Home

Dus Nederland, ik maak onze verkering niet uit. Je zal de hele relatie met mij moeten uitzitten. Succes

is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.

Je zou het inmiddels een intellectuele migrantenklassieker kunnen noemen: tweedegeneratiezoon of -dochter klimt op de sociale ladder, komt erachter dat de Grote Belofte – gesetteld zijn in een duidelijke, comfortabele identiteit, behorend tot de dominante groep – een deceptie is, wentelt zich in teleurstelling, en beëindigt vervolgens plechtig en openlijk zijn/haar verkering met de samenleving.

Ik kan erover meepraten, want ik deed het tien jaar geleden ook. ‘Ik ben Nederlander: ik krijg het niet meer uit mijn strot’, schreef ik destijds gekwetst in deze krant na weer een reeks racistische incidenten in het nieuws in combinatie met de lelijke conclusie dat ook een studie, een goede baan en voorbeeldig gedrag niet automatisch toegang geven tot gelijkwaardig burgerschap.

Je komt voor je gevoel maar niet aan de andere kant; het tot mythisch verheven beloofde land waar de mist ineens optrekt en je verlost bent van alle (geld)zorgen en vooroordelen.

Almaar zweven tussen knuffelallochtoon/middenklasse en verraad aan de oorspronkelijke klasse en etnische gemeenschap voelt dus soms vrij verneukeratief, over het algemeen is er niets overdreven aan deze ervaring. En daarover wordt ook al decennialang gedacht, geschreven en gesproken.

Een recent Nederlands voorbeeld in deze traditie is het essay Galmende geschiedenissen van schrijver en cultureel antropoloog Sinan Çankaya, waarin hij onder meer zijn ervaringen als buitenstaander beschrijft. In diverse interviews deed hij (naar aanleiding van de hel in Gaza door toedoen van Israël en Hamas en de apathische Europese houding) een aanklacht tegen de vermeende beschaving van de westerse wereld, die van Nederland in het bijzonder. Çankaya is in rouw nu hij afscheid heeft genomen van ‘een wereld van goede bedoelingen’ – ‘ik hoef jouw beschaving niet’ verklaarde hij in NRC en Het Parool.

Dat breken met een ideaal dat uiteindelijk een illusie bleek, voelt volgens Çankaya bevrijdend. Hij omringt zich nu met andere ontgoochelden en gedesillusioneerden ‘die rouwen omdat ze hun vertrouwen in westerse instituties definitief hebben verloren’. Kan ik ook over meepraten: voordat ik mijn woede destijds opschreef, heb ik lange tijd met een therapiegroepje van lotgenoten in de shishalounge, red-pilled en wel, weemoedig aan een waterpijp gelurkt.

In de dampen van onze safe space vonden we troost bij elkaar. Maar op den duur kreeg dat afhaken ook iets zelfgenoegzaams en bracht de moedeloosheid me in een staat van stagnatie. Want losmaken is groei, zou je denken. En dat is het ook, maar in de lange ontwikkelingslijn naar volwassenheid is losmaken slechts een etappe, niet de finish. Vergelijk het gerust met de puberteitsfase, waarin je tot het inzicht komt dat volwassenen niet onfeilbaar zijn, werkelijk denkt dat je het allemaal beter snapt, en vervolgens afstand neemt.

Maar wat is dan volwassenheid, of beter gezegd: volwassen burgerschap? Wel, dat probeer ik nog altijd uit te vogelen. Maar ik geloof dat het begint met de vraag: wat komt er na het aanklagen en rouwen?

In Frankrijk komt dat gesprek al langzaam van de grond. Daar pleit Houria Bouteldja, een Frans-Algerijnse activist en een van de meest ontregelende stemmen van haar generatie, juist voor radicale toe-eigening van Frankrijk. Omdat een ‘thuisland’ een idee in ontwikkeling is, een continue gedachteoefening die je niet moet overlaten aan extreemrechts of apathische instituties. Bouteldja: ‘Frankrijk. Ons land. Het land waarin we leven, waarin we onze kinderen opvoeden, waar we min of meer aan gehecht zijn, waar we soms van kunnen houden, en dat we soms kunnen haten.’

Na jaren van een onvolkomen identiteitsontwikkeling door gebrek aan hechting, kies ik ervoor om Nederland op dezelfde manier te omarmen als Bouteldja: een thuisland met kwalijke elementen en elementen om van te houden en te beschermen. Dus zeg ik nu met overtuiging, ook voor de racisten achterin: ik ben een Nederlander, en ik ben onderdeel van deze samenleving.

Niet in de laatste plaats omdat ik daarin ook een taak heb voor mijn kinderen, die het beeldschone resultaat zijn van wat extreemrechtse lieden ‘homeopathische verdunning’ noemen. Want het voelt inmiddels onverantwoord om volgende generaties te demoraliseren door te blijven hangen in teleurstelling en blind te zijn voor alle mogelijkheden die nog voor ons liggen.

Dus Nederland: ik maak onze verkering niet uit. Liefde (in elke relatie) is ‘ondanks’, en niet (alleen) ‘omdat’. Je zal de hele relatie met mij moeten uitzitten. Succes.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next