VVD-boegbeeld Hans Wiegel (1941-2025) was al lang vertrokken uit de Haagse politiek, maar écht weg was hij daar nooit. Achteraf noemde Wiegel zichzelf "de beste premier die Nederland nooit heeft gehad".
Wiegel hield van theater. Hij hield ervan zichzelf te presenteren en stevig neer te zetten. In een aflevering van documentaireserie Hoge Bomen over Wiegel uit 2005 dacht jeugdvriend Pieter van Veen hardop na over de vraag wat Wiegel dreef. Het was volgens Van Veen niet zozeer de macht die Wiegel aantrok, maar het "iets kunnen brengen, het politieke spel".
De VVD'er was dan wel sinds 1982 vertrokken uit de Tweede Kamer, maar het politieke spel liet hem niet los. Wiegel werd ook wel het 'orakel van Ljouwert' genoemd omdat hij geregeld met, vaak ongevraagd, advies kwam. Vooral zijn opvolgers bij de VVD moesten het ontgelden.
De vraag of hij ooit wilde terugkeren naar Den Haag liet Wiegel lang in de lucht hangen. Meermaals liet hij mensen geloven terug te komen. In 2002 zou Pim Fortuyn hem zelfs nog als premierskandidaat hebben gewild. Maar echt terugkeren deed Wiegel nooit.
Wiegel werd op 16 juli 1941 geboren in Amsterdam als zoon van een meubelmaker en een huisvrouw. Hij beschreef zichzelf in een portret in HP/De Tijd als "een perfecte mix van alle vier mijn grootouders". "Mijn ene grootvader hield van uiterlijk vertoon, mijn andere grootvader was verlegen. Mijn ene grootmoeder was gezellig en geestig, mijn andere grootmoeder gesloten en hard voor zichzelf."
In 1953 verhuisde het gezin naar het Gooi, waar Wiegel als Amsterdammer in eerste instantie uit de toon viel. Zijn Amsterdamse accent en verlegenheid hielpen niet mee. Maar Wiegel was ook iemand met goede sociale vaardigheden, en uiteindelijk wist hij zijn weg te vinden.
Dat bracht hem in zijn studententijd bij de VVD. Wiegel werd lid van de jongerenafdeling JOVD, waar hij al snel werd opgemerkt. In 1967 kwam hij op 25-jarige leeftijd in de Tweede Kamer, op dat moment het jongste Kamerlid ooit.
Wiegel klom snel op. In 1971 werd hij op zijn dertigste fractievoorzitter. Een jaar later prijkte de naam van Wiegel bovenaan de VVD-lijst bij de verkiezingen.
Dat legde de partij zeker geen windeieren. In de verkiezingen van 1971 klom de VVD van 16 naar 22 zetels. In 1977 groeide de partij nog verder, naar 26 zetels.
In de Kamer viel Wiegel op vanwege zijn scherpe debattechniek. Vooral het kabinet-Den Uyl, waar de VVD tussen 1972 en 1977 oppositie tegen voerde, kreeg het zwaar te verduren. Ook de media wist Wiegel goed te vinden en te bespelen. Maar bovenal ging de VVD zich onder zijn leiding zien als een volkspartij.
Wiegel vond het namelijk belangrijk om te weten wat er écht speelde onder de mensen. Hij bracht dat mee naar de Kamer. Een spreekbuis van het volk, zo zag hij zichzelf, een houding die latere populisten ook graag aannamen.
In 1977 ging de VVD weer meeregeren. Na een diner in het Haagse restaurant Le Bistroquet ontstond een samenwerking tussen VVD en CDA. Het beeld van CDA-leider Dries van Agt samen met Wiegel aan een tafel met daarop onder meer een fles wijn staat in het collectieve geheugen gegrift.
In dat kabinet werd Wiegel minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier. In die jaren was hij onder meer verantwoordelijk voor het opzetten van de Nationale ombudsman en de verplichting aan gemeenten om een gemeentelijk rampenbestrijdingsplan te maken.
Na zijn ministerschap werd Wiegel opnieuw fractievoorzitter van de VVD, maar in 1982 verliet hij de Tweede Kamer om commissaris van de Koningin te worden in de provincie Friesland. Die functie zou hij twaalf jaar lang bestieren. In 1995 keerde Wiegel terug naar Den Haag als lid van de Eerste Kamer.
Het zijn niet zozeer de successen op het gebied van beleid waar mensen bij Wiegel aan moeten denken. Het is vooral zijn gevatte houding tijdens debatten en oneliners waardoor mensen zich Wiegel herinneren.
Zo ging het kabinet-Den Uyl volgens Wiegel slecht om met geld. Tijdens een debatavond in 1972 met studenten in Groningen kwam Wiegel met de inmiddels legendarisch geworden uitspraak "Sinterklaas bestaat, daar zit-ie", daarbij verwijzend naar Den Uyl. In onderstaande video zie je hoe dat klonk.
Een politiek hoogtepunt beleefde Wiegel als lid van de Eerste Kamer. In de nacht van 18 op 19 mei 1999, die bekend is geworden als de 'Nacht van Wiegel', stemde hij als enige lid van zijn fractie tégen het wetsvoorstel voor een correctief referendum.
Wiegel kreeg het in zijn privéleven te verduren. Zijn eerste vrouw, Jacqueline, verongelukte in 1980. Wiegel hertrouwde met haar zus Marianne, maar in 2005 overleed ook zij door een verkeersongeval.
"Ik heb sommige mensen horen zeggen: joh, wat heeft die man een ellende meegemaakt in zijn leven. Dat is voor een deel waar, maar niet de waarheid", zei Wiegel in Hoge Bomen.
"De waarheid is dat ik heel gelukkig ben geweest en nog steeds ben." Vooral als hij verhalen hoort van hoe anderen met het gezin en elkaar omgaan, vond hij. "Dan tel ik mijn zegeningen."
Source: Nu.nl algemeen