Sinds Microsoft het e-mailaccount van Karim Khan, hoofdaanklager bij het Internationaal Strafhof (ICC), blokkeerde, laat het zich niet langer ontkennen: de Amerikaanse president Donald Trump is bereid en in staat om grote techbedrijven te gebruiken voor zijn buitenlandse politieke agenda.
Omdat de VS ontstemd zijn over het arrestatiebevel tegen onder meer de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, wordt het ICC geboycot en mag Khan geen gebruik meer maken van de diensten van het Amerikaanse bedrijf.
Het drukt elke Europeaan nog eens met de neus op de feiten: wie al zijn belangrijke informatie bij de Amerikaanse techgiganten onderbrengt, is kwetsbaar – kwetsbaar voor spionage, kwetsbaar voor blokkades en kwetsbaar voor sancties. De Tweede Kamer heeft het kabinet om die reden al verzocht te stoppen met het overplaatsen van Nederlandse databestanden naar Amerikaanse servers. Veel overheidsdiensten zoeken naar Europese alternatieven.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Het is goed te realiseren dat dit niet makkelijk is. De technologische voorsprong van de Amerikaanse techbedrijven kan worden ingehaald, maar de economische macht van deze bedrijven laat zich veel moeilijker doorbreken. Er hangt een fijnmazig neuraal netwerk om hun platformen. Wie overgaat naar een ander platform, moet al die verbindingen losknippen en voor elke verbinding een Europees alternatief zoeken – een sisyfusklus.
Er liggen een aantal vijanden op de loer. In de eerste plaats onwetendheid. Het is weinig mensen gegeven om de infrastructuur van big tech te doorgronden en na te denken over goede alternatieven en manieren waarop meer Europese concurrentie kan worden gestimuleerd.
In de tweede plaats gemakzucht. De producten van de Amerikaanse techbedrijven zijn zeer klantvriendelijk en verleidelijk. Het overstappen naar andere aanbieders vergt een niet geringe inspanning, vele malen groter dan de inspanning die nodig is om naar een andere bank over te stappen, wat voor de meeste consumenten al te veel gevraagd is.
De derde vijand is zuinigheid. Door hun enorme schaal zijn de producten van de Amerikaanse techbedrijven spotgoedkoop. Een Europees alternatief zal op korte termijn naar alle waarschijnlijkheid duurder worden.
Het is verleidelijk om te denken dat het allemaal zal meevallen en gewoon weer op de oude voet kan worden doorgegaan. Dat is niet alleen gevaarlijk, maar vooral ook onverstandig. Voor de toekomst van de EU is het van cruciaal belang dat Europa een volwassen techsector opbouwt.
In de afgelopen decennia trokken veel techondernemers naar de VS omdat daar veel meer durfkapitaal voorhanden is en dus veel meer groeimogelijkheden zijn. Het is hoog tijd die trend te keren. Dat de Europese Investeringsbank deze week bekendmaakte 70 miljard euro te willen steken in de techsector, is een goede eerste stap.
Het is niet voldoende om alleen op private initiatieven te vertrouwen. Het zou goed zijn als de overheid een alomvattend plan maakt om de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven te verkleinen. Vervolgens zouden overheidsorganisaties, om te beginnen, hun eigen dataopslag kunnen organiseren, liefst in samenwerking zodat de kosten laag blijven.
Van individuen kan bijna niet worden verwacht dat ze al hun relaties met de Amerikaanse bigtechbedrijven beëindigen. Maar overheidsorganisaties kunnen wel het goede voorbeeld geven, en zo een belangrijke opdrachtgever worden voor de Europese techindustrie.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant