Home

Gronings festival ‘MENA is here’ wil meer zijn dan falafel en buikdansers – maar lukt dat?

MENA-festival In Nederland worden steeds vaker festivals georganiseerd die zich richten tot de MENA-regio: Middle East and North Africa. Zoals het ‘MENA is here’-stadsprogramma in Groningen. Maar culturele representatie, stereotypering en generalisering zijn er een uitdaging.

Gretige bezoekers staan in de rij voor een stukje baklava, een broodje falafel of Arabische ‘zandkoffie’ in de foyer van de Oosterpoort in Groningen. Ondertussen geven vijf muzikanten in het midden van de zaal een optreden, gehuld in traditionele klederdracht. Om hen heen vormt zich een kring van mensen die de ‘dabke’ proberen te dansen; een modern Levantijns-Arabische volksdans die wordt uitgevoerd door hand in hand op het ritme in een cirkel te stampen.

Met het tiendaagse ‘MENA is here’ probeert de organisatie van het stadsprogramma de MENA-regio (Middle East and North Africa) naar Groningen te halen. Filmvertoningen, lezingen, muziekoptredens en andere culturele vormen geven het publiek een voorproefje van wat onder één noemer wordt geschaard als de MENA-regio.

Naast het programma in Groningen vinden in Nederland steeds meer van zulke festivals plaats, gericht op de MENA-regio. De festivals bevinden zich in het spanningsveld van culturele representatie. Hoe doe je recht aan een diverse regio met uiteenlopende geschiedenissen, tradities, religies en talen, zonder te vervallen in generalisering of stereotypering?

De afkorting MENA duidt de regio van het Midden-Oosten en Noord-Afrika. In de praktijk roept de term vragen op over generalisering, vertelt Karène Sanchez-Summerer (50), hoogleraar Midden-Oostenstudies aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Er schuilt een risico in het gemak waarmee de term wordt gebruikt. Het suggereert homogeniteit, terwijl de regio erg divers is. Organisatoren lichten op festivals nauwelijks toe wat ze bedoelen met termen als ‘MENA’ of ‘Arabisch’.”

Exotisering

Ook curator Anas Younes (33), die twee evenementen op het Groningse festival organiseerde, is kritisch. „Voor mij begint het bij de naam van het festival. Waarom zou je één festival maken over zo’n uiteenlopende regio? Dat kan al snel leiden tot exotisering of simplificatie”, zegt hij. Volgens hem ontbreekt het vaak aan context. „Bezoekers moeten weten dat wie er komt voor buikdanseressen, bij ‘MENA is here’ aan het verkeerde adres is.”

Dit jaar vindt de tweede editie van ‘MENA is here’ plaats. De organisatoren proberen zorgvuldig om te gaan met beeldvorming en de uitstraling van het programma, vertelt hoofd marketing Renate Meijering (44): „Vanaf de eerste editie is representatie en meerstemmigheid leidend geweest. We werken met een divers team van vormgevers, curatoren en ambassadeurs, onder wie mensen met een achtergrond in de MENA-regio. Zo kunnen we het programma vanuit meerdere perspectieven vormgeven en blinde vlekken zoveel mogelijk voorkomen.”

Het marketingteam richtte zich voor de huisstijl op het vinden van gemeenschappelijke elementen. „Verbinding is belangrijk voor ons. We hebben gezocht naar gemene delers die in meerdere landen terugkomen, die apolitiek en non-religieus zijn. We kozen voor patronen die geïnspireerd zijn op mozaïek en architectuur, met kleuren die verwijzen naar landschappen en de lucht. We gebruiken bijvoorbeeld geen Arabisch schrift, want dat representeert niet de hele regio”, vertelt Meijering.

Toch schuurt het ook bij Younes. „Ik heb met plezier aan het programma gewerkt en ik werd erg vrijgelaten, maar ik heb ook bedenkingen”, vertelt Younes. Hij noemt ‘MENA is coming’, het aanloopprogramma in de maanden voorafgaand aan ‘MENA is here’. „De nadruk lag op het trekken van een groot publiek. Er waren buikdanseressen en er werd falafel uitgedeeld. Het voelde alsof het beeld dat ik probeer te nuanceren weer werd platgeslagen. Ik kom zelf uit Syrië, sommige collega’s uit de regio leken makkelijker met die beeldvorming mee te bewegen, om meer publiek te bereiken.”

Cultuur als consumptieproduct

Volgens Mayada Madbouly (33), universitair docent Midden-Oostenstudies in Groningen, is het belangrijk om het spanningsveld te benoemen. „Stel je voor dat er een festival is over Europese culturen en het enige dat je tegenkomt is een croissant. Bij ‘westerse’ festivals die zich richten op de MENA-regio gebeurt dat met elementen zoals buikdansen of baklava eten. Het is belangrijk om je af te vragen welk beeld er wordt uitgedragen.”

Madbouly wijst op een bredere trend van culturele commercialisering. „Bij oriëntalisme gaat het om beelden waarin het ‘Oosten’ wordt voorgesteld als iets exotisch door het ‘Westen’, als ‘de ander’. Dat soort stereotiepe representatie zie je nog steeds terug in musea, schilderijen en artistieke vertoningen. Bij festivals gaat het ook om de bredere dynamiek van cultuur als consumptieproduct; uiteindelijk moeten de tickets worden verkocht aan het grote publiek. Dat geldt natuurlijk niet voor elk festival, maar we zien dit wel vaak terug in westerse landen.”

Foto Siese Veenstra

Een platform voor diversiteit

‘MENA is here’ is niet het enige festival in Nederland dat zich richt op de MENA-regio. Het SOUK-festival in Amsterdam, Nawafiz in Utrecht en het Rotterdam Arab Film Festival zijn enkele voorbeelden van festivals die elk op een eigen manier omgaan met culturele representatie.

Sanchez-Summerer benadrukt dat festivals over de MENA-regio van grote waarde kunnen zijn, mits ze zorgvuldig zijn samengesteld. „Ze zijn hard nodig omdat er ook negatieve beelden heersen over de MENA-regio. In Noord-Nederland is het beeld van het Midden-Oosten vaak beperkt tot vluchtelingen en azc’s. Een festival zoals ‘MENA is here’ kan een platform zijn om de rijkdom en diversiteit van deze regio te weerspiegelen. Als je een kritisch en divers cultureel festival wilt organiseren, moet je dat doen met mensen uit de regio en mensen die gespecialiseerd zijn in de regio. Dat is van fundamenteel belang als je een divers publiek wilt bereiken.”

Madbouly voegt hieraan toe: „Er is geen magisch antwoord op de vraag hoe het goed kan. Er moet worden nagedacht over de grotere visie met experts die met de regio te maken hebben. Tijdens de eerste editie van ‘MENA is here’ lag de nadruk meer op interactieve activiteiten met deskundigen, zoals een workshop over eten. Daar ging het niet alleen over de bereidingswijze van gerechten, maar ook over de geschiedenis en de symbolische betekenis ervan. We hopen dat de volgende edities in Nederland meer kritische, samenwerkende en interactieve activiteiten zullen brengen.”

Biënnale New Radicalisms

Ook andere initiatieven zoeken naar manieren om de stereotiepe beelden te doorbreken. De biënnale ‘New Radicalisms’ kiest bijvoorbeeld bewust voor de term WANA (West-Azië en Noord-Afrika), in plaats van MENA. Daarmee neemt het festival afstand van een westers perspectief op ‘het Oosten’.

„We willen niet voldoen aan nostaligsche, stereotiepe verwachtingen. Veel mensen die een festival bezoeken over de MENA-regio dragen bepaalde verwachtingen. Wij kijken regiobreed en richten ons op hedendaagse kwesties”, zegt directeur Shirin Mirachor (37). Het festival biedt een podium voor kunstenaars uit de diaspora, de WANA-regio en een paar Nederlandse kunstenaars, met thema’s die dichtbij hun eigen ervaringen liggen.

Elke editie kiest de organisatie een centraal thema dat dichtbij ze staat. Via workshops, voorstellingen, beeldende kunst en lezingen wordt een kwestie ter discussie gesteld. Mirachor: „Vorig jaar was dit politieke neutraliteit in Nederland, vanuit de vraag wie bepaalt wat ‘normaal’ is. Veel festivals over de MENA-regio vermijden politieke onderwerpen, onder het mom van ‘verbinding’. Maar identiteit is per definitie politiek, daar draaien wij niet omheen.”

Source: NRC

Previous

Next