Home

‘Als je een slechtnieuwsgesprek niet goed doet, kan dat het rouwproces schaden’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Mijchanou Kowalczyk (42) moest in het Duits een slechtnieuwsgesprek voeren. ‘Op zo’n moment spreek je ineens niet meer zo goed Duits.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik heb een Duitse moeder en ben tweetalig opgevoed, maar geloof me, als je een Duits echtpaar moet vertellen dat hun kind is overleden, spreek je ineens niet meer zo goed Duits.

‘In 2007 ging ik op een vroege ochtend naar een stoffelijk overschot op een bouwplaats in Amsterdam-West. Daar lag een jongeman, ongeveer 19 jaar, onder een hoge bouwkraan. Dat ziet er, hoe zeg ik dat netjes, nooit fraai uit.

‘Hij had een Duits identiteitsbewijs en er stond een Duitse auto die van hem bleek te zijn. Cora, onze hulpofficier, achterhaalde zijn ouders. Die kwamen meteen naar Nederland. Omdat ik Duits spreek, vroeg Cora of ik bij het gesprek wilde zijn. Dat vond ik zenuwslopend.

‘Een slechtnieuwsgesprek is voor ons een van de rotste dingen die we soms moeten doen. Het is heel intens, levensveranderend en intiem, en daarom misschien ook wel het meest dankbare van je werk, als alles goed gaat. Het luistert heel nauw: als je het niet goed doet, kan dat het rouwproces van nabestaanden schaden.

Grote, geschrokken ogen

‘Op een gegeven moment klopte Cora op mijn deur: ‘Mijchanou, ze zijn er.’ In een spreekkamertje zaten die ouders met van die grote, geschrokken ogen. Je ziet hun verwardheid. Ze weten dat hun zoon dood is, maar beseffen het nog niet.

‘Ik stelde mezelf voor en zei: ‘Es tut uns sehr leid, het spijt ons enorm, dat uw zoon is overleden. Daarna vertelde ik onder welke omstandigheden hij was aangetroffen, dat in zijn auto zakjes wiet waren gevonden, dat we bloed hadden afgenomen en vermoedden dat hij onder invloed van drugs van een bouwkraan was gesprongen.

‘Ze reageerden verbijsterd: ‘Dat doet onze zoon niet. Hij gebruikt geen drugs.’ Dat bleven ze herhalen. Het ging er gewoon niet in. Wel waren ze boos ‘dat dat spul hier zomaar te koop is’.

‘We stelden allerlei vragen: ‘Was uw zoon suïcidaal? Wat kwam hij in Amsterdam doen?’ Ze hadden geen flauw benul van waarom hun zoon hier was. Hij had nog maar kort zijn rijbewijs. Vervolgens reden we met die ouders naar het mortuarium in het VU-ziekenhuis, waar ze hun zoon moesten identificeren. We waarschuwden dat het lichaam door de klap was gehavend, waardoor een deel van zijn gezicht was afgedekt.

‘In het mortuarium werden we vriendelijk ontvangen door de patholoog, die ons naar een kleine ruimte bracht. Hij opende de deur en liet ons alle vier binnen. Daar lag de jongen onder een laken op een tafel.

‘Toen kwam het totale verdriet. Die moeder begon heel hard te huilen, alsof het zien van haar zoon een shocktoestand doorbrak. Dat snijdt door je ziel. Die vader probeerde haar te troosten. Ik weet nog dat ik ook een arm van haar vastpakte en zei dat ik niet goed wist wat ik moest zeggen. Je voelt je machteloos.

‘En dan komt altijd die kille omslag: er moet van alles worden geregeld: het lichaam moet bijvoorbeeld naar Duitsland toe. Cora legde de vervolgprocedures uit, ik vertaalde alles, en dan komt dat gekke moment van afscheid nemen. Dan zit ons werk er namelijk op.

‘Dat is moeilijk: je hebt twee ouders die de taal en de stad niet kennen, die net te horen hebben gekregen dat hun zoon is overleden, die nooit meer hetzelfde leven zullen leiden als voordat ze de politie spraken, en die je dan, voor je gevoel, verder aan hun lot overlaat: dit was het dan, zoek het verder maar uit. Heel onbevredigend. Terwijl we het echt heel netjes hadden gedaan.

‘Een week of twee later belde ik die ouders met de uitslag van het bloedonderzoek. Die vader nam op. Ik vroeg eerst hoe het met ze ging. Vooral met zijn vrouw ging het slecht, vertelde hij. Nadat ik de bloeduitslag meedeelde – dat er wietresten in het bloed van hun zoon waren aangetroffen – werd het heel stil. Ik vroeg: ‘Kan ik nog iets voor u doen?’ Stomme vraag, maar je wilt gewoon iets zeggen. Daarna was het gesprek snel afgelopen.

Typisch Duitse handschrift

‘Een paar maanden later klopte Cora weer op mijn deur. Ze bracht een kaart, gericht aan Frau Cora und Frau Mijchanou. Het typisch Duitse, sierlijke schoolhandschrift deed me denken aan dat van mijn moeder. Het kaartje kwam van die Duitse ouders, ze bedankten ons voor de begeleiding na het sterven van hun zoon.

‘Dan realiseer je je dat de taalbarrière en je geworstel met grammatica er niets toe doen. Dat taal er niets toe doet. Zo’n slechtnieuwsgesprek is allesoverstijgend. Je moet niet proberen het zachter, mooier of minder heftig te maken dan het is. Maar je moet wel empathisch en eerlijk zijn. Mijn opmerking: ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen’ voelde machteloos, maar werd wel gewaardeerd. Je gevoel en je gebaren, die doen ertoe. Dat mooie kaartje maakte dat kille afscheid toch een beetje goed. Ik bewaar het in het mapje ‘Dierbaar’.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next