In musea, op het toneel, in literatuur: overal wordt de klassieke moedermythe doorgeprikt. Wat levert dat op, nu conservatieve momfluencers snel terrein winnen?
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Op het moment dat ik ontdekte dat ik zwanger was van mijn eerste en hoogstwaarschijnlijk enige kinderen (tweeling, ja), werd ik omringd door bolle buiken.
Oké, ontdekte is een groot woord, ik had geen test bij me om het te verifiëren, dus laten we het een sterk vermoeden noemen.
Het ging zo: het was begin februari 2023 en ik liep, op de eerste golven van wat ik later zou kunnen bevestigen als zwangerschapsmisselijkheid, door de solotentoonstelling We Once Were One van de Nederlandse kunstenaar Femmy Otten. Ik was aan het werk, een paar dagen later zou ik de kunstenaar interviewen voor deze krant.
Maar terwijl ik daar met een weeïg gevoel in mijn maag keek naar Ottens zoete, krachtige, soms raadselachtige en vaak ook grappige sculpturen en schilderijen van vrouwenlichamen, waaronder veel zwangere lichamen, werd dit bezoek ook heel persoonlijk.
Nog nooit had ik zoveel kunstwerken over zwangerschap, geboorte en baby’s bij elkaar gezien in een museum, wat een bizar toeval dat ik juist nu de zwangerschapshormonen door mijn lijf voelde stromen.
Je zou kunnen zeggen dat ik op een gunstig moment moeder werd, namelijk midden in een golf aan moederschapskunst. Sinds een aantal jaar staat het perspectief van de moeder namelijk volop in de belangstelling in de beeldende kunst. (Net zoals overigens in het theater en in de literatuur. Denk aan de voorstelling En ze maakte een kind (2024) van Sarah Sluimer, Meral Polat en Nita Kersten, en de romans De dragers (2024) van Daan Borrel en Oersoep (2023) van Bregje Hofstede.) In kleinere tentoonstellingsruimten in Nederland zag je die interesse al eerder opkomen, maar de laatste paar jaar zie je het thema ook steeds vaker terug in musea en kunstboeken.
In het Centraal Museum in Utrecht opende onlangs de grote museumtentoonstelling Good Mom / Bad Mom, een mix van oude en hedendaagse kunst over de vele facetten van het moederschap, van zwangerschap en geboorte tot wensouderschap en verlies. Vrijwel tegelijk verscheen het boek Het moedermodel van kunstcriticus en kunsthistoricus Joke de Wolf. In negen thematische essays over bijvoorbeeld ‘oermoeders’, ‘bevalling’ en ‘abortus’ bespreekt De Wolf kunst en kunstenaars van de afgelopen eeuw die een enorm breed spectrum aan ervaringen en ideeën rondom het thema moederschap belichten.
In de rest van Europa leeft het thema net zozeer. Zo is in het Kunstpalast Düsseldorf de tentoonstelling Mama – From Mary to Merkel te zien.
Als aanstaande en later kersverse moeder en als kunstiefhebber verslind ik wat ik tegenkom over dit onderwerp, en als kunstcriticus schreef ik er al vaker over. Ik vond en vind het een verademing om de intense ervaring van zwangerschap, bevallen en het jonge moederschap op een andere manier verbeeld te zien dan op de saaie, gestileerde foto’s van momfluencers.
Tijdens angstige momenten in mijn prille zwangerschap dacht ik vaak aan een schilderij van Femmy Otten waarop een kleine spookbaby uit de handen van een vrouw lijkt te glippen. Mijn ambivalente gevoelens over de huiselijke periode na de bevalling zag ik terug in de tekeningen van Kinke Kooi, die bij knusse huiskamerscènes woorden als ‘tutje’ en ‘burgerlijk’ schrijft.
En bij Tanja Ritterbex herkende ik hoe banale handelingen kunnen voelen als het trotseren van natuurwetten – probeer maar eens om een wervelwind van een dreumes een luier aan te trekken.
Eindeloos veel moeders hebben het zonder dit soort representatie moeten stellen, want eeuwenlang waren thema’s als zwangerschap, geboorte en moederschap grotendeels afwezig in de kunst. De Deense hedendaagse kunstenaar Lise Haller Baggesen noemt dit het ‘moedervormige gat’ in de kunst: hoewel vrouwen in hun persoonlijke levens niet om het thema heen kunnen, waren er in musea en kunstgeschiedenisboeken tot vrij recentelijk amper beelden van te zien.
Die afwezigheid is natuurlijk te verklaren door het feit dat het vrouwelijke perspectief überhaupt lange tijd ontbrak in de kunst. Ook was de consensus dat een leven als kunstenaar niet te rijmen viel met een leven als moeder. Veel vrouwen die de afgelopen decennia wel doorbraken als kunstenaars, zoals Marina Abramović en Tracey Emin, waren ervan overtuigd dat het moederschap het einde van het kunstenaarschap zou betekenen.
Bovendien: moederschap als thema werd gezien als iets triviaals en tuttigs, in strijd met de vernieuwing die de moderne en hedendaagse kunst nastreefden. Die kunst moest toch minstens gaan over grote levenszaken zoals vlakken en lijnen, met vooral heel veel staal en beton.
Waar komt de recente interesse in dit onderwerp dan vandaan? Joke de Wolf, auteur van Het moedermodel, stelt in een interview met de Volkskrant: ‘[Er] wordt momenteel meer ruimte gemaakt voor mensen die we vroeger als buitenbeentjes beschouwden. En daar vielen vrouwen vroeger ook onder, en zeker vrouwen die moeder werden.’
Er zijn vermoedelijk nog wel andere redenen aan te wijzen. Zoals het feit dat er steeds meer feministische curatoren en artistiek directeuren bij kunstinstellingen werken. En het feit dat kunstenaars zelf steeds vaker weigeren om te kiezen tussen kunst en moederschap, en ook in hun kunst willen uitdragen dat het moederschap hun scheppend vermogen niet heeft aangetast, maar juist als inspiratiebron kan dienen.
Zoals Femmy Otten het verwoordde: ‘Op de kunstacademie was het idee dat je als moeder niets interessants meer te vertellen zou hebben, maar ik heb juist éíndelijk iets te vertellen.’
‘Ga je nu alwéér over moederschap schrijven?’, vraagt een vriend me als ik over dit essay vertel.
En inderdaad, ik twijfelde zelf ook al. Ik schreef er al eerder over. Viel er nog wel iets nieuws te zeggen?
Het antwoord is ja. Jazeker. Want zowel Good Mom / Bad Mom in Centraal Museum Utrecht als Mama – From Mary to Merkel in Kunstpalast Düsseldorf belicht een kant die in eerdere tentoonstellingen wel af en toe aan bod kwam, maar niet zo uitgebreid en uitgesproken. Ze laten zien dat het moederschap niet alleen een persoonlijke ervaring is, maar vooral ook een politiek spanningsveld.
Door beide tentoonstellingen loopt dezelfde rode draad: die van eenzijdige ideaalbeelden van het moederschap enerzijds en de rommelige, meerstemmige werkelijkheid anderzijds. En in beide tentoonstellingen neemt de ideale moeder dezelfde vorm aan. Namelijk die van de christelijke Maria, die éne moeder die wel tot in den treure in de kunst is afgebeeld. Altijd beeldschoon, met blozende wangen en een serene lach.
Zelf lijkt ze niets te willen of nodig te hebben, al haar aandacht is bij het kindeke Jezus in haar armen of aan haar borst.
In de inleidende video bij Good Mom / Bad Mom vertellen curatoren Laurie Cluitmans en Heske ten Cate dat ze, toen ze in de collectie van het Centraal Museum op zoek gingen naar kunstwerken die het moederschap verbeelden, telkens weer op dit ene plaatje stuitten. Maria is de ‘oermoeder’, stellen de curatoren, haar beeltenis bepaalde hoe er in het Westen naar moeders werd gekeken. Zij vertegenwoordigt de ‘goede moeder’, en daarmee een onhaalbaar ideaal van gelukzalige toewijding aan je kroost.
Good Mom / Bad Mom wil deze mythe doorbreken en laat daarom een heel scala aan andere ervaringen van het moederschap zien. Bijvoorbeeld op Sogenannt Mütterlich (2001-2021) van de Zwitserse schilder Miriam Cahn. Hier drinkt een baby aan de borst, net zoals op zoveel Mariaschilderijen. Maar deze gifgroen uitgeslagen vrouw kijkt niet vertederd naar haar kind. Ze kijkt wezenloos voor zich uit. Ook de ogen van het kind richten zich vragend tot de kijker. Van een natuurlijke, vanzelfsprekende band tussen moeder en kind is hier geen sprake.
De Iraanse Tala Madani gaat met haar Shit Moms nog een stap verder: zij beeldt de moeder af als een bruine poepvlek van verfstrepen. In Shit Mom (Quads) uit 2019 ligt ze op de grond, vier peuters gebruiken haar lichaam als trampoline. In de video Shit Mom Animation besmeurt dezelfde figuur – per ongeluk – nette interieurs met haar smurrielichaam. Hier is niets idyllisch aan: deze moeder is een vormeloze blob die aan elkaar hangt van schuld en falen.
In Düsseldorf laat Mama – From Mary to Merkel ook kunstwerken zien die voldoen aan het stereotype van de goede moeder. Bij Roundmoor Drive (2022), een klein schilderij van de Schotse Caroline Walker, kijk je als toeschouwer vanuit een nachtelijke tuin een huis binnen. Hier toont Walker een zogende moeder die in eerste instantie wel aan Maria doet denken: hoewel ze staand in de keuken voedt, straalt ze een serene rust uit en lijkt ze haar volledige aandacht bij het drinkende kind in haar armen te hebben.
Maar Walker toont ook de chaos van het jonge moederschap. In de kamer naast de keuken is de tafel bezaaid met luiers en liggen stoelkussens en andere spullen op de grond. De ideale moeder bestaat niet, lijkt ze te willen zeggen; je laat ergens steken vallen.
Wat een contrast met de ‘ideale’, Maria-achtige moeders die je op TikTok en Instagram tegenkomt. Momfluencers etaleren online hun toewijding aan huiselijkheid en kinderen in video’s waarin outfits, interieur en kinderen zo lijken weggelopen uit een modeblad. Tradwives bakken zuurdesembrood en verheerlijken ondertussen een conservatief ideaal van de vrouw als ‘natuurlijke’ huismoeder.
Zowel mannelijke als vrouwelijke influencers beroepen zich op vage begrippen als ‘feminiene energie’ om hiërarchische verhoudingen tussen mannen (leiders) en vrouwen (volgers) te legitimeren.
Politiek zien we een terugkeer naar traditionele moederbeelden net zozeer. Zo presenteert de Italiaanse premier Giorgia Meloni zich expliciet als moeder die ouderwetse, christelijke waarden bepleit. In 2019 brak ze in één keer door bij een groot publiek met een speech: ‘Ik ben Giorgia! Ik ben een vrouw! Ik ben een moeder! Ik ben Italiaans! Ik ben christelijk!’
(Deze profilering gaat hand in hand met een afbraak van de rechten voor de lhbti-gemeenschap als het om families gaat. Ivf is in Italië alleen nog beschikbaar voor heterostellen, draagmoederschap is strafbaar en niet-biologische lesbische moeders zijn uit de geboorteakten van hun kinderen verwijderd.)
Met de opkomst van radicaal-rechts en andere conservatieve stromingen wordt er inmiddels flink getornd aan vrijheden en verworvenheden van de tweede feministische golf. Het recht op abortus staat wereldwijd onder druk. Het Russische parlement keurde eind 2024 een wet goed die ‘propaganda’ voor een kinderloos leven verbiedt.
En politici in diverse landen, onder wie oud-NSC-leider Pieter Omtzigt, maken zich hardop druk over het feit dat er niet genoeg witte baby’s worden gebaard.
Of nee, die politici maken zich niet druk, haasten ze zich vaak te zeggen, ze willen alleen ‘vragen stellen’.
Kortom: verschillende krachten in de samenleving grijpen terug naar een oerconservatief, Maria-achtig vrouwbeeld.
Het doorprikken van de moedermythe, zoals de tentoonstellingen in Düsseldorf en Utrecht beloven te doen, is dus meer dan welkom. Maar wat levert het precies op?
Het antwoord is natuurlijk simpel: representatie. Het moederschap wordt vaak lichamelijk verbeeld. Ook in Good Mom / Bad Mom en in Mama – From Mary to Merkel vind je, vooral in de eerste helft van de tentoonstellingen, een overvloed aan zwangere, lacterende, soms barende lijven.
Logisch, ergens, omdat deze lichamelijke processen zich zo lekker plastisch laten verbeelden. Omdat de transformatie die je in die eerste jaren ondergaat, bovendien zo ingrijpend kan zijn.
Aan de ene kant is het enorm bevrijdend dat er eindelijk ruimte is voor deze representatie van moederlichamen.
Aan de andere kant: ik voel ongemak. Het aaneenschakelen van ‘moederschap’ en ‘lichaam’ sluit allerlei moeders uit, zoals pleegmoeders, adoptiemoeders, lesbische ‘meemoeders’ en transgender moeders.
Bovendien blijft de verbeelding van moederschap hiermee een beetje steken bij de babyfase, die toch maar een heel klein stukje uit de loopbaan van een moeder vertegenwoordigt. Hoe ziet de rest eruit? Waar zijn de kunstwerken over het opvoeden van oudere kinderen, de verwijdering in de puberteit, het hebben van volwassen kinderen?
En misschien wel het belangrijkst, om weer terug te komen bij de Meloni’s van deze wereld: je kunt stellen dat het benadrukken van het bijzondere van zwangerschap, het baren, het zogen en alle vrouwelijke hormonen die loskomen het moederschap als natuurlijke bestemming van de vrouw bestempelt. En dat conservatieve types dit argument gebruiken als legitimatie om vrouwen in de rol van primaire zorgverlener te drukken.
Het is die bekende, verraderlijke hoefijzervorm waarbij progressieve feministen die het vrouwelijke willen vieren, opeens heel dicht bij allerlei conservatieve vrouwbeelden uitkomen.
Niet dat de kunstenaars en curatoren bijdragen aan uitsluitende en rolbevestigende retoriek, integendeel. Maar het feit dat dit soort retoriek bestaat, maakt wel dat ik minder onbevangen naar dit soort beelden kijk, hoezeer ik het zichtbaar maken van onderbelichte vrouwelijke perspectieven ook toejuich en hoe mooi ik veel van deze kunst ook vind.
Als we het over de politiek van moederschap hebben, moet het dus gaan over veel meer dan alleen representatie.
Het politieke van moederschap, zoals beide tentoonstellingen ook laten zien, zit in de torenhoge maatschappelijke verwachtingen die we van moeders hebben. Ondanks allerlei goede bedoelingen wijst elk onderzoek uit dat de zorg grotendeels nog steeds op de vrouwen neerkomt. Kun je dan, als je het daarover wilt hebben, wel alleen naar de moeder kijken? Dat is eigenlijk te individueel. Het gaat over hoe zorg in de samenleving wordt ingericht, binnen het gezin en daarbuiten. Als de barende moeder niet meer automatisch de zorgende is, wie dan wel?
Ja, wie dan wel?
In de tweede helft van de tentoonstelling Good Mom / Bad Mom komt een aantal mogelijke antwoorden voorbij. Zo brengt Tyna Adebowale (1982) in een serie kleurrijke figuratieve schilderijen een ode aan de moeders die haar hebben grootgebracht. Het zijn er vijf. In de Uneme-gemeenschap in Nigeria, waar zij opgroeide, is het gebruikelijk dat kinderen niet alleen door hun biologische ouders worden opgevoed.
Kunstenaar Sijben Rosa belicht ‘moederschap’ vanuit een queer (en zelfs een niet-menselijk) perspectief. Voor de video-installatie A Little Bit Like the Soul maakte die een abstracte sculptuur en vroeg vier performers om een week met dit object samen te leven. De performers dragen het voorwerp, ongeveer zo groot als een flinke baby, in een draagzak. Ze nemen het mee naar het strand. En ze smeren het in met olie, zodat de houten fineerlaag gaat glanzen. Op een speelse manier tasten ze af wat samen zorgen voor ‘iets’, in dit geval voor een niet-menselijk object, kan betekenen.
Via deze kunstwerken introduceert de tentoonstelling het concept ‘moederen’, een werkwoord dat verwijst naar de daad van zorgen en grootbrengen. Dat moederen is niet voorbehouden aan biologische moeders, zelfs niet aan mensen met kinderen, iedereen kan in potentie moederen.
Hoewel het nog vaag blijft hoe dit eruit zou kunnen zien, laat de tentoonstelling hiermee in elk geval voorbeelden zien van ‘moederachtige’ zorg die breder, minder individueel gedragen wordt.
Ook schrijver en kunstenaar Mirthe Berentsen is op zoek naar manieren om buiten traditionele rolpatronen en gezinsstructuren te denken.
Onder de titel Beyond the Nuclear Family trekt Berentsen, geïnspireerd door de huifkartocht van de Dolle Mina’s in 1972, dit voorjaar en deze zomer in een huifkar langs culturele instellingen en musea in Nederland. Via onder andere gesprekken, workshops, performances en lezingen wil ze onderzoeken hoe we op een nieuwe manier kunnen nadenken over gezinnen en zorg.
Dat klinkt wat vaag, maar dat heeft ook te maken met de aard van het project: de uitkomst wordt grotendeels bepaald door de inbreng van het publiek. Naast dit kunstproject werkt Berentsen overigens ook aan een boek over hetzelfde onderwerp, We moeten het hebben over het gezin, dat dit najaar zal verschijnen bij uitgeverij Das Mag.
Als het gaat om het ontrafelen van de moedermythe tekenen zich in de beeldende kunst op dit moment dus twee bewegingen af. Enerzijds tornen kunstenaars aan het perfecte plaatje, door naast de ideale moeder Maria in al haar historische en hedendaagse verschijningsvormen een veelzijdiger, realistischer en meer doorleefd beeld van moederschap te plaatsen.
Anderzijds zijn er steeds meer kunstenaars die, zoals Tyna Adebowale, Sijben Rosa en Mirthe Berentsen, de structuren achter moederschap, zoals het kerngezin, bevragen en alternatieve vormen van zorg onderzoeken.
De kunstwereld heeft er een handje van om onderwerpen die lange tijd onderbelicht zijn geweest, plotseling te ‘ontdekken’ en dan vol in de schijnwerper te zetten. Tot het onderbelichte overbelicht begint te raken. En het iedereen de keel uithangt.
Is die verzadiging van het moederschapsthema nabij? Ik hoop het niet. Want juist nu, nu de conservatieve Maria-achtige moeder weer op allerlei schilden wordt gehesen, hebben we meer dan ooit kunstenaars nodig die laten zien hoe het anders kan.
Joke de Wolf: Het moedermodel – Over kunst, vrouwen en moederschap. Atlas Contact; 192 pagina’s; € 26,99.
Good Mom / Bad Mom in het Centraal Museum Utrecht is tot 14/9 te zien.
Mama – From Mary to Merkel is tot 3/8 te zien in het Kunstpalast Düsseldorf.
Beyond the Nuclear Family organiseert de komende maanden activiteiten bij culturele instellingen door het hele land.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant