De ouders van bijna 30 duizend kinderen hebben een pact ondertekend om hun kind pas vanaf 14 jaar een smartphone te geven. Samen vormen zij een netwerk dat inmiddels meer dan de helft van de grofweg 6.500 basisscholen in Nederland beslaat.
Het succes van het ouderpact, een initiatief van de vorig jaar opgerichte beweging Smartphonevrij Opgroeien (SVO), komt op een cruciaal moment voor de politiek. Volgende week woensdag is er in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek ‘jongeren en sociale media’ van de vaste commissie voor Digitale Zaken. Daarin zullen organisaties en bedrijven hun visie geven op het sociale-mediagebruik van jongeren. Onder meer het Trimbos Instituut, Meta (moederbedrijf van Facebook en Instagram), het Nederlands Jeugdinstituut en SVO krijgen spreektijd.
Ook is er een richtlijn van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de maak die ouders voorschrijft hoeveel schermtijd gezond is en vanaf welke leeftijd een smartphone wenselijk is. Tot dusver vond de overheid dit een opvoedkwestie. Het ministerie hoopt de richtlijn, waarover nog druk wordt overlegd, nog voor de zomer te publiceren.
De initiatiefnemers van SVO willen met het pact voor ouders het belangrijkste obstakel wegnemen om de smartphone uit te stellen: groepsdruk. Met andere woorden: kinderen die inbrengen tegen hun ouders dat iedereen al een smartphone heeft en zij zo sociale interactie mislopen. In navolging van vergelijkbare bewegingen wereldwijd stelt SVO dat ouders op lokale schaal afspraken moeten maken om dit fenomeen te bestrijden.
‘Als 25 procent van de klas, zo’n zes à zeven leerlingen, het gebruik van een smartphone uitstelt, verdwijnt de sociale druk’, zegt medeoprichter en journalist Merel Uildriks. ‘Dat is een bekend kantelpunt om een norm te veranderen, blijkt uit sociaalwetenschappelijk onderzoek.’
De leeftijd waarop kinderen een mobiele telefoon krijgen, is de laatste jaren steeds verder gezakt. In 2010 had de helft van de 10-jarigen in Nederland een mobieltje. Uit recenter onderzoek blijkt dat 87 procent van de 9- en 10-jarigen al een smartphone gebruikt.
Jongeren besteden gemiddeld zo’n 6 uur per dag op hun telefoon, waarvan 80 procent opgaat aan sociale media, blijkt uit onderzoeken die SVO aanhaalt. De organisatie wijst op een aantal fysieke problemen waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat de smartphone een negatief effect heeft bij kinderen: obesitas, slaapproblemen en bijziendheid.
Uit de groeiende berg aan onderzoek over de relatie tussen mentale gezondheid en smartphones komt een gemengd beeld naar voren, waarbij niet altijd een causaal verband wordt vastgesteld. SVO wijst onder meer op een recente studie van de Universiteit van Amsterdam, waaruit blijkt dat bijna 60 procent van de onderzochte jongeren negatieve gevolgen ondervindt van sociale media op het welbevinden.
Alles overziend zegt SVO dat het ‘tijd is voor een ondergrens’: 14 jaar voor een smartphone en 16 jaar voor sociale media. Platforms als Facebook, Instagram, Snapchat en TikTok hanteren nu al een leeftijdgrens van 13 jaar, maar die wordt zo goed als niet gehandhaafd.
In maart heeft een Kamermeerderheid ingestemd met een motie van D66 die de regering verzoekt leeftijdsgrenzen vast te stellen voor sociale media. Staatssecretaris Vincent Karremans (Jeugd, Preventie, Sport, VVD) staat daar positief tegenover. Hij denkt in eerste instantie aan een dringend advies voor ouders.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant