Home

Red de grutto, het kan! Kijk maar naar de Krimpenerwaard: ‘Wat een feest hier’

De grutto heeft het moeilijk in de Nederlandse weilanden. Met honderden miljoenen subsidie voor boeren hoopt het kabinet de nationale vogel te behouden. De Volkskrant ging mee op gruttonestenjacht met een drone en warmtecamera: ‘Koeien melken is tien keer makkelijker dan natuurbeheer.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

Het eerste streepje oranje zonlicht verschijnt pas net aan de horizon als een drone opstijgt boven de polder van Vlist. Zijn lichtjes knipperen boven het oud-Hollandse landschap van de Krimpenerwaard, met zijn lange, smalle weilanden, afgebakend door slootjes. Het elektrische zoemen vermengt zich met de roep van ontwakende grutto’s en kieviten.

Voor die weidevogels is de drone gekomen. Vrijwilligers Jan Twisk (71) en Henk Krikke (72) gebruiken hem om nesten te zoeken. ‘Batterij 96 procent’, roept Twisk naar Krikke. ‘Hij komt bij het eerste keerpunt.’

Twisk is de vogelaar van de twee. Met een muts enigszins scheef op zijn hoofd staart hij naar een klein scherm dat beelden van de warmtecamera van de drone laat zien. Krikke meldde zich als dronepiloot, maar ook bij hem heeft het weidevogelvirus inmiddels toegeslagen. Staand achter een hoge uitklaptafel heeft hij zojuist op een laptop de route van de drone uitgestippeld.

Voor een boer is het handig om te weten waar nesten liggen, zodat hij er rekening mee kan houden bij werkzaamheden en het weiden van de koeien. Daarnaast volgen vogelbeschermers het aantal nesten en kuikens nauwgezet, want het gaat niet goed met de Nederlandse weidevogels.

De grutto, in 2015 uitgeroepen tot nationale vogel, is teruggevallen van 120 duizend broedparen in de jaren zestig en zeventig tot 25 duizend nu. Die dalende trend is te zien bij vrijwel alle weidevogels, en zet door. De Europese Commissie vindt dat Nederland daarmee natuurregelgeving aan zijn laars lapt en is een inbreukprocedure gestart, die uiteindelijk kan leiden tot boetes en dwangsommen.

Big five

Hoe betere bescherming eruit zou kunnen zien, is te zien op een van de plekken waar het beter gaat met de weidevogels. Zoals in de Krimpenerwaard. Daar vertoont het aantal broedparen van de big five – grutto, kievit, tureluur, scholekster en slobeend – juist een licht stijgende trend.

De familie Mulder in Vlist vond vorig jaar meer dan honderd nesten op hun melkveebedrijf, dat ouders Hans en Linda runnen in een maatschap met hun zoon Arjan. Met ongeveer twee koeien per hectare is het een relatief extensief bedrijf. Elk voorjaar zijn ze druk met de zorgen voor hun tijdelijke gasten. Het bedrijf is op de weidevogels ingericht – soms ten koste van de eigen commerciële belangen. Het kost tijd en levert minder en minder voedingsrijk gras op, wat ten koste gaat van de melkproductie. In een sector waarin efficiëntie doorgaans vooropstaat is het lastig ruimte te maken voor de grutto.

Een half uur voordat de drone opstijgt, staan Hans en Arjan in blauwe overalls bij de melkput Twisk en Krikke op te wachten. Terwijl Hans de koeien gaat melken, loopt Arjan (27), de grootste vogelliefhebber in het gezin, mee naar de plek tussen de weilanden waar de drone de lucht in kan.

Dit jaar heeft hij al 65 nesten gevonden, vertelt hij. ‘Soms loop je door het land en stijgt er ineens een kievit op. Zo vind je de meeste.’ Hij heeft er meer oog voor dan veel andere boeren. ‘Ik ga weleens samen met de buurman maaien. Dan spring ik de hele tijd uit de trekker omdat ik nesten zie.’

Hij houdt op een app bij waar de nesten liggen. Waar veel nesten zijn, blijven de koeien voorlopig weg. Zijn het er een paar, dan zet hij er een draadje omheen om te voorkomen dat de koeien ze vertrappen. De kaart staat vol met puntjes. ‘Ik zeg weleens, we hebben hier een camping die zo goed loopt dat hij te klein wordt. De vogels zoeken steeds nieuwe plekken op.’

Waar zijn passie voor vogels vandaan komt? ‘Het hoort er een beetje bij’, vindt Arjan Mulder. ‘We moeten voor de vogels zorgen. Groeien in het aantal nesten is mijn doel, dat geeft een kick.’ Dat betekent kruidenrijk gras inzaaien, later maaien, nesten beschermen en roofdieren op afstand houden.

Omslagpunt

Dat weidevogels bij het boerenland horen, wordt niet overal zo sterk gevoeld en is ook niet altijd zo geweest. Oorspronkelijk broedden grutto, kievit, tureluur en aanverwante soorten in open natuurgebieden als kwelders, hoogvenen en steppen. Toen de mens duizend jaar geleden begon met het droogleggen en ontbossen van Noord- en West-Nederland om grasland te maken, pasten ze zich aan.

De introductie van kunstmest in de eerste helft van de 20ste eeuw deed de weidevogels aanvankelijk goed. In de rijkere bodems zaten meer regenwormen, hoofdgerecht op het menu van volwassen weidevogels. De kuikens aten de insecten die afkwamen op de kruidenrijke graslanden. Kunstmest maakte bovendien de ontginning van voorheen onvruchtbaar land mogelijk, waardoor er meer weilanden ontstonden. De weidevogelpopulaties bereikten in de jaren zestig een hoogtepunt.

Het omslagpunt kwam met verdere intensivering van de landbouw. Het eentonige raaigras dat gemeengoed is geworden omdat het sneller groeit, biedt geen voedsel voor insecten – en dus ook niet voor kuikens. Door ontwatering van polders blijven regenwormen bovendien verder van de oppervlakte, en krijgen ook de ouders het lastig.

Agrarisch natuurbeheer

Sinds de jaren zeventig probeert de overheid daarom weidevogels te beschermen. Dat gebeurt in natuurgebieden, maar ook op het boerenland zelf in de vorm van agrarisch natuurbeheer. Boeren krijgen bijvoorbeeld een vergoeding als ze nesten zoeken en beschermen of hun land pas half juni maaien, zodat kuikens in het lange gras beschut kunnen opgroeien. Regionale boerencollectieven bepalen welke maatregelen ze nemen en verdelen het geld.

Waar dat gebeurt heeft het effect, maar de interventies zijn niet wijdverspreid genoeg om op landelijk niveau de dalende trend te keren. Slechts 2,5 procent van het landbouwareaal valt onder ‘zwaar’ agrarisch natuurbeheer: meer ingrijpende en daarmee ook effectievere maatregelen zoals een hoger waterpeil, kruidenrijk grasland en het gedeeltelijk onder water zetten van weilanden. Op de overige 97,5 procent van alle landbouwgrond is intensief gebruik nog altijd de norm. Het aantal dieren per hectare is hoog en boeren willen zo veel mogelijk gras oogsten, waardoor weidevogels in het gedrang komen.

Het kabinet-Schoof kondigde bij het aantreden aan dat het budget voor agrarisch natuurbeheer – nu nog 120 miljoen euro – structureel met 500 miljoen omhooggaat. Het kabinet hoopt zo niet alleen de grutto een opkontje te geven, maar ook stikstof-, klimaat- en waterdoelen dichterbij te brengen. Een belangrijk deel van dat extra geld gaat vermoedelijk naar de boerencollectieven, al weet niemand nog precies hoeveel. Het aantal hectaren dat de collectieven in beheer hebben moet groeien van 115 duizend naar 280 duizend.

Of dat voldoende is, is zeer de vraag. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeerde onlangs dat 500 miljoen per jaar weliswaar ‘een flinke bijdrage’ kan leveren, maar ‘onvoldoende is voor realisatie van alle ambities’. Om alleen al de grutto en andere weidevogels afdoende te beschermen, zullen deelnemende bedrijven minder intensief moeten worden en het agrarisch natuurbeheer zwaarder.

Bovendien is de ‘onbalans’ tussen de 2,5 procent landbouwgrond onder zwaar agrarisch natuurbeheer en de overige 97,5 procent groot, zo schrijven onderzoekers van de Wageningen Universiteit (WUR) in een evaluatie van het agrarisch natuurbeheer. Voor succesvol agrarisch natuurbeheer zullen ook boeren die daar nu nog niet aan meedoen in beweging moeten komen.

Beheer in de praktijk

Niet lang nadat de drone zich van de grond heeft losgemaakt, verschijnt een groen puntje op het scherm. Een zwarte cirkel markeert dat het aanzienlijk warmer is dan de omgeving. ‘Maak maar een foto’, roept Twisk. ‘Een gruttonest’, zegt Mulder, die het tijdens zijn werk al had opgemerkt. ‘Straks kom je er nog een tegen.’

Nu de kou van de nacht nog in de grond zit, zijn de warme eieren makkelijk te zien met de warmtecamera van de drone. Het maakt het werk van het droneteam er niet comfortabeler op. Met dichtgeritste fleecejassen en hun handen in de zakken weren ze zich tegen de koude wind.

Dat neemt niet weg dat de drone veel werk bespaart. Vroeger moest men te voet het land in om stokjes bij de nesten te plaatsen. Één moment van onoplettendheid kon leiden tot vertrapte eieren. Tegenwoordig brengen de vrijwilligers binnen een ochtend meerdere percelen in kaart.

Niet alles wat warm is, is een nest. ‘Dit is een haas’, zegt Twisk als een wat dikker groen puntje op het scherm verschijnt. Hij wijst op het grote, ovale lichaam, met het hoofd als klein puntje ertegenaan geplakt.

Nesten zoeken is het eerste spannende moment in het jaar, maar zeker niet het laatste. Het werk is pas klaar als de kuikens aan het begin van de zomer ‘vliegvlug’ zijn, vogelbeschermersjargon voor een kuiken dat zich fladderend uit de voeten kan maken voor roofdieren.

Tot die tijd doet Arjan Mulder er alles aan om zijn land zo ongastvrij mogelijk te maken voor roofdieren, van vossen en marters tot buizerds en haviken. Hij heeft speciale hekken op de dammen tussen weilanden geplaatst om vijanden te voet tegen te houden, gaten langs de dammen opgevuld en ruigtes weggemaaid zodat ze zich nergens kunnen verschuilen. Door het landschap open te houden, zonder bomen, blijft het gevaar vanuit de lucht op afstand.

Hoofdpijndossier

Ondanks al die inspanningen blijft ‘predatie’ een hoofdpijndossier – en een controversieel onderwerp. Veel boeren zien het als een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van de grutto en aanverwanten. In vergelijking met de hoogtijdagen van de weidevogels wemelt het tegenwoordig in Nederland van roofdieren die wel een ei of kuiken lusten. ’s Morgens een leeggeroofd nest vinden is volgens Mulder het meest demotiverende wat een weidevogelboer kan overkomen.

Natuurbeschermers erkennen dat predatie een rol speelt, maar zien het niet als de spelbreker die het volgens veel boeren is. Intensivering van de landbouwgrond is volgens hen belangrijker – en zelfs een reden achter het succes van predatoren. Zoals de Vogelbescherming het al eens samenvatte: ‘Een gruttokuiken met lege maag op een glad gemaaid grasveld heeft geen schijn van kans.’

Alleen roofdieren afschieten zal dus weinig helpen. Uit de WUR-evaluatie blijkt dat weidevogels vooral gebaat zijn bij zware vormen van agrarisch natuurbeheer. Om de vogels zich thuis te laten voelen zijn grote aanpassingen nodig.

Dat herkennen ook de agrarische collectieven. ‘Alleen om de nesten heen maaien is niet genoeg. Daar krijgen we de grutto’s niet mee groot’, zegt Mariëlle Oudenes (46). De veldcoördinator van Weidehof Krimpenerwaard, het lokale boerencollectief, is in een grote terreinwagen gearriveerd om het droneteam aan het werk te zien. Ze ziet de familie Mulder als een voorbeeld van wat werkt: aan alle knoppen draaien, van beweiding en kruidenrijk gras tot waterpeil en landschapsinrichting.

Maar één betrokken boer is niet genoeg. Om het aantal weidevogels stabiel te houden, moet een gebied uit minimaal 41 procent zwaar beheer bestaan, blijkt uit de evaluatie. Bij grutto’s is dat zelfs 49 procent. Voor het broeden, rusten en eten zoeken hebben ze een mozaïek aan verschillende omstandigheden nodig. Maar zulke percentages worden vrijwel nergens gehaald.

Het Planbureau voor de Leefomgeving pleit er daarom voor agrarisch natuurbeheer meer te clusteren in kansrijke gebieden, zoals de veengronden van het Groene Hart en Friesland. De buurman moet dus ook meedoen, én zijn buurman.

Olievlek

In de polder aan de West-Vlisterdijk heeft het agrarisch natuurbeheer zich ‘als een olievlek’ verspreid, vertelt Oudenes. Ze is opgegroeid op een melkveehouderij in Stolwijk en kent het gebied en de boeren. Ze heeft inmiddels bijna iedereen overtuigd om mee te doen. ‘Samen zetten we de schouders eronder.’ Het leidde vorig jaar tot meer broedparen dan ooit.

Zulk succes vergt enige flexibiliteit, van zowel de boeren als het collectief dat de papierwinkel regelt. ‘Vorig jaar hadden we een stuk weiland gemaaid waar we geen agrarisch natuurbeheer zouden doen’, vertelt Mulder. ‘Daarna wil je dat bemesten, maar ineens zat het vol met kuikens.’

Een telefoontje naar Oudenes bood uitkomst. Die kon schuiven met potjes, om Mulders lagere grasopbrengst te vergoeden. ‘We moeten buiten de goede dingen doen’, vindt Oudenes. ‘Hoe we het op kantoor regelen, komt daarna wel.’

Als de drone over een volgend perceel vliegt, verschijnt het ene na het andere nest op de warmtecamera. ‘Wat een feest hier’, roept Twisk. ‘We vliegen hier langs de plasdras van de buren, dat trekt de vogels aan.’

Gelijk met de opgaande zon zwelt ook het koor van vogelgeluiden aan. Mulder en zijn bezoek herkennen ze moeiteloos: de grutto die zijn eigen naam roept, de ‘tluu’ van de tureluur, en de zangerige, lange klanken van de wulp. Ook de ganzen, ongenode gasten die zich tegoed doen aan het gras van de koeien, snateren een partijtje mee.

Obstakel

De boerencollectieven hopen dat ze met het extra geld voor agrarisch natuurbeheer hogere vergoedingen kunnen uitbetalen en langere contracten kunnen afsluiten met deelnemende boeren. De verwachting is dat het animo onder boeren daardoor toeneemt en agrarisch natuurbeheer zich verder door Nederland verspreidt. Want geld blijft voorlopig het belangrijkste obstakel.

Mulder heeft weleens uitgerekend wat het hem kost als hij zijn gras pas half juni maait: 2.800 euro per hectare. Tegen die tijd is het taaie gras lastiger te verteren en bevat het minder eiwit, waardoor de koeien minder melk geven. De vergoeding voor uitgesteld maaien bedraagt 800 euro. ‘Dan boer je dus per hectare 2.000 euro achteruit’, concludeert Mulder. Op termijn wil hij het bedrijf van zijn ouders overnemen. ‘Dat kost geld. Met die weidevogels verdien ik niks, ik moet oppassen dat ik er niet in doorsla. Dan koopt straks een andere boer het bedrijf op en maait hij het glad.’

Na een tijdje zijn de percelen aan de zuidwestrand van de polder aan de beurt. Twisk blijft geconcentreerd naar de warmtebeelden staren, maar houdt zich stil. ‘Hier kan je de koeien wel insturen hoor’, roept hij na een poosje. ‘Tot nu toe alleen maar hazen.’

Als de zware batterijen leeg zijn, bergt Krikke ze op in een munitiekistje. Onderweg terug naar de boerderij wijst Mulder naast het pad een kievitsnest aan. Half verborgen tussen het hoge gras liggen drie gespikkelde eieren in een zacht bedje.

Aan de keukentafel begint met koffie en ontbijtkoek direct de beeldanalyse. ‘12,8 graden en een mooi puntje, duidelijk een nest’, zegt Krikke.

Arjan Mulder kijkt geboeid over zijn schouder mee. Af en toe overleggen ze. ‘6,1 graden, dit is niks’, denkt Krikke. ‘Zou het geen tureluur kunnen zijn?’, vraagt Mulder. De tureluur buigt het omliggende gras over zijn nest heen. Dat maakt het niet alleen minder zichtbaar voor roofdieren, maar ook voor de warmtecamera. ‘Ik zou hem niet afschrijven’, zegt Oudenes.

De opbrengst van de ochtend: 73 foto’s en 20 nesten. ‘Heel veel hazen’, verzucht Krikke. ‘Vooral op het eerste stuk waar we vlogen, naast die plasdras, zaten veel nesten.’

‘Ook meer naar voren in het land?’, vraagt Oudenes. Krikke antwoordt bevestigend. Dat was een van de stukken waar de koeien als eerste de wei in zouden mogen. Met veel nesten is dat lastig.

Zo blijft weidevogelbeheer continu improviseren en roeien tegen de stroom in. ‘Erfbetreders vinden het niks: de bank niet, de boekhouder niet, de melkfabriek niet’, verzucht vader Hans Mulder, die ook is aangeschoven. ‘Ze willen allemaal meer melk. Ik melk honderdvijftig koeien, dat is tien keer makkelijker dan natuurbeheer.’

Drie weken later appt Arjan de nieuwe tussenstand door: ‘We zitten momenteel op 110 weidevogelnesten!’ Weer meer dan vorig jaar.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next