Nu de Navo-top in Den Haag in zicht komt, doen EU-landen er goed aan zich te realiseren dat de voorgestelde financiering van Europese defensie onnodig en onverantwoord is. En dat dit probleem te verhelpen is door slechts één artikel uit het Verdrag van Maastricht te schrappen.
Of de komende Navo-top in Den Haag gaat slagen hangt af van de bereidheid om eerst een bijkomend, zeer fundamenteel probleem op te lossen. En dat is het Europese financiële bestel. De vraag is namelijk waar het geld vandaan moet komen dat voor de voorgestelde forse versterking van de Europese defensie nodig is.
In het Readiness-programma van de Europese Commissie gaat het eenmalig om 800 miljard euro, terwijl Navo-kringen ervoor pleiten de defensie-inspanning structureel te verhogen van de huidige 2 procent van het nationaal inkomen naar 5 procent. Dat moet dan worden opgebracht door enorme bezuinigingen op andere maatschappelijke terreinen.
Het Europese geharrewar daarover, ook in Nederland, doet vermoeden dat het moeilijk zal zijn om hiervoor draagvlak te vinden. De Belgische defensie-chef Vansina stelde daarom voor om de noodtoestand uit te roepen om toch snel wapens te kunnen kopen.
Over de auteurs
Klaas van Egmond is hoogleraar geowetenschappen (in het bijzonder milieukunde en duurzaamheid) aan de Universiteit Utrecht. Bert de Vries is werkzaam bij het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en als hoogleraar global chance and sustainability bij de Universiteit Utrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Als de slotverklaring van de komende Navo-top zo moeizaam tot stand gaat komen, zal dat militair en politiek het verkeerde signaal geven, met alle negatieve gevolgen van dien. Het is daarom zeer belangrijk dat de Europese leiders die in Den Haag bijeenkomen, zich realiseren dat de voorgestelde financiering onnodig en onverantwoord is.
We zitten in Europa namelijk met een achterhaald financieel bestel, waarin het de overheid ten onrechte is verboden om geld te scheppen, wat voor het functioneren van de economie nodig is. Omdat we een beheerste jaarlijkse prijsstijging willen van 2 procent (inflatie) en daarnaast de economie jaarlijks groeit (circa 1 procent) kan en moet er jaarlijks zo’n 3 procent nieuw geld in omloop worden gebracht.
In de neoliberale euforie is in het Verdrag van Maastricht van 1992 afgesproken dat niet de overheid, maar alleen private, commerciële banken dat geld ‘uit het niets’ mogen creëren. Als de overheid, afgezien van de belastingeninkomsten, meer geld nodig heeft voor maatschappelijke functies zoals infrastructuur, onderwijs en ook defensie, dan moet dat worden geleend van de ‘financiële markten’, waaronder de private banken die dat geld dan wel ‘uit het niets’ mogen creëren. Volgende generaties Europeanen betalen dan decennialang rente over dat geleende en gecreëerde geld aan de aandeelhouders van die banken.
Als omgekeerd de geldschepping overeenkomstig de opvattingen van zeer vele filosofen, politici en economen, voorbehouden zou blijven aan de overheid, dan zou die jaarlijks dus 3 procent van het bruto binnenlands product meer kunnen uitgeven. Dat is precies het extra geld dat nu wordt gevraagd voor de structurele versterking van de Europese defensie.
De politici die elkaar op de Navo-top in Den Haag treffen, kunnen het beginselbesluit nemen om het Verdrag van Maastricht te herzien, eenvoudigweg door een enkel artikel te schrappen. Omdat het voor alle Europese regeringen structureel forse financiële verlichting zou geven, kan het vinden van het benodigde draagvlak voor het in gang zetten van een verdragswijziging niet moeilijk zijn. Het zou Europa de slagkracht geven die zij op dit cruciale moment in haar geschiedenis nodig heeft.
Door een dergelijke aanpassing zouden nog meer ernstige ontwerpfouten in het financiële bestel gecorrigeerd kunnen worden. Doordat private banken het geld scheppen op het verkeerde moment, namelijk als de economie toch al aantrekt (en omgekeerd), is het bestel van nature instabiel en voortdurend op weg naar een volgende crisis. In 2008 kwamen de enorme private verliezen van de vorige crisis voor rekening van de publieke belastingbetaler.
Het is ironisch dat in de daarop volgende periode van economische stagnatie en publieke bezuinigingen, Nederland onder andere zijn arsenaal tanks van de hand heeft moeten doen. De publieke onvrede heeft zich in Europa direct na 2008 vertaald in een politieke verschuiving naar radicaal-populistisch rechts.
Wanneer het geld niet meer wordt gecreëerd vanuit private, commerciële motieven, maar vanuit het publieke belang, dan neemt de stabiliteit van het bestel wezenlijk toe. De kans op een volgende financiële crisis neemt dan sterk af. In de huidige situatie, waarin Europa er in vele opzichten nu alleen voor komt te staan, kunnen we ons een volgende financiële crisis niet meer veroorloven.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant