kanten geen draagvlak voor. Maar hij zal vragen om hun leven draaglijker te maken, bijvoorbeeld door hen toe te staan als ingenieur te werken, of arts.’ Het hele proces, is de verwachting, kan maanden, zo niet jaren duren. Abbas zal alles op alles moeten zetten om de verschillende facties aan boord te krijgen én houden.
Aan het eind van de middag klimt ambulancemedewerker Yasser al-Habet (37) naar een dak dat uitzicht biedt op het kamp. Tijdens de recente oorlog met Israël kon hij hier de bommen zien vallen, waarna hij werd opgeroepen om lichamen te bergen. Naar die tijd wil hij niet terug. ‘Uiteindelijk’, zegt hij ‘zijn we hier in Libanon te gast.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant