Home

Het Mahler Festival zit er weer op. Deze uitvoeringen en hoogtepunten maakten het onvergetelijk

Toporkesten van over de hele wereld kwamen naar Amsterdam om elf avonden lang alle symfonieën van Gustav Mahler te spelen, en de Volkskrant was erbij. Welke conclusies kunnen we trekken nu het langverwachte festival weer voorbij is?

is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.

Welke muziek hoor je in je hoofd nadat je in anderhalve week bent blootgesteld aan alle symfonieën van Gustav Mahler? Toch die Achtste, het Veni Creator Spiritus uit die symfonie die eigenlijk symfonische cantate is. 420 musici deden er vrijdag en zondag aan mee: drie koren, twee kinderkoren en het Concertgebouworkest.

Acht vocale solisten, mandolines, celesta, piano, harmonium, extra koper, slagwerk, en o ja, het grote orgel: het stuk is een middelvinger naar de bezuinigingsdrift, een kopstoot tegen de efficiëntie. Uitvoeringen zijn schaars en per definitie onvergetelijk, maar een waar alles zo goed onder elkaar staat als deze onder Klaus Mäkelä, dat is pas echt zeldzaam.

De Mahler-trip is voorbij. Van 8 tot en met 18 mei vond het langverwachte Mahler Festival plaats. Het was de derde keer dat het Amsterdamse Concertgebouw een festival ter ere van de componist (1860-1911) van de grond kreeg. Geplande edities in 2020 en 2021 (in afgeslankte vorm) moesten wijken in verband met de pandemie.

Internationale toporkesten kwamen naar Amsterdam om elke avond een van Mahlers tien symfonieën uit te voeren. De Volkskrant was er alle dagen, de bevindingen zijn terug te lezen op het Mahlerblog op volkskrant.nl. Welke conclusies mogen we trekken?

Mahlermoeheid?

Muziekrecensenten mogen weleens mopperen dat er te veel Mahler wordt uitgevoerd. Komt er ergens een nieuwe chef-dirigent, dan wil hij of zij Mahler doen. Mahlermoeheid ligt op de loer. Maar als je in de gelegenheid komt zijn symfonieën allemaal op topniveau na elkaar te horen, kun je maar beter zorgen dat je erbij bent. Dan kan je de ontwikkeling volgen van een fantasierijke liederencomponist die het symfonisch apparaat uitspeelde en richting atonaliteit bewoog.

Het festival was ook een thermometermoment: hoe staan de beroemde internationale symfonieorkesten ervoor? En hoe groot zijn de verschillen tussen die uit Europa, Azië en Amerika?

Uit Japan kwam het NHK. Het orkest tekende voor de Derde en Vierde symfonieën. Het orkest werd eerder in de Volkskrant geprezen: in 2017 schreven we hoe dirigent Paavo Järvi het ‘naar de wereldtop’ smokkelde. Maar is het ook een Mahler-orkest?

Hier klonken de meeste kritische noten. Afgemeten, rechte solo’s waarin registerwisselingen, rauw- en speelsheid niet leken te mogen bestaan. De tutti’s: heel schoon. Het bleek niet in het voordeel van de Japanners dat Mahler ook om zoveel bitter vraagt. Aan de andere kant: je wil op zo’n festival verschillende opvattingen en klankculturen horen.

Drie maal vijf sterren

Het Boedapest Festival Orkest van Iván Fischer zat hoorbaar dichter bij de bron. Wat een weelde, al die dansante fraseringen en accenten, al die Centraal-Europese kleurschakeringen. We wisten dat het een heel goed orkest was, maar deze club behoort dus echt tot de elite, tussen aloude orkestmerken zoals het Concertgebouworkest, de Berliner Philharmoniker en het Chicago Symphony Orchestra.

Drie keer deelden we vijf sterren uit, aan die Tweede symfonie door het Boedapest Festival Orkest, aan de Negende door de Berliner en hun chef Kirill Petrenko, én aan de Zesde door ‘Chicago’, geleid door Jaap van Zweden. Recensent Jenny Camilleri hoorde de beroemde blakende koperblazers, warmbloedige strijkers en een overrompelend klankspektakel in het slot.

Allicht lag het militaristische karakter van de Zesde het orkest beter dan het zoekende van de Zevende: recensent Guido van Oorschot hoorde een knap gespeelde Mahler-met-sixpack, maar miste de schemer.

Indruk voor er een noot is gespeeld

Het aantal musici in de Achtste maakt al indruk voor er een noot is gespeeld. Maar zie je afbeeldingen van uitvoeringen van vroeger, dan valt direct op dat de koren steeds een beetje kleiner zijn geworden. Nu ook weer: je ziet net te veel rode stoelbekleding. Je hoeft echter maar een paar maten te horen om te concluderen dat het niveau van die koren wel omhoog geschoten is. Het Groot Omroepkoor, Laurens Symfonisch en Le Chœur de l’Orchestre de Paris zijn wendbaar en precies.

Klaus Mäkelä leek erop gebrand de zangers niet meteen al hun kruit te laten verschieten, om reliëf aan te brengen tussen keihard en ongelooflijk hard. Daardoor was het, gezeten op het frontbalkon, ook weer niet alsof er met het Veni Creator een muur op je af kwam. Het was nog een fractie te gecontroleerd, althans, op vrijdag. Het mag nóg uitbundiger. Maar je moet het beest eerst temmen voor je ermee kunt spelen.

De sfeer was er pas echt in het Vondelpark

Hoe was de festivalsfeer? Gek genoeg was die er in het Concertgebouw zelf maar met mate. Ja, de opwinding: elke aanwezige is zich ervan bewust dat er iets bijzonders gebeurt. Maar er kunnen binnen niet meer mensen terecht dan normaal. En door ontvangsten en de lezingen vooraf was het in de foyers vlak voor aanvang juist rustiger. Volgens het Concertgebouw kwam 45 procent van de bezoekers van buiten Nederland, met hele Mahlerclubs uit Taiwan en Zuid-Korea, wat de kans om bekenden tegen te komen iets kleiner maakte.

Het echte feest vond plaats in het Mahler Paviljoen in het Vondelpark, waar de avondconcerten live en gratis werden uitgezonden met superieur geluid. Elke avond zat het vol: naast extra banken moesten er extra dranghekken worden bijgeplaatst. En via tv en radio heeft het festival honderdduizenden liefhebbers bereikt.

Hier zijn zeker wat nieuwe Mahlerianen mee gekweekt. Voor herhaling vatbaar, dus. Wel pas over minimaal 25 jaar graag, het moet speciaal blijven.

De meeste avondconcerten zijn terug te zien op NPO Start. Op de site van NPO Klassiek zijn 27 live-uitzendingen terug te luisteren. Lees ons Mahlerblog terug op volkskrant.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next